Banner

Glimps festival:: 13 en 14 december 2013, Gent

Lennert Hoedaert & Laurens Vansteelandt  - 16 december 2013

Afgelopen weekend werden de muziekcafés en concertzalen in de Gentse binnenstad voor de derde keer ingepalmd voor het internationale showcasefestival Glimps. Met de banden opgepompt en de ketting ingesmeerd trok enola afgelopen weekend op een tweedaagse muzikale ontdekkingsreis.

Glimps voelt soms een beetje aan als een grootschalig alternatief festival, één waar bandjes van allerlei afkomst en genre het beste van zichzelf geven. Er zijn echter heel wat verschillen. Buiten is het 20 graden kouder, je hebt een fiets nodig om van het ene podium naar het andere te hoppen en de opkomst beperkt zich, verspreid over 11 locaties, tot een paar duizend man.

Daarnaast is het ook een ontmoetingsplaats voor muziekprofessionals van over heel Europa. Daarvoor zijn er panelgesprekken, met onder meer muziekstilisten uit de reclamewereld, een politiek debat over het muziekbeleid in Vlaanderen en lezingen, waarvan die van Paul Resnikoff de meest besproken was. Met zijn uiteenzetting over de dertien leugens van de moderne muziekindustrie beweerde hij dat touren en gratis vehikels als Spotify de muzikant van de toekomst níet kunnen redden.

Hoe hangt er vanaf hoe je de muziek bekijkt. Een ding is duidelijk: Resnikoffs visie is doordrongen van marketingdenken. Op Glims staat echter de liefde voor muziek centraal. Dat een resem onbekende bandjes zoveel nieuwsgierige toeschouwers aantrekt, is daarvan het beste bewijs. Welke daarvan konden overtuigen, leest u hieronder.

Vrijdag

Niemand van de talrijk opgekomen toeschouwers in de zaal van de Charlatan lijkt Bosco Delrey al te kennen, maar de Brit staat op het podium alsof het publiek hem op handen draagt. Zijn subtiele electrogeladen gitaarpop waarbij lo-fi gitaargeweld en aanstekelijke ritmes de hoofdingrediënten vormen, klinkt dan ook toegankelijk. Er komen zowel nummers van debuut Everybody Wah -- wat een geniale albumtitel toch -- als enkele nieuwere songs aan bod. De rock-'n-roll maakt zeker geen slechte indruk, zeker op het einde van de set klinkt het allemaal wat vuriger, alleen jammer dat de houdbaarheidsdatum van de nummers vlug verstrijkt.

Als het aan de Luxemburgse muzikant Victor Ferreira ligt, is het alweer zomer. Wanneer hij met zijn soloproject Sun Glitters aantreedt, lijkt het alsof de zon in de Charlatan schijnt. Zijn muziek is een oceaan van zoete melodieën, aanlokkelijke vocale samples en warme bassen. Een beetje zoals Boards Of Canada, maar dan minder kil. Chillwave of muzikale yoga: u mag kiezen hoe u het noemt. Het is nog maar iets over negen en er verzinken al enkele concertgangers in de mooie visuals. Sun Glitters zorgt voor een eerste hoogtepuntje. Als u hem gemist hebt, luister dan zeker naar "High". Volgend jaar op Dour graag!

Nadien rept (lh) zich richting het intieme muziekcafé Video voor Robbing Millions, dat een dag later duidelijk in de smaak valt bij de verzamelde marketeers en managers. De eigenzinnige, etherische pop in "Tenshinhan" bijvoorbeeld klinkt dan ook verbluffend sterk. De vijf muzikanten, die zelfs al een clip opnamen in het Koning Boudewijn-stadion (hoor "I Did Not Realize") maakten al eerder een goede indruk in het voorprogramma van Girls In Hawaii. Volgens een Britse manager hebben ze hitpotentieel en is Robbing Millions een 'etherische' versie van MGMT. Gelijk heeft hij, al is hij het woord 'ingenieus' vergeten. Deze band is in staat om je na een luisterbeurt te overtuigen. Tevens voer voor de festivals dus.

Oum Shatt kon veel minder overtuigen, al hadden ze op voorhand een kleine buzz veroorzaakt; getuige de lange rij wachtenden voor de zaal in het Lakenmetershuis. De interesse werd aangewakkerd met de duistere en retro aandoende clip van "Power To The Women Of The Morning Shift". In dat nummer en "Hot Hot Cold Cold" overheerst bijna een surfgeluid van The Shadows, opgesmukt met galopperende drums en compleet onzinnige teksten. Maar enkel die twee hitjes, waarvan je de opwekkende melodie na één luisterbeurt al meteen kan neuriën, blijven hangen, de rest klinkt te veel als een lomere versie van Franz Ferdinand. Dat de Duitsers -- strak in het pak -- niet bepaald bescheiden overkwamen en er bizarre humor op nahielden, deed de wenkbrauwen alleen maar meer fronsen.

En opnieuw mag (lh) zich haasten, ditmaal voor Yast, een beetje gepromoot als de Zweedse Deerhunter. Live brengen ze inderdaad de kenmerkende mix van ambient en punk. U weet niet wat dit moet voorstellen? Deze shoegazende Zweden trekken maar al te graag de volumeknop van hun versterkers volledig naar rechts, maar klinken tegelijk dromerig en naïef. Misschien is het veel te hoge geluidsvolume de reden dat het opvallend rustig blijft in de Brugzaal van de Vooruit? Het grootste probleem van Yast blijft echter het gebrek aan originaliteit. Misschien stond deze band wel te vroeg op het festival.

Afsluiten gebeurt in stijl met Flying Horseman, die vorig jaar ook al eens een dag mocht headlinen en de Balzaal van de Vooruit tot de nok vult. De bekendste band van het hele festival speelde het afgelopen jaar al tal van concertclubs plat, dus voor hem moest je als Vlaming niet per se naar Glimps afzakken. Het was verplichte kost voor iedereen die zijn rockmuziek bij voorkeur broeierig, meeslepend en sfeervol heeft. Hopelijk staan er veel buitenlanders in de snikhete zaal, want Flying Horseman is een band met internationale allures. Bert Dockx en zijn even geniale gevolg steken met kop en schouders boven de rest uit.

Net als op de nieuwe plaat City Same City klinkt Flying Horseman ook live als een volwaardige band. Frontman blijft natuurlijk gitarist Bert Dockx; hij blaast je omver met zijn weergaloze solo's en verbaast met bezwerende teksten die soms aan Nick Cave doen denken. De ritmesectie, bestaande uit drummer Alfredo Bravo en bassist Mattias Cré, en de zingende zussen Loesje en Martha Maieu verdienen evenveel lof. Die twee nachtegalen doen in het percussiegedreven "We Care" de haartjes over het hele lichaam rechtveren. In het bloedstollende "Lucile" is de auditieve aanval van de muzikanten dan weer ronduit indrukwekkend. Eindigen gebeurt met het onheilspellende "Landlord", waarna de "Paint the walls blue"-passage in het hoofd blijft ronddolen. Nogmaals: dit is wereldklasse.

Zaterdag

Gezien de overvloed aan bands op Glimps kan het geen kwaad om op voorhand wat opzoekingswerk te verrichten. Er hangt al een tijdje een gezonde buzz rond het Brussels-Gentse duo Joy Wellboy en de harmonieuze tonen van een nummer als “Lay Down Your Blade” volstonden dan ook ruimschoots om ervoor te opteren iets na achten de Glimps-zaterdag verwachtingsvol in te zetten in de Charlatan. Het duo bleek een gouden combinatie die de verwachtingen moeiteloos invulde: Wim Janssens tekent live voor een warme donkere stem en veelgelaagde gitaarlijnen – de man hanteert zijn loop-pedaal meesterlijk. Joy Adegoke voegt daar intrigerende zangmelodieën en een beat aan toe. De catchy electronica die daaruit resulteerde, werkte hoogst aanstekelijk. Een geslaagd begin van de avond.

Een totaal ander, weelderig geluid bij het Londense Revere. Editors, Elbow en Arcade Fire: het zijn niet de minste namen waarmee deze zevenkoppige (!) band in de Britse pers al vergeleken werd -- hallo, Bart Steenhaut? Deze relatief jonge band heeft zelfs al een eigen Wikipedia-pagina. Melodie en melancholie lopen als een rode draad door de bombastische maar energieke pop. Vooral "I Won't Blame You" zorgt daarbij voor een eerste echt kippenvelmoment. Bombast en handklapmomenten in een cafeetje: het moet kunnen. En dat met snelle violen, een melancholische piano en volumineuze gitaren. Wat ons betreft, kan Revere al op Werchter staan. Ook Herman Schueremans had er moeten bij zijn.

Andermaal een demarrage; ditmaal voor, ironisch genoeg, de uptempo garagepunk van Traumahelikopter. "Tiens, zijn de Ramones hier terug?", zullen de ouderen gedacht hebben. Maar het overwegend jonge publiek in de Balzaal kan de Nederlanders wel smaken, zelfs wanneer de gitarist een nummer tot driemaal toe verkeerd inzet. Pijnlijk. Of ligt het aan het Belgische bier dat hij niet gewend is? Wanneer het trio de draad weer oppikt, klinkt het uiterst efficiënt en agressief. De drummer heeft enkel een snare, cimbaal en floor tom nodig om het publiek op te jutten. Enige opmerking: deze band had in een kleiner zaaltje, misschien zelfs vuiler café, moeten staan.

Op papier maakt Yuko tegelijk dansbare en breekbare folkliedjes met een elektronische inslag. Hun laatste wapenfeit dateert van 2011 en Yuko’s aanwezigheid op Glimps bleek dan ook een prelude voor de release van een derde album begin volgend jaar. Blij toe om eindelijk kennis te maken met deze groep, want in de luie zetels van het Conservatorium in Gent was het heerlijk wegdromen. Yuko bracht zijn ingetogen melancholie, vrolijk en triestig tegelijk, op een technisch hoogstaande wijze. Het geheel deed bijwijlen Sigur Rósiaans aan en komt na de loeiharde punk van Traumaheliktopter als een fijne afwisseling. De juiste muziek op de juiste plaats.

In de Kinky Star start Please The Trees twintig minuten te laat aan zijn set. Dat is veel als je er als toeschouwer een strakke timing wil op nahouden. Maar het blijft voor de band erger dan voor het publiek. Wie speelt op Glimps, en zeker van ver komt, kijkt maandenlang uit naar een festival waar je jezelf in de kijker kan spelen.

De band rond de Tsjechische frontman Vaclav Havelka is al een klinkende naam in de lokale indiescene -- jawel, die bestaat -- en wordt in het programmaboekje aangeraden door programmator Eric Smout. Kan geen slechte keuze zijn, dachten we, en zo is het. Het zware, sombere geluid overheerst bij de band, zelfs wanneer een storm van gitaren en repetitieve drums plaats maakt voor meer akoestische rust. Havelka speelt niet alleen contrasten uit -- zowel folk, rock, pop als psychedelica passeert de revue -- hij zoekt ook maar al te graag contact op met het publiek. Op het einde van de verschroeiende set, wanneer het publiek in het café al flink uitgedund is, geeft hij zijn gitaar doodleuk aan een toeschouwer. Maar gelukkig speelde Please The Trees zich ook muzikaal in de kijker.

Nog zo'n verschrikkelijke genreterm: drone pop. Dat zou opgaan voor de Noorse Carmen Villain, geboren in de States maar tegenwoordig in Londen geresideerd. In mensentaal: het voormalige model combineert mooie zanglijnen met donkere en verwrongen gitaren en een subtiele beat, die soms storend overkwam. Sonic Youth, maar dan zonder drums. Het publiek, dat voor een muur van gitaren kwam te zitten, heeft iets anders verwacht en geeft er na een paar nummers de brui aan. Wie wel overtuigd was, liet zich moedwillig bedwelmen door de zware, doch dromerige klanken, zoals in het overtuigende "Lifeissin". De twee begeleidingsmuzikanten spelen echter te veel foutjes om de luisteraar van begin tot einde mee te sleuren in een trip. Ook de afwisseling kon beter. Na wat bijschaafwerk kan deze act al in een intieme tent op een zomerfestival. Desnoods nemen we Carmen Villain zelf mee naar Pukkelpop.

Bij aankomst van Team Enola in de Vooruit lijkt de ene helft van de stampvolle Balzaal geïntrigeerd door de bigband MannGold De Cobre, voor de achterste helft is het niet meer dan achtergrondmuziek bij een pint en een babbel. MannGold bestaat normaal uit gitaristen Philipp Weies en Rodrigo Fuentealba, bassist Maarten Standaert en drummers Karel De Backer en Matthias Standaert, maar wordt bij gelegenheid aangevuld met twee tenorsaxen, twee baritonsaxen, twee trompetten en twee trombones. Resultaat is een muzikale orgie met liefst dertien muzikanten. We hebben de indruk dat deze bezetting iets te veel van het goeie is.

Want inderdaad: met de blazers lag de nadruk eerder op virtuositeit dan op de rauwe kracht en spanning. De uitgebreide MannGold moet inderdaad aan power inboeten, maar niet getreurd: de drums en gitaren blijven voor suspense zorgen. Wanneer een van de saxofonisten in actie schiet, ligt de nadruk helemaal op zijn virtuoze spel. Maar tegenvallen doet MannGold de Cobre niet. Integendeel, het is een weergaloze band met een uniciteit die op Glimps amper wordt benaderd. En het festival bulkte sowieso van de originele bands.

De Glimps-tocht was goed voor zowel hoogtepunten (onder meer de Belgen van Flying Horseman en Joy Wellboy) als aangename verrassingen (Yuko, Claire en Sun Glitters). Maar er waren ook beloftevolle namen die het (nog) niet volledig waar maakten (Oum Shatt en Carmen Villain). Ondanks enkele hindernissen op het parcours -- het uurschema dat niet altijd werd nageleefd en de volle zalen -- waren er genoeg supporters en sfeer. Een dikke pluim dus voor de organisatie om zo'n festival draaiende te houden.

E-mailadres Afdrukken