Banner

Boomtown Festival

22-26 juli 2014, Kouter

(lh), (sk) & (gvdb) - foto's: Sarah Badisco / Gert-Jan De Baets / Linde Van Syngel - 23 juli 2014

Het vijfdaagse Boomtown tijdens de Gentse Feesten pakt opnieuw uit met een ijzersterke affiche -- eigenlijk een van de beste festivalline-ups deze zomer -- met zowel jonge toppers van eigen bodem als grote namen uit binnen- en buitenland en jong geweld. En het moet gezegd: editie 2014 was weer een schot in de roos.

65daysofstatic. Girls In Hawaii. The Sore Losers. Mintzkov. Wallace Vanborn. Deze toppers kon de Gentse Feestenganger gratis zien op de Kouter in Gent. Daarnaast kan u in de chique Handelsbeurs tegen betaling intiemere namen als Son Lux, Flying Horseman en Yuko aanschouwen. Voor amper 12 euro kon u twee topnamen op dezelfde dag in van de twee zalen van de Handelsbeurs bekijken. U kan het al merken aan de line-up: het alternatieve muziekfestival, dat in 2002 startte als een initiatief van Café Video aan de Oude Beestenmarkt, is uitgegroeid tot een niet te missen evenement. Geen wonder dat de abonnementen (40 euro voor vijf dagen) uitverkocht raakten.

Dinsdag 22 juli

Wat het Sint-Baafsplein is voor liefhebbers van ambiance en Polé Polé voor fans van exotische dansmuziek, is Boomtown vanaf het eerste uur voor liefhebbers van alternatieve muziek. Bij aankomst op het plein rond half 9 is het festival dan ook volledig losgebarsten. Fans van het verschroeiende werk vinden meteen hun gading bij (stoner)rockband ID!OTS en noisegezelschap Raketkanon, dat zijn laatste optreden speelt voor de opnames van een nieuwe, tweede plaat bij mister Steve Albini in Chicago.

Donderdag krijgt het Gentse label Unday een volledige binnenprogrammatie die aan hen wordt gewijd, maar op de eerste avond van Boomtown krijgen we alvast een voorsmaakje met I Will, I Swear. Het Gentse collectief (met z’n negenen vanavond) rond componist Jonathan Van Landeghem en zangeres Fien Deman heeft weliswaar slechts een single en een losse track op de compilatie Music For Undays uitgebracht, maar krijgt op basis daarvan best al veel (internationale) aandacht en speelkansen. Tekenend voor de muziek die ze brengen zijn de eerste rijen van het publiek: jonge meisjes die zich helemaal laten inpakken door de nogal zeemzoeterige pianoballades die bulken van de melancholie. Toegegeven, ondanks de hoge clichématigheidsfactor werken veel van hun songs best wel goed, al is ook erg duidelijk dat dit een studioproject is waaruit een liveband ontstaan is en niet omgekeerd: I Will, I Swear was hier vooral een wat statige band die niet echt boven zichzelf wist uit te stijgen. Ongetwijfeld is dat iets dat met de tijd zal verbeteren, maar dan moet er ook in het songmateriaal geknipt worden, want veertig minuten lang kon de band hier niet boeien.

Wie dat wel moeiteloos kan, is Douglas Dare. Voor de eerste keer in lange tijd staat de jonge Brit solo op een podium -- normaal gezien wordt hij begeleid door een muzikant op drums en electronica, maar die zat toevallig in Australië -- en het is even wennen voor hem om de songs van zijn debuutplaat Whelm in hun naakte versies voor niet meer dan piano en stem te spelen. Tegelijkertijd zorgt het er wel voor dat hij hier volledig zijn eigen zin kan doen, wat voor een erg ongedwongen sfeer zorgt, zeker omdat Dare niet alleen goede songs maar ook amusante bindteksten brengt. Hier en daar valt het gebrek aan begeleiding wel op, zoals in een wat kaal “Unrest”, maar ook daar blijft duidelijk wat een begenadigd songschrijver Dare is. Met een melodische diepgang in zijn pianospel die vreemd is aan de meeste andere singer-songwriters, een indrukwekkend stembereik en poëtische beslommeringen weet Dare de volledige club in te pakken. Uitschieters waren er in een ronkend “Nile” en vooral in het breekbare melancholische “Caroline”.

De soundcheck van Steak Number Eight is zodanig luid dat het de slaapkamerpop van I Will, I Swear overstemt. Over naar het optreden van de West-Vlaamse metalband. Dat had gerust al bij duisternis mogen beginnen, want aan de loodzware sludge blijft een donker kantje hangen, en dan vooral aan prijsbeest “The Sea Is Dying”. Ook op “Black Fall”, “Black Eyed” en “Dickhead” wordt er lustig geheadbangd door band én publiek. Steak Number Eight bewijst op Boomtown nogmaals dat het ook op grotere festivalpodia toeschouwers kan omver blazen. Maar verrassend is dat allemaal niet meer. Volgende logische stap lijkt een nieuwe beukplaat opnemen en misschien de grote zaal van de AB uitverkopen?

alt

Twintig minuten ver in de set en nog maar twee nummers gespeeld? This must be postrock. Weet u nog toen elke postrockband klonk als een afkooksel van Explosions In The Sky? EF stamt uit die periode, al zijn ze gaandeweg hun geluid wel wat meer gaan opentrekken met vooral veel aandacht voor emotionele vocals. Roffelende marsdrums, twinkelende gitaren en songs die tien minuten lang doorheen allerlei opbouwen, afbouwen en uitbarstingen vloeien. De jarenlange ervaring van het vijftal zorgt ervoor dat ze spelen als een gerodeerde machine: postrock die dan wel cliché klinkt, maar wel sterk gebracht wordt. Goede stijloefeningen dus, maar een wereldschokkend optreden kan je van EF toch niet verwachten.

Net als bij Steak Number Eight is de setlist en podiumprésence van 65daysofstatic, een paar dagen geleden nog te zien op Dour, voor de habitué allerminst een verrassing. Maar voor wie de hyperactievelingen uit Sheffield voor het eerst aan het werk ziet, zijn ze ronduit overweldigend. Niet alleen omdat hun postrock zo atypisch is -- electronica en agressieve drums zijn van in de beginne de geheime wapens --, ook omdat ze live een brok energie zijn. In die zin zijn ze ook, door hun voorkeur voor DIY, meer punkers dan rockers. Uiteraard gaat het publiek volledig uit de bol op “Dance Dance Dance”, cultklassieker “Retreat! Retreat!” en het sentimentele hitje “Radio Protector”, dat daarom niet minder verschroeiend overkomt. Zelfs wanneer de PA uitvalt, kan het publiek niet anders dan de band op handen dragen. Na de laatste sonische explosie “Safe Passage” kunnen we alleen maar met de rest van de Kouter, dat een encore eist (maar niet krijgt), besluiten dat 65daysofstatic een meer dan terechte headliner is voor een overtuigende eerste dag Boomtown.

Woensdag 23 juli

Dag twee van Boomtown bood wederom genoeg variatie om muziekliefhebbers van alle genres aan hun trekken te doen komen. Voor de fans van het betere geschifte werk waren er Japan4, Black Cassette en Gruppo di Pawlowski, voor wie een neus heeft voor de betere Waalse rock stonden Robbing Millions en Girls In Hawaii klaar en wie uit was op muzikale magie moest aanschuiven voor Amatorski en Son Lux.

