Makaya McCraven

20 maart 2016, Vrijstaat O.

Guy Peters - foto's: Marc Vandecasteele / Sabine Bauwens - 21 maart 2016

Het is in deze contreien een beetje onder de radar gebleven, maar drummer/producer Makaya McCravens In The Moment mag eigenlijk wel tot de bijzondere albums van 2015 gerekend worden. Gisteren maakte de man ook zijn Belgische live debuut, en dat met een performance die in de kuststreek nog een tijdje zal nazinderen. Of anders gezegd: zelden zagen we iemand met een debuutconcert zo’n overompelende indruk maken.

Er waren een paar factoren die van In The Moment een ongewone plaat maakten. McCraven speelde in de loop van een jaar achtentwintig concerten in dezelfde club. Dat leidde tot bijna 48 uur opgenomen live muziek, waar uiteindelijk 19 stukken uit gedistilleerd werden. En hoewel de titel verwijst naar het spontane ontstaan van de muziek, kwam er achteraf nog een postproductie aan te pas die er eigenlijk ook een studioplaat van maakte. Van al de stukken is er immers slechts eentje die volledig en onbehandeld de plaat haalde. Voor de rest sloot McCravens werkwijze aan bij die van Teo Macero, de producer van Miles Davis, die tijdens diens elektrische periode in uren materiaal op zoek ging naar de beste momenten en die bij elkaar bracht door uitgebreid knip- en plakwerk, maar ook loops en overdubs toevoegde.

De tweede opvallende vaststelling was dat de muziek daar niet onder leed. Of anders gezegd: In The Moment klinkt niet als een volgestouwd, overgeproduceerd zootje. Integendeel: de sound bleef erg ‘live’. Het klinkt alsof de micro’s tussen het publiek opgesteld stonden (je hoort ook heel wat geroezemoes), en daarenboven is de muziek soms zeer kaal, repetitief en hypnotiserend. Soms op het randje van het onderontwikkelde, met skeletgrooves die akoestische hiphop en broeierige funk bij elkaar brachten in een organisch geheel. Daarvoor werkte McCraven met maar liefst acht muzikanten, waarvan een paar vaste en een paar die later erbij kwamen, waaronder Chicago-zwaargewichten als Joshua Abrams, Marquis Hill en Jeff Parker.

Uit die sessies had McCraven bassist Junius Paul en vibrafonist Justefan (Justin Thomas) meegebracht. En daar kwamen dan nog gitarist Matt Gold en de ervaren altsaxofonist Greg Ward bij. De eerste set sloot eigenlijk vrij goed aan bij In The Moment. Het kwintet slaagde erin om interactie te brengen die zowel groovy en repetitief klonk, als dromerig en mysterieus. De combinatie van vibrafoon met de ritmesectie is er eentje die staat als een huis, maar die door toevoeging van gitaar en altsax enkel nog een bedwelmende kracht won. Geïnspireerd door de prachtige ligging aan de zeedijk werd de band aangetrokken door haast impressionistische oorden, met vanaf “Slightest Right” een soepel, organisch verkennen van pure trance.

Maar terwijl de track op In The Moment bestaat uit drie minuten lineaire bewelming, werd het live uitgebouwd tot een prachtige jam waarin het gracieuze, uitgepuurde spel van Ward een enorme meerwaarde betekende. Zijn hoog vliegende melodieën, de zachte resonanties van de vibrafoon en de strakke rim shots voerden je meteen in een subtiele maalstroom van ritme en textuur. Maar de band kwam ook verrassend uit de hoek, want het tweede stuk was een versie van Ornette Colemans “Lonely Woman” die werd aangegrepen als een kans om die compositie helemaal binnenstebuiten te keren en te integreren in een kolos van een exploratie. Met een lange en sobere aanloop van Paul, een hypnotiserende solo van Justefan, gedetailleerd weefsel van gitaar en sax en het naadloos in elkaar haken van McCraven en Paul groeide het uit tot een machtig hoogtepunt, broeierig én ontroerend mooi, en ongetwijfeld een van de beste uitvoeringen van die klassieker die we al hoorden.

In “The New Untitled” werd daar knap op verder gebouwd. Veel subtieler zal je funk nooit horen, terwijl Ward perfect wist wanneer hij in moest pikken en het dromerige in evenwicht gehouden met stekelig gitaarwerk. Drie stukken, maar samen al meteen goed voor een klein uurtje muziek die het beste van hiphop, funk, jazz en minimale, soms wat West-Afrikaans getinte grooves wist te verenigen. En als die eerste set best goed aansloot bij het album, dan werd in de tweede resoluut gekozen voor een krachtiger, zelfs stomende aanpak. Paul schakelde over op elektrische bas en McCraven ging veel harder zijn stempel doordrukken. In opener “This Place, That Place” kwamen de hiphop en funk dwingender dan ooit naar de voorgrond, met harde slagen en machinegeweersalvo’s, kringelend gitaarwerk en diep snijdende saxlijnen. Het werd ook een echte showcase voor Justefan, die liet horen dat een vibrafonist ook nog altijd een percussionist is. Strak, strak, strak.

Het bracht Vrijstaat O. ei zo na aan de kook, maar dan moest de band eigenlijk nog beginnen aan zijn diepst funkende workout-sessie. McCraven gaf zelf mee dat zijn aanpak voor In The Moment expliciet verwees naar die van Macero en dat het daardoor ook wel gepast te zijn om een hommage te brengen. De band bracht er een uitvoering van Miles Davis’ “Sivad”, de opener van diens jazzfunkklassieker Live Evil (1971), die uitpakte met een ronduit massieve funkgroove. Lang zonder vibrafoon, maar wel met een withete, fysieke intensiteit, kolossale erupties van McCraven en opruiende klanken van de rest van de band, al bleef Ward ook op die momenten de joker die het verschil maakte, door net niet te vervallen in voor de hand liggende Maceo Parker-achtige riffjes. Het groeide uit tot een onwaarschijnlijke funkdemonstratie, waarbij voortdurend extatische kreten opdoken uit het publiek.

Het was krachtig gerol met de spierballen dat misschien langdradig geworden zou zijn als het twee sets van dat geweest was, maar nu fungeerde als één lange climax, die vervolgens nog verder gezet werd door “Three Fifths A Man”. En hoewel je een memorabel concert had kunnen zien aankomen, werd de hele tent gepakt in snelheid. Dit was geen fletse crossover, geen opgewarmde kost, geen krampachtige poging om een nieuw publiek te vinden. Dit was de echte shit. Je voelt het als je die voorgeschoteld krijgt. Vorig jaar vonden er in Brussel twee concerten van Kamasi Washington plaats die meteen het status ‘legendarisch’ opgeplakt kregen. Maar eigenlijk… eigenlijk vonden we Makaya McCraven & co. nog beter. Deze band speelde subtieler, liet de muziek meer ademen (zeker in de eerste set), had met Ward een prachtige troef in huis en, vooral, bracht een geheel eigen combinatie van hiphop grooves en jazzsouplesse die rechtstreeks uit het collectieve DNA leek te komen, met McCraven als ideale man om dat in goede banen te leiden.

Woensdag herkansing in de Rataplan.

E-mailadres Afdrukken