Banner

Christopher Owens

13 november 2014, Trix Bar

Joris Vanden Broeck - 14 november 2014

Nauwelijks meer dan vijf jaar is het geleden dat Christopher Owens voor eerst van zich liet horen via Girls' Album. Een kleine hype zag het licht, maar zoals dat met die dingen gaat, richtte de korte aandachtsspanne van het publiek alweer elders op, waardoor Owens vanavond in de Bar van Trix staat, ondanks de eerder deze herfst verschenen fraaie tweede soloplaat A New Testament.

Echt jammer hoeft dat niet te zijn: Owens en zijn zeskoppige band, inclusief twee gospelgetinte achtergrondzangeressen, zorgen voor een fraai muzikaal weerzien, waarbij het er intiemer dan ooit aan toegaat, wat best wat wil zeggen na de passage in de Rotonde vorig jaar. Sinds die doortocht, verschoof Owens het accent van zijn muzikale aanpak meer richting zuidelijke staten, waardoor een heerlijk hybride popvorm gestalte krijgt die het midden houdt tussen Californische pop en Vegas-achtige sleazyness.

Het resultaat? Een bloedmooie opener: “My Ma”, ooit te vinden op de laatste van Girls, dat diep en pijnlijk klinkt, maar tegelijk heel verstild, met zijn orgeltje en de subtiele ooooh's die Tracy Nelson en Rita Eisenberg toevoegen. Luttele minuten later, tijdens “It Comes Back To You”, nemen beide dames net niet de vocale hoofdrol over en tillen gezwind het gebeuren naar een hoger level.

“Never Wanna See That Look Again” charmeert dan weer met zijn bijna knullige moodswings, dito tempowissels en southern vibe. Een groovy “Nothing More Than Anything To Me” toont dat er geen reden voor het publiek was om af te halen na Owens' hypemoment. De nieuwe aanpak mag misschien wat meer gezapig lijken, wanneer een flard “Can't Help Falling in Love” weerklinkt, dan blijkt dat subtiele verrassingen deel van het pakket geworden zijn.

Owens en zijn band werken immers met bijna onzichtbare weerhaken. Songs dienen zich schijnbaar achteloos aan, om onderweg te transformeren tot nagenoeg epische proporties, zoals blijkt uit het aanzwellende “Forgiveness”, dat niet veel later slechts een opmaat bleek voor een zinderend “Vomit”, waarmee het concert tot een climax en voorlopig einde komt.

“A Heart Akin The Wind” dient zich in de bissen immers aan als een bijna luchtige parodie op country zoals die vermoedelijk gebracht wordt in drankgelegenheden ergens diep in de Texaanse leegte. Maar door zijn bijna speelse aanpak, ook wanneer harten vertrappeld worden, weet Owens weg te komen met elke genrewending die hij aan het concert geeft.

Er mag dan iets vreemd kleinschalig over het gebeuren hangen, het lijkt Christopher Owens niet te deren dat het publiek in aantal geslonken is. Girls leeft voort in zijn voormalige frontman, die gestaag zijn oeuvre uitbreidt met songs die telkens zijn speelterrein een klein beetje uitbreiden. Wanneer aan het einde “Hellhole Ratrace” weerklinkt, is dat dan ook een call to arms waarmee Owens het publiek de nacht in stuurt, alsof hij zonet een Californische versie van The Invisible Republic in het leven heeft geroepen. Het is er absoluut nog niet dichtbevolkt, maar desondanks best aangenaam toeven.

E-mailadres Afdrukken