Opener van het programma op woensdag is de intussen vaste opwarmer van Girls In Hawaii: het Brusselse Robbing Millions, een van de beste nieuwkomers van over de taalgrens. Het vijftal maakte vorig jaar op Glimps Festival al een zeer sterke indruk en dat kunstje mogen ze nog eens overdoen op de Kouter, waar er ondanks het vroege uur al wat volk komt opdagen. Hun verrukkelijke hit “Tenshinhan”, een nummer om op slag euforisch van te worden, komt vrij vroeg aan bod, maar het vijftal heeft ook meer ingetogen nummers en een lange psychedelische jam in petto. De intelligente popsound doet qua sfeer soms denken aan Alt-J, maar Robbing Millions klinkt origineel genoeg om ook buiten België aan te slaan. Benieuwd waarmee dit aangename gezelschap in de toekomst op de proppen komt.

alt

Met Black Cassette staat de in Antwerpen woonachtige Nederlander Sjoerd Bruil (met Mauro, Tim Vanhamel, Sukilove en Broken Glass Heroes op zijn cv) nog eens in de schijnwerpers als frontman. Bij het eerste nummer is het nog wat zoeken naar een evenwichtig geluid, maar in het tweede nummer, het naar Prince neigende “Don’t Want You To Go”, klinkt de eightiespop met een serieuze hoek af zoals het moet. In “Strangest Thing” bewijst Bruil dat hij ook een dragende stem heeft, terwijl veel andere, behoorlijk funky nummers worden gedragen door een strakke ritmesectie bestaande uit Pascal Deweze en Jeroen Stevens en Han Swolfs op synthesizer.

Bruil en co brengen ook variatie in hun set, want na een nummer vol scheurende gitaren, waarvan de titel ons even ontglipt, krijgen we de eerste single “Distant Call” te horen. Een verrukkelijk zomerlied dat poppy maar o zo eigenzinnig klinkt: 100 procent Black Cassette dus. Na een swingend “Empty Bottle” pakt Black Cassette nog eens verschroeiend uit. Afsluiten wordt gedaan met het prachtige, filmische "No Matter What" waarin Bruil zijn liefde voor Ennio Morricone niet verstopt. U begrijpt het goed: deze band is van alle muzikale markten thuis en dat leverde niet alleen al een puike plaat (CIRCO) op, maar nu ook een optreden om van te snoepen. De afwezigen hadden ongelijk!

Nog iets meer in de spotlights als frontman staat Mauro Pawlowski bij zijn nieuwste muzikale uitspatting, Gruppo Di Pawlowski. Hij rolt over het podium, steekt de microfoonstandaard in zijn kraag en klopt zijn microfoon tot bloedens toe tegen zijn voorhoofd. Inderdaad, bij een asociaal feestorkest als Gruppo Di Pawlowski gebeurt er nog eens wat op een podium. De band zweeft in de Handelsbeurs drie kwartier lang tussen chaos en genialiteit, waanzin en euforie, humor en agressie, want “een uur kunnen we toch niet volspelen”, aldus Pawlowski zelve.

Met debuutplaat Neutral Village Massacre werd de avant gardechaos van OTOT, het pseudoniem waarmee hij in 2006 Truth and Style uitbracht, officieus nieuw leven ingeblazen, maar live komt Gruppo Di Pawlowski even verschroeiend over als Evil Superstars twintig jaar geleden. “Watch Me!” brult Mauro in opener “Do The Watching The Ex-Wives Dance Dance” terwijl drummer Jeroen Stevens en bassist Ben Younes een heerlijk dansbaar ritme inzetten. Ook bij een trager nummer als “Phone Calls From A Ruin" en die geniale cover van “Jonge Helden” (Arbeid Adelt) doen gitaristen Elko Blijweert en Sjoerd Bruil wat ze moeten doen: verwoestend uithalen. Maar dan moeten “Good News For Women”, een B-kantje van Evil Superstars’ “It’s A Sad Sad Planet” dat twee keer gespeeld wordt, en brandbom “Experiments In Haste” nog komen. Eerlijk: we hadden in het publiek nog wat meer rumoer verwacht, maar waarschijnlijk is de volle zaal afgeschrikt door de strapatsen van Pawlowski. Zo’n optreden gaan we hoe dan ook op Boomtown, en bij uitbreiding tijdens de rest van het jaar, niet meer meemaken; dat staat nu al vast.

