Banner

Death Cab For Cutie

12 november 2015, AB

Matthieu Van Steenkiste - 13 november 2015

Ver buiten het bereik van zoiets triviaals maar oh zo belangrijk als airplay, houdt Death Cab For Cutie het al een indrukwekkende achttien jaar vol. Dat de groep met elke plaat zijn vaste fans blijft bereiken bleek in een net-niet-uitverkochte AB, waar de Amerikaanse indielievelingen een uitgebreide selectie uit hun carrière lieten horen.

"It's been so long!", klinkt het na een eerste openingssalvo. En zo is het maar net. De vorige keer dat Death Cab For Cutie in de Ancienne Belgique stond is alweer bijna tien geleden, en dat had nog wel wat voeten in de aarde gehad. De Belgische tak van platenfirma Warner had maar weinig zin gehad om Plans, de recentste plaat van de band toen, bij ons uit te brengen, en kreeg op cijfervlak ook ietwat gelijk: het was met een paar honderd exemplaren allerminst een seller. Groot was dan ook de consternatie toen de groep wél de AB – capaciteit 1800 – stevig uitverkocht.

Het was zo één van die momenten dat je besefte hoe hard de muziekwereld door het internet, en dan vooral het downloaden, was veranderd, en hoe belangrijk optredens voor een artiest waren geworden. Zelfs al is Death Cab For Cutie stricto sensu niet de meest spannende liveband; ook zij moeten vooral spelen om hun brood. En na enkele jaren Europa te hebben overgeslagen, toont de groep hier toch weer de neus aan het venster.

Veel is er niet veranderd. De AB is iets minder afgeladen, maar de opkomst mag allerminst een blamage worden genoemd voor een groep die nauwelijks airplay krijgt, en onderweg naar zijn twintigjarig bestaan nog steeds in een soort van marge opereert. En ook nu is dit een groep die het live niet van vuurwerk moet hebben: gehuld in eeuwige blauwtinten staat het vijftal er ietwat statisch zijn ding te doen. Je kunt net zo goed niet kijken, of het zou voor de eeuwig van de ene op de ander voet wippende frontman Ben Gibbard moeten zijn.

Eigenlijk heeft Death Cab For Cutie maar één troef: een catalogus aan fijne indiepopsongs die gevoelig over lief en leed zingen, appelleren aan de softere kanten in ons, en daarbij af en toe erg mooie frasen of beelden gebruiken - zo gebruikt Gibbard op laatste plaat Kintsugi de gelijknamige Japanse techniek om gebroken porselein met goud te herstellen als een metafoor voor de littekens van het leven. Het volstaat vanavond alweer voor een degelijk concert dat dankzij mooi door fans meegezongen momenten als "I Will Follow You Into The Dark" en "Soul Meets Body" toch enkele uitschieters kent.

Met twee uur speeltijd kan de groep rustig de tijd nemen om een mooie dwarsdoorsnede van de hele carrière te serveren. Natuurlijk komt dat recente Kintsugi daarbij uitgebreid aan bod, maar ook ouder werk als "President Of What?" en het hypnotiserende Pinback-achtige riedeltje van "Title Track" uit "the glorious nineties" (Gibbard zijn woorden) wordt niet geschuwd.

Dat Chris Walla – de gitarist die na het verschijnen van laatste plaat Kintsugi andere horizonten wenste te verkennen – is vervangen door twéé man hoor je echter ook. Niet alleen in een "Why'd You Want To Live Here" dat bruut de nek wordt omgewrongen met wat extra gitaren van Zac Rae en Dave Depper, maar ook in een meer poppy maar potig aangezet "Crooked Teeth": stadionindie op zoek naar een stadion. De drums van "The New Year", openingsnummer van doorbraakplaat Transatlanticism uit 2003 knallen dan weer zoals het moet: afwisselend explosief en dansend, het perfecte bedje voor de woordenvloed van Gibbard.

Op andere momenten is het echter die dunne grens tussen saai en subtiel waarop Death Cab For Cutie een riskante koorddansact uitvoert. Recente single "Black Sun" kabbelt maar een beetje aan, en een al te melig "What Sarah Said" ("Love is watching someone die") weet ons ook niet bij de les te houden. Neen, dan liever de acht minuten durende, ingehouden groove van "I Will Possess Your Heart", dat nooit zijn intensiteit verliest.

En zo geeft Death Cab For Cutie het soort concert waarvoor je het strontvervelende adjectief "degelijk" moet bovenhalen: klachten hebben we nauwelijks, of het zou de bij momenten onvaste zang van Gibbard moeten zijn, maar echte uitschieters worden op het episch opbouwende slotnummer "Transatlanticism" na ook niet genoteerd. Het vijftal heeft zijn songcatalogus, brengt die professioneel, en op het einde is alles al weer een beetje vergeten. En toch stel je de volgende dagen vast opnieuw verdacht veel platen van de groep te draaien. De impact is subtiel, maar ze is er dus.

E-mailadres Afdrukken