Banner

Peter Brötzmann & Steve Noble

4 oktober 2015, Parazzar (Brugge)

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 05 oktober 2015

De samenwerking tussen Brötzmann en Noble gaat intussen enkele decennia terug, al zijn daar pas de laatste jaren tastbare sporen van te vinden, met het in Brussel opgenomen I Am Here Where Are You als eerste echte debuutalbum van het duo. In Brugge kwam het tweetal nog eens orde op zaken stellen. Dat gebeurde met -- en we wikken écht onze woorden -- een bom van een concert.

De omstandigheden waren dan ook ideaal voor een ouderwets robbertje straatvechten, door de gezelligheid van de compacte Parazzar, de onmisbare introductie van uitbater Joeri Hostens en het publiek dat intussen weet dat diezelfde Hostens absolute stilte verwacht (en zich ernaar gedraagt). Samen zorgt dit ervoor dat concerten ter plekke uitgroeien tot belevenissen die steevast een enorm directe gebeurtenis opleveren. Het is alsof je op schoot zit bij de muzikanten. Of op een soms hardhandige bolwassing getrakteerd wordt, want de twee trokken bij momenten van leer met een ronduit dolle, furieuze woestheid.

Brötzmann zette de tarogato aan de lippen, Noble liet de mallets rollen en voor je een keer van rechts naar links en terug naar rechts gekeken had, waren de twee vertrokken voor een van die verpulverende uitweidingen: de Duitser driftig de kop schuddend en het zeurende instrument vastgrijpend alsof hij het de luchttoevoer wilde ontzeggen; een vrije flow van energie en ideeën, die bij momenten verrassend kaal was, maar steeds in your face en door Noble steeds opgejut met het soort energie waar een leger rockdrummers zo voor zou tekenen.

De man leverde een werkelijk machtige performance af, wendde die dubbele basdrum aan voor een maniakale stuwing, liet de stokken razen, tikken, hameren, stuiteren over de met speeksel en uitschuivende vingers bepotelde vellen en deed cimbalen gieren en zinderen. Zeker wanneer Brötzmann zelf de tenorsax hanteerde, leidde dat tot een explosieve barrage van kabaal, een orkaan van scheurende luchtverplaatsing en crashend metaal. Was de aanpak met Nilssen-Love onlangs eerder gericht op het verkennen van minder bekende, veelal ingetogen zones (o.m. door het gebruik van minder vertrouwde instrumenten), dan was het nu een frontale aanval met de bloedende emotie van een gospelsessie en gegier dat in de kalmere -- nu ja -- momenten zorgde voor een verscheurende, gebroken grandeur.

Het meest zachtaardige stuk was dat waarvoor Brötzmann de zilveren klarinet hanteerde. Daarmee verkeerde hij vooral in een hoger register en uitte hij plotse schreeuwen, terwijl Noble er in slaagde om de klankkleur van Han Bennink te verenigen met de woeste kracht van Nilssen-Love. Maar dan zonder een kik te geven. Razendsnel én precies. Imponerend. Voor de laatste twee stukken greep de rietblazer terug naar de tenorsax, waarbij het eerste opviel omdat het leek alsof de man een oude volksmelodie binnensmokkelde en het tweede omdat het op gang gebracht werd door een opzwepend, bijna exotisch ritme van de Brit.

Een korte solo van Noble spetterde met een ontembare uitbundigheid door de ruimte, terwijl Brötzmann afrondde op tarogato en er na een goed uur een punt achter zette. Het was met andere woorden een ontvlambare performance, van een Brötzmann die plots dertig jaar jonger geworden leek en een bevlogen, drummende motor, die een magistrale combinatie van kracht, techniek en instinct uit de mouw schudde. Niet het meest diverse concert van het jaar, maar qua muilpeer kunnen ze hier zelfs op Graspop het een en ander van leren. Wat een pak rammel. We bloeden nog steeds een beetje na.

Morgen (6/10) speelt het duo in Magasin 4 (Brussel).

E-mailadres Afdrukken
 
Peter Brötzmann & Steve Noble

Uit ons archief
Banner

TEST