Donderdag 24 juli

Trixie Whitley ligt er onder contract, Bert Docks heeft er ondertussen al drie projecten gestald, en een hoop fijne opkomende bands (I Will, I Swear; Blackie & The Oohoos) vindt er de perfecte broeihaard: het Gentse Unday Records, dat op woensdag een eigen label night kreeg aangereikt. Soms is nomen geen omen: Unday betekent zoveel als ‘een verloren dag’, maar wat (sk) te horen krijgt in de Handelsbeurs kan daar moeilijk verder van liggen. Ondertussen houdt (lh) op de derde Boomtown-dag nog twee bands in de tent in de gaten.

Flying Horseman stond later op de avond geprogrammeerd, maar frontman Bert Dockx – u kent ’m ook van het verbluffende Dans Dans – mocht al vroeger de bühne op met zijn Nederlandstalig soloproject Strand. Pas in september ligt de eerste plaat in de rekken, en tot nog toe waren niet meer dan twee nummers vooruitgestuurd middels een 7-inch in beperkte oplage. Dat maakte van dit concert een officieuze avant-avant-première, waar Dockx zich voor een klein groepje enthousiastelingen nog maar eens een immens talent toonde.

Strand is Dockx op zijn naaktst: zijn stem en een akoestische gitaar vormen het vehikel waarmee hij in zijn moedertaal rillingen aan de lopende band over je ruggengraat laat lopen. “Als ik weet wat jij niet weet, en ik zie wat jij niet ziet”, de aanzet van het eerste nummer, zet de toon voor een set vol spookbeelden, donkere hersenschimmen à la David Lynch en ontheemding in een impressionistisch palet. Een foto van zijn ouders op het strand lag aan de basis van “Strand”, een song die een gevoel van onbehagen over de muren van de zaal doet sluipen. Andere songtitels zijn overigens even kort en krachtig beeldend: “Droom”, “Haat”, “Dood”, “Land”. Het licht liet-ie nergens binnen.

Stilistisch ligt dit soloproject tussen het gitaartechnische van enerzijds Dans Dans en – naar Dockx’ eigen zeggen – de Amerikaanse fingerpicker John Fahey en anderzijds de kleinkunst van Wannes van De Velde. Maar bovenal bleek Strand het beste van Bert Dockx te vatten: vervaarlijk en intiem, donker, bedwelmend. Akkoord, de frontman was nog een tikkeltje zenuwachtig, kwam daardoor nogal onwennig over – “Fijn dat jullie hier zijn, het is keigoe weer buiten”, met een dik Antwerps accent – en lag nogal vaak in de clinch met zijn eigen gitaar die hij aan het einde een onhandig ding noemde, maar teleurstellen deed-ie nergens.

Nog eens een metalband die kan verrassen! Dat is het eerste dat je kan zeggen als je Justice de Julia II beluistert. Brutus, dat ondertussen zijn set begonnen is in de Boomtown-tent, speelt niet alleen eigenzinnige sinistere post-metal, maar heeft met drumster Stefanie Mannaerts, die ook furore maakt met shoegazeband The Spectors, nog eens een opvallende frontzangeres in zijn rangen. Geen wonder dat deze piepjonge band de Red Bull Bedroom Jam won, waardoor ze vorige week op Dour Festival mochten aantreden.

De bandnaam dekt ook live niet de volledig lading, want het trio zweeft een halfuur lang tussen hard en zacht, melodie en brute kracht. De combinatie van Mannaerts’ beukende drums en ijle stemmen, Peter Mulders’ verschroeiende bassen en de melodische gitaren van Stijn Vanhoegaerden werkt wonderwel. En Mannaerts kan echt wel zingen. Brutus is zonder twijfel een van de ontdekkingen van deze Boomtown-editie. Benieuwd wat de toekomst voor deze drie getalenteerde muzikanten in petto heeft.

Hydrogen Sea, het jonge duo waarachter PJ Seaux en vocaliste Bisen Uçar schuilgaan, heeft niet meer dan een EP en wat losse nummers op zijn conto, maar dat is genoeg om hoge ogen te gooien.. De dromerige synths en elektronica houden het midden tussen ijskristallen en warme gloed, en Uçars zanglijnen versterken dat gevoel alleen maar. “End Up”, vanop die recente EP Court The Dark, voelt als ontluikende liefde op een donkere poolnacht.

De twee jonge wolven missen duidelijk nog wat podiumprésence, maar op hun songs valt weinig af te dingen. De zang is altijd breekbaar maar trefzeker, en PJ Seaux lijkt met momenten gewoon geboren tussen synths en elektronische apparatuur. Zijn drumcomputer laat-ie soms subtiele loops maken die een nummer kunnen dragen maar niet overheersen – zie “Leave A Mark” – maar in een met momenten knetterend “My Heart” toont hij zich ook beheerser van het betere Jamie XX-knoppenwerk. Hydrogen Sea is nog in volle ontwikkeling, maar je voelt dat dit een band is die wel eens pijlsnel de hoogte in zou kunnen schieten.

alt

Geen gebrek aan podiumprésence bij Eagulls, wel integendeel, en we weten ook al perfect wat te verwachten van de vijf lads uit Leeds: explosieve, onversneden postpunk zoals Joy Division, The Cure en Killing Joke ze vroeger ten gehore brachten. De jonge band ging op bezoek bij David Letterman, ging op de hort met Franz Ferdinand langs Britse concertarena’s en speelde zelfs al in de Royal Albert Hall met Suede, maar Eagulls komt nog altijd het beste tot zijn recht in een kleinschalige locatie zoals de tent op Boomtown. Vanaf de eerste heerlijk galmende gitaren van “Tough Luck” is het duidelijk: dit Eaguls klinkt nog efficiënter, beter en luider dan in 019 in april.

Door het vele touren heeft Eagulls al een ijzersterke livereputatie, waarbij in elk nummer nog eens de nodige accenten worden gelegd. Er zijn de punkachtige razernij (“Nerve Endings”, “Footsteps” en “Fester/Blister”), meer melodische postpunk (“Amber Veins”) en ultradonkere prijsbeesten als “Hollow Visions” en onze favoriet “Possessed”. Dat de band er ondanks de agressieve muziek rustig bijstaat op het podium, kan wel eens verkeerd geïnterpreteerd worden. Pose of niet: als je George Mitchell bezig ziet, lijkt hij op de reïncarnatie van Ian Curtis. En bovendien klinken de reverbgitaren alsof ze gepikt zijn van The Cure en The Stone Roses. Eagulls blijft meer postpunk dan punk en lijkt daarmee de opvolger van Savages als de terechte postpunkhype van het jaar. Misschien is Eagulls wel iets voor het Sonic City-festival dit najaar?

Tegelijkertijd is het in de Handelsbeurs tijd voor Bert Dockx, bis, met Flying Horseman dat sinds het succes van derde plaat City Same City een steeds groter publiek weet te trekken. Een hapklare boterham kreeg je niet op je bord, maar wel één uit erg grof gesneden donkerbruin brood. Ook ditmaal was er weinig plaats voor licht door de ramen, maar Bert Dockx ruilde het kale strand wel in voor een ontembaar broeierige zee.

In “T.M.L.” – “There’s too much love” wordt hier als een mantra uitgedragen – huilen de gitaren tergend hard, als voorbode voor de angstige en koortsige zweetdroom die Flying Horseman meer dan een uur liet weergalmen. Een snikheet “City” doet het met opruiende postrock- en bluesstructuren, Landlord houdt het aanvankelijk kalmer en bedeesder met subtiel houtslagwerk – wat een drummer is die Alfredo Bravo, zeg – en ijzingwekkende soundscapes die erop waakten dat de sfeer nooit naar gezellig doorsloeg, maar verderop zocht het nummer steeds meer de sferen van de ziedende psychedelische folk op.

Dreigende donderwolken kreeg je ook in “America Is Dead” en “Bitter Storm”, waarin het jazzy gitaargeweld plaats ruimde voor zachte maar omineus in je oor gespuwde dystopische beelden -- ook dat deed deze band voortreffelijk. Of hij zich in een beklemmende eenzaamheid dan wel in een rokerige, bruin uitslaande grootstad bevindt, het muzikale universum van Bert Dockx blijft altijd even imposant als bevreemdend.

De uitgeleide van de label night van Unday Records is voor Yuko. Kristof Deneijs, zichtbaar verrukt voor om een mooi volgelopen clubzaal te spelen, leidt zijn groep door een set die het midden houdt tussen fluisterpop – zie een bitterzoet “The Idealist”, waarin al je dromen futiel blijken - en zwierig excentrische indietronica. Die tweede pijler blijkt de stevigste: “When I’m Awake I’ll Handle It” doet onstuimig haasje over met John Wizards, en daarvoor had “Justine Part 1” al een eerste keer aan de boom geschud met stevige strepen funk.

En dat gebeurde eigenlijk te weinig in deze set. Het eerst deel van “She Keeps Me Thin” gooide weliswaar de extase naar je kop als een marktkramer die zijn spullen dringend kwijt moet – vooraleer de song evolueerde naar het ingetogen contrapunt – maar door de band genomen modderde dit concert te veel aan. Te makkelijk te verhapstukken en te weinig weerhaken, zelfs in het scheurende “First Impression”, met een hoofdrol voor bassist Thomas Mortier. Jammer, want de band wou had er wel zin in en Yuko heeft ook genoeg knappe songs om een uurtje te begeesteren – maar soms wil het vuur gewoon niet branden.

Zaterdag 26 juli

We willen het amper geloven, maar wanneer Little Trouble Kids met hun sinistere noten omstreeks 18.40 uur hun set inzetten, is de laatste dag van Boomtown 2014 begonnen. Naast internationale topacts als The Chills en My Sad Captains zijn er zaterdag vooral veel Belgen te aanschouwen: van een muzikale duizendpoot (Mauro Pawlowski) over piepjong talent (Bazart) en een frontman die solo gaat (Bert Ostyn) tot een pletwals als afsluiter (Wallace Vanborn, wie anders?)

Waar voor zijn geld krijgt de betalende Handelsbeursbezoeker meteen bij Little Trouble Kids. Als er een band is die het less is more-principe op meesterlijke wijze in de verf zet, is het de band rond Thomas Werbrouck en Eline Adam wel. Intussen hebben ze hun derde plaat uitgebracht waarop ze de luisteraar in de greep houden met duistere noisepop. Er is ook een andere band ontstaan, want er is tegenwoordig een derde trouble kid: percussionist Jonas Calu. Zonder twijfel een aanwinst.

Little Trouble Kids live meemaken, is meer dan een optreden. Het is een meeslepende ervaring opgebouwd rond efficiënte drumslagen, een intrigerende vrouw en snerpende, minimalistische gitaren. Zo is het hypnotiserende en repetitieve “Myrninerest” als een tribale zuivering waarbij de deelnemer verlost wordt van zijn demonen. Werbrouck en Adam haalden voor de nieuwe plaat dan ook inspiratie bij de voodoocultuur. Maar ook een opzwepend “Haunted Hearts”, ingetogen “Medals & Scars”, ouder werk van Adventureland en een cover van “The Mercy Seat” van Nick Cave kruipen onder de huid. Boeiend en verschroeiend: Little Trouble Kids brengen de twee adjectieven samen.

Of Geert Bourgeois tevreden zal zijn met Bazart weten we niet geheel zeker. De nieuwe Vlaamsche leider wil meer Nederlandstalige muziek op de radio horen, maar de vijfkoppige Gents-Antwerpse band laat zo’n rijk klankenpalet horen dat het genre “Nederlandstalig” overbodig wordt. Net als Senne Guns, Spinvis en Hannelore Bedert verlost Bazart Vlaamse muziek van zijn grijze imago -- misschien moet Geert bij hen maar eens in de leer gaan? Soit, de sfeervolle poprock zweeft constant tussen alles wat zich tussen The National en Spinvis bevindt. Het is nu al meer dan duidelijk dat de samenzang en melodieën die je doen wegdromen de sterkste punten van de band zijn. En met “Meer Dan Ooit" bewijzen de vijf energieke muzikanten al dat ze een oorwurm kunnen maken.

