Banner

Eefje de Visser

30 maart 2016, Vooruit

Peter Vanwijnsberghe - foto's: Sander Vermeer - 01 april 2016

Eefje de Visser woont in Gent nu. Maar haar hart heeft ze verpand aan de Noordzee, of toch dat stuk dat het dichtst bij haar Zuid-Nederlandse geboortedorp ligt. In de Vooruit zong ze woensdagavond een reeks nieuwe liedjes, en ze klonken als een mooie mix van het bovenstaande: schelpen waarin je de stad kunt horen ruisen.

Na haar tweede plaat schipperde Eefje de Visser een tijdlang tussen Spanje, Nederland, Frankrijk en België. Ze vond er ruimte en materiaal voor haar derde album, Nachtlicht. Dat klinkt zuiverder en hedendaagser dan haar eerdere werk. Een prestatie, want ook De Koek en Het is bevatten elk een handvol stille poppareltjes.

"Scheef" was het eerste nummer dat we van Nachtlicht hoorden. In december was dat, en toen al was het heerlijk vertoeven in de donkerblauwe tinten waarin Eefje droomde. Woensdag passeerden veertien nummers vóór dat liedje mocht aantreden: anderhalve clubber ("Staan" en de tweede helft van "Genoeg"), een groover ("Jong") en songs die ergens wel over het snijpunt varen tussen pop, indie en hiphop, maar daar verder niet om malen. Mooie liedjes, dat is waar Eefje en haar band heen wilden.

"Mee" was er zo eentje. Lichtvoetig, met handclaps van toetseniste Annelie de Vries en synth-geluiden die nu eens stuiteren en dan als lijm uitstrijken. Het nummer fluistert voorzichtig danspasjes in. Ter bewaring voor later, want deze muziek dient vooral als omzwachteling voor de oren. Je zou toch al moeten oppassen waar je je voeten plant: voor je er erg in hebt, warrelen de liedjes onherroepelijk weg.

Na de eerste drie nummers blozen de spots in een andere kleur en worden gitaren verwisseld voor twee nummers van de vorige plaat, Het is. "Uit de lucht" begint met weifelende akkoorden, een enkele tamboerijnslag hier en daar en volzinnen verpakt in nauw aansluitende versjes. "De bedoeling" loopt steviger. Live mogen de slotakkoorden aanzwellen tot een volle sound die de zelfverzekerdheid uitstraalt van een hit. Vanaf dan is duidelijk dat de Visser en haar band in ’t echt een aandoenlijkheid kunnen oproepen die geen enkele uit- of inheemse studio kan bevangen.

Eefje knipt Nachtlicht terug aan. Met haar woorden gaat ze vaak kopje onder in de zee, maar op deze nummers doet het diepe blauw dat ze oproept ook denken aan de stad. Golvende synths ("Naartoe") ontmoeten er een meer geconcentreerde sound ("Stof"), waar de bassen al eens dieper mogen graven. Op die momenten doet Eefjes muziek denken aan de minimalistische landschappen van Oaktree en Avondlicht.

Dan wel met dat verschil dat Nachtlicht zwaar met teksten is verzadigd. Dat Eefje snel wegen inslaat met haar woorden is iets dat je ervan kan weerhouden haar platen zonder meer te omarmen. Maar in de Vooruit maakte het weinig uit of we 'roet' of 'rook' hoorden: de strelende krul in haar stem smoorde onze kleine opstand in de kiem. En dat nagenoeg elk nummer netjes werd ingekapseld binnen de ietwat obligate banlieues van instrumentale in- en outro’s willen we ook onder de mat vegen. Gewoon omdat ze goed waren.

Dat waren ook Eefje en haar band. Ze klonken loepzuiver, brachten fijne variaties en warme bisnummers. En daarna mochten we “traag / maar vanzelf boven water komen”.

E-mailadres Afdrukken