Banner

Fake Indians + Crows + Ought

28 april 2016, Trix Bar

Lennert Hoedaert - 29 april 2016

Samen met Parquet Courts en Preoccupations (het vroegere Viet Cong) hoort Ought in het selecte rijtje van betere gitaarbands. Dat mocht de Canadese band woensdag nog eens bewijzen in de Botanique. Donderdag ging de Trix Bar, die tot onze verbazing niet helemaal vol zat, helemaal overstag.

Eerst mag Fake Indians een halfleeg zaaltje opwarmen. Blijkbaar hebben de vier leden al ervaring bij Gasoline DC, Deadseats en Fence, maar nog niet zoveel concerten op hun conto onder de naam Fake Indians. Hoewel ze niet in bloedvorm lijken te verkeren, kunnen de Antwerpse slackers uitermate boeien.

In sommige lang uitgesponnen nummers is ‘power to the fuzz!’ duidelijk het credo, maar op andere momenten is het alsof Dinosaur Jr. zich aan scheve krautrock waagt. Ook de erfenis van Sonic Youth klinkt goed door, en tussen de nummers weerklinken ook heerlijk zweverige soundscapes. Een muzikaal interessant optreden, dat van Fake Indians. Misschien moet u ook eens de EP D For Dental, Hot Fag, digitaal te verkrijgen via Kinky Star Records, checken?

De Londense ladsvan Crows pakken vanaf de eerste minuten uit met een log postpunkachtig geluid. We lijken op een nieuwe ontdekking te botsen, maar al gauw kunnen we er het label ‘meer van hetzelfde’ op kleven. Een aangekondigd nieuw nummer is zelfs niet te onderscheiden van de luttele andere, even duistere en melancholische nummers die zullen volgen.

We kunnen het wel appreciëren dat er op het energiepeil van zanger James Cox geen limiet staat en dat hij daarmee, net als pakweg Chriss Dodd van Bad Breeding, je gemakkelijk meesleurt in een emotionele draaikolk. Maar dan nog: Cox neemt met zijn theatrale bewegingen iets te opvallend een voorbeeld aan Ian Curtis. De gitarist van Crows heeft dan weer te opvallend geluisterd naar de echoënde gitaren van Johnny Marr. Akkoord, Crows staat live wel als een huis, maar over de muziek zijn we dus vlug uitverteld.

Ought, is dat niet die band die ontstaan is in de marge van de grote studentenstakingen in Montréal, een dikke vier jaar geleden? Juist. Dan zou je wel een heel kwade punkband kunnen verwachten. Een van de schuimbekkende soort zelfs. Neen, met invloeden van Television, Gang of Four, The Fall en zelfs Talking Heads doet Ought iets helemaal anders: het viertal klinkt intens maar dan op een andere manier. Ought moet het hebben van meer ingehouden woede.

Beste bewijs daarvan is nog altijd het fantastische More Than Any Other Day, verschenen in 2014. Daarop is snedige indie met flarden postpunk, nerveuze ritmes, noisy experimenten en — hoe vreemd het ook klinkt — gevarieerde praatzang te horen. Ook Ought’s tweede plaat Sun Coming Down is een aankoop waard. Kort samengevat: dit is de betere gitaarmuziek van vandaag. De vraag is echter of de band intussen gegroeid is als liveact, want op Pukkelpop was de band nog niet goed voor een vier op vijf. Het antwoord ligt ergens in het midden.

Wanneer frontman Tim Darcy, een beetje een mix van Mark E. Smith en David Byrne, het publiek vraagt waar ze Ought al gezien hebben, horen we meteen Primavera en Le Guess Who? vallen. Uiteraard de hipsterfestivals bij uitstek, maar eigenlijk zou iedereen die punk met inhoud of intense gitaarrock genegen is, deze band dringend moeten omarmen. En dan eerst en vooral het meer dan zeven minuten durende “Beautiful Blue Sky” en “Today More Than Any Other Day”, de hoogtepunten van een bij momenten zinderende set. “And I'm no longer afraid to dance tonight/Cause that is all that I have left/Yes! Yes!”, bijt Darcy in het eerste nummer. Wel, zijn woordenspuwerij klinkt bijna even intens als op plaat.

Wij zeiden dus bij momenten zinderend, want opener “Men For Miles” en “Passionate Turn” mogen gerust wat vinniger klinken, net als het rommelige “Celebration” dat later in de set aan bod komt. Tijdens “Gemini” gaat Darcy wel zo intens op in het nummer dat het speeksel uit zijn mond vliegt. Ook in “The Weather Song” (let op de aanstekelijke de oh-oh-oh’s!) laat de band geen steken vallen. Integendeel: het lijkt wel of Fugazi zich even aan pop waagt.

Catchy punk mét inhoud maken: il faut le faire. Ought kan op plaat een muzikaal geweten schoppen, maar live mist deze jonge band nog wat pit om u volledig weg te blazen. Al was het tijdens “Today More Than Any Other Day”, een van de encores, bijna zover. Ought klonk even alsof het zijn laatste optreden was. Maar zo’n intensiteit hoorden we dus iets te weinig. Neen, we hebben nog niet alles gezien van deze jonge honden. Volgende keer nog beter!

E-mailadres Afdrukken
Tags: Ouht Ