Banner

LES NUITS 15: Tobias Jesso Jr.

13 mei 2015, Botanique

Jeroen Verschakelen - 14 mei 2015

Zijn debuutalbum Goon was al een nostalgisch schot in de roos, en nu moet de jonge Tobias Jesso Jr. de wereld ook vanop het podium veroveren, wat hij vanavond voor het eerst op Belgische bodem probeerde. Als een ervaren cabaretier zich zou verdiepen in de werken van Randy Newman en Harry Nilsson, zou hij amper amusanter klinken dan deze joviale Canadees. Het feit dat hij meer songschrijver dan performer is, vertaalt zich live in een vermakelijke anti-show waarin Jesso zichzelf en het publiek op ludieke wijze weet bezig te houden. Met uitstekende songs, welteverstaan.

Vooraleer Jesso aantrad, mochten twee anderen nog even hun ding doen. Eerst was er Botaniqueresident Walter Hus, die verantwoordelijk was voor de imposante installatie van orgelpijpen op de achtergrond. Hij moest maar op de spatiebalk van zijn laptop duwen om een tribaal klinkende buizensymfonie in gang te zetten waaraan hij vervolgens zijn gesofisticeerde maar vloeiende pianospel toevoegde. Op ingetogen momenten klonk het als een elektronisch experiment, maar wanneer Hus voluit ging, kreeg het allures van epische filmmuziek -- al zat ’s mans David Lynchkapsel daar wellicht ook voor iets tussen.

Vervolgens mocht de schuchtere Flo Morrissey haar breekbare liedjes even op het publiek loslaten. Het amper 19-jarige zangeresje -- bedrijvig op gitaar en ook op piano -- bracht het soort zachte, psychedelische folk dat ook al bij Jessica Pratt te horen was. Wanneer haar zanglijnen moedig naar omhoog schoten, vielen er bovendien flarden Kate Bush of zelfs Amy Winehouse in haar stemgeluid te ontdekken, al is Morrissey duidelijk nog veel groener achter de oren. Zo stamelde ze dankbaar dat dit het eerste optreden was waarbij iemand de tekst van haar Beach House-achtige single “Pages Of Gold” kon meezingen. Schattig.

En toen was het tijd voor het echte werk. De charismatische Tobias Jesso Jr. kwam onder luid applaus wuivend uit de coulissen tevoorschijn en plofte neer achter de piano. Zijn debuutalbum Goon stond begin dit jaar garant voor schijnbaar gevoelige pianoballads die schatplichtig waren aan de jaren zeventig, maar die echter een vette knipoog meekregen van de slungel met het Samsonkapsel. Vanavond was die spreekwoordelijke knipoog nog nadrukkelijker aanwezig: Jesso trok gekke bekken tijdens het zingen, lachte in het midden van “The Wait” met zijn roadie die het gerammel van Walter Hus’ snaredrum moest komen verhelpen, en imiteerde een hilarische trompet op het einde van “Hollywood”. En ook zijn bindteksten zaten vol grappen en grollen -- onder andere over de legendarische makheid van het Belgische publiek; een publiek dat hij in de goed gevulde Grand Salon (overigens helemaal niet zo “grand”) nochtans zonder moeite op zijn hand kreeg.

Misschien was het maar goed ook dat Jesso het ludiek aanpakte: daar waar hij op plaat nog kon rekenen op de bijstand van zijn band, stond de bijna 30-jarige Canadees er vandaag alleen voor. De afwezigheid van zijn achtergrondmuzikanten stoorde zeker niet, al misten we de prachtige strijkers toch een beetje in het refrein van “Just A Dream”, nochtans een dijk van een song. Maar voor de rest wist de boomlange pianist het podium aardig te vullen op zijn eentje, of het nu was met een lichtjes slepende versie van het normaal gezien rijkelijk gearrangeerde “Can We Still Be Friends” dan wel met een solide performance van een ook op plaat vrij sober klinkend prijsbeest zoals “Hollywood”. De albumopener “Can’t Stop Thinking About You” klonk live echter nog wat voller dan het geval was op Goon, en daarom mag de bescheiden autodidact Jesso zich best wel op de borst kloppen voor zijn degelijke pianospel en dito zang. Een echte Elton John zal hij wellicht nooit worden, maar op zijn stem valt weinig aan te merken en zijn lange vingers dansen ook ogenschijnlijk moeiteloos over de toetsen. In het midden van de set greep hij voor een vertolking van de enige twee gitaarsongs uit zijn debuut, “The Wait” en “Tell The Truth”, naar het populaire snaarinstrument, en zo toonde hij dat hij ook daarmee uit de voeten kan.

Tegelijk staat de goedlachse Jesso erom bekend af en toe eens het begin van een nummer te verknoeien en dan gewoon opnieuw te beginnen, en dat gebeurde ook vanavond. Een andere performer zou op die manier zijn professionalisme te grabbel gooien, maar in de knusse Grand Salon vormde dat gestuntel geen beletsel voor het amusement, eerder integendeel. Het maakte dit onderonsje juist tot een gezellig huiskamerconcert van een hofnar die ondanks zijn overduidelijke talent niet al te serieus genomen wil worden -- of toch niet als performer. Jesso maakt er geen geheim van dat optreden niet zijn prioriteit is en dat hij vooral een carrière als songwriter wil uitbouwen, en met zijn performances probeert hij dan ook vooral het nuttige aan het aangename te koppelen. En aangenaam was het steeds, al ligt dat natuurlijk ook aan de kwaliteit van het bronmateriaal: naast de stuk voor stuk uitstekende songs van zijn debuutplaat waagde Jesso zich ook aan covers van Big Stars “Thirteen” en de door Ray Charles vereeuwigde klassieker “Georgia On My Mind” -- ditmaal zonder blozen of verpinken. Wees gerust: als Jesso sterke nummers kan blijven schrijven, dan is er geen reden waarom hij live niet lekker kan blijven dollen.

Tobias Jesso Jr. heeft het gevoel dat niemand echt onder de indruk is wanneer hij live een vertolking neerzet, maar het mooie is juist dat hij niet probeert te imponeren. Daardoor had zijn solo-performance een spontaniteit en waarachtigheid die u niet vaak ziet in het meestal griezelig perfect ogende popcircuit. Maar ‘s mans toekomstige festivaloptredens zouden wel eens een heel andere ervaring kunnen blijken, al zal u daarvoor voorlopig wel buiten de landsgrenzen moeten kijken.

E-mailadres Afdrukken