“De beste Belgische band? Mauro!”, zal menig Belgisch muziekkenner zeggen. De muzikale duizendpoot weet ook op Boomtown van geen ophouden. Na passages met Gruppo Di Pawlowski en Flat Earth Society komt Mauro Pawlowski langs met Hitsville Drunks, de rotaanstekelijke seventies rockband waarmee hij eerder dit jaar het goudeerlijke plaatje Sincerely Avarage uitbracht. Live wordt hij bijgestaan door oude bekenden Jan Wygers, Herman Houbrechts en Sjoerd Bruil, die zich in de kijker speelt met doeltreffend solowerk. Het is bovendien ook voor Bruil zijn derde Boomtown-optreden, na eerder hoge ogen gegooid te hebben met Black Cassette en Gruppo Di Pawlowski. Nummers als het heerlijk toegankelijke “Clean Adult Fun” en een rockend “Cracking Up” van Nick Lowe komen perfect tot hun recht op het hoofdpodium van Boomtown, maar meer sfeervolle brokken als “Distant Love” en “Never A Strange Man” hadden we liever in een kleine, intiemere zaal gehoord. Niettemin: zuivere hattrick voor Pawlowski en Bruil.

We hadden ook voor de prettige indiepop van The Hidden Cameras kunnen kiezen, maar het zijn tenslotte Gentse Feesten en dan moest en zou het Gentse Wallace Vanborn de perfecte Boomtownafsluiter worden. Onder het motto “Laten we eruit gaan met een knal” koos de Boomtownorganisatie voor de driekoppige rockmachine die uw gehoor al teistert sinds 2005. Dat het legendarische concert in de Vooruit van vorig jaar kan geëvenaard worden, lijkt al uitgesloten van bij de eerste nummers gezien het gebrek aan sfeer onder de massa aanwezigen en decibels op de Kouter.

Het optreden mag dan dus niet de kopstoot zijn die het laatste zaaloptreden van de drie rockers (voor ze de studio indoken met de grote Chris Goss) was, toch wordt er op “Found in L.A.” en traditionele afsluiter “Cowboy Panda’s Revenge” vooraan duchtig gepogood. Dé climax is echter een nieuwe nummer (iets met het woord “Sea” in de titel) waarin een duidelijke toets van Kyuss aanwezig is. Het nummer heeft nog altijd een stoerheidsgehalte om u tegen te zeggen, maar laat ook meer diepgang horen. Wallace Vanborn overrompelt niet alleen met “Atom Juggler” en “Cougars” -- want het blijven bulldozers van nummers --, ook bij nieuwe nummers staat Pletwallace als een goed geoliede machine te spelen. Il faut le faire. De thuismatch was dan qua geluidsvolume niet verschroeiend als ze moest zijn, Wallace Vanborn is en blijft een van de beste Belgische rockbands. En nu uitkijken naar die langverwachte nieuwe plaat!

Boomtown blijft één van de best georganiseerde -- in amper 48 uur de boel opbouwen en afbreken is een huzarenstukje --, gezelligste en meest ecologische stadsfestivals met lekker eten van België. Boomtown is meer dan een muziekevenement, een sterk concept waarbinnen alles past. Van het herkenbare affichedesign door We Became Aware over de expo over taal en tekst tot de herbruikbare bekers met naar Gentse Feestennormen goedkoop, fris bier. En daar blijft het niet bij. Volgend jaar wil men de zelf ontworpen ecologische BoomBar voor de eerste keer uittesten. Wij beginnen alvast af te tellen naar de editie van 2015, maar gelukkig is er in het najaar alweer Glimps, op 11, 12 en 13 december.

E-mailadres Afdrukken