Banner

Dead Neanderthals

6 november 2014, Magasin 4

Guy Peters - 07 november 2014

Hoe toepasselijk dat een bewogen dag in Brussel afgesloten kon worden met muziek die er nog een vlammend uitroepteken achter zette. Een driekoppig Dead Neanderthals bracht in Magasin 4 een uitvoering van zijn recente muilpeer Prime.

We hebben op deze pagina’s intussen al voldoende zitten pennen over de productiviteit en de onophoudelijke gedaanteverwisselingen van Dead Neanderthals. Of beter: het voortdurend van schouder wisselen van het geweer, ondanks die vrij beperkende line-up van sax en drums. Otto Kokke en René Aquarius halen daar echter meer uit dan je voor mogelijk houdt, waardoor de steeds uitzettende discografie (dit jaar ook alweer verdikt met een split 7” en twee albums) een knap voorbeeld is van maximaal rendement.

Was DNMF, de samenwerking met Machinefabriek, een experiment waar een oefening in balanceren en studiowerk bij kwam kijken, dan liet Prime een band horen die tekende voor een rechtstreekse aanslag. Samen met de Britse saxofonist Colin Webster leidde het tot een monumentale marathon van veertig minuten waarbij Aquarius onophoudelijk met machinegeweerdrums in de weer was en de twee baritonsaxen scheurden met onverbiddelijk furie.

Of dat ook live zou werken? Tuurlijk wel, maar al snel ging je beseffen dat zelfs een bloedrauwe plaat als Prime niet zomaar te recreëren is qua sound. Aquarius’ drumwerk zat aanvankelijk ongelijk in de mix, waardoor snare drum en cimbalen zoek leken en basdrum- en floor tom-slagen donderden alsof het ging om een patserige metalshow. Dat klonk zwaar en potig, dat wel, maar het beroofde de muziek aanvankelijkheid een beetje van zijn snedigheid en agressie.

Nochtans was het van meet af aan best indrukwekkend om die twee saxen naast en door elkaar te horen jammeren en scheuren. Kokke, iets meer in beweging dan z’n collega, bleef vaak in een lager register, met lange, ronkende uithalen, die met een manische overtuiging herhaald en gevarieerd werden. De onverstoorbare Webster was misschien iets meer de man van het gegier en geschuur, met hier en daar onaardse klanken die uit de klankbeker geperst werden. Maar uiteindelijk passeerde het allemaal zoals op de plaat: opgepompt stoombootgeronk, hysterisch gegil, bronstig olifantengeschetter, vogelgekwetter en de verklanking van puur geweld.

Natuurlijk ook waanzinnig repetitief en dus best een harde noot om te kraken, maar door het miniaal variërende drumwerk en de vele passages waarbij de saxen tijdelijk leken te versmelten, ook goed voor een trance die maar bleef aanhouden, ondanks de wisselende intensiteit. Het was dan ook opmerkelijk dat het bescheiden publiek wel bleef postvatten om die koppige bak herrie helemaal uit te zitten. Opnieuw: veertig minuten opruiende turbo-improvisatie die de nek omgewrongen werd met een climxroffel. Best indrukwekkend, al zou je het vooral ook eens willen meemaken in een kleine ruimte, zonder enige versterking. De impact gaat dan nog directer zijn.

E-mailadres Afdrukken
 
Dead Neanderthals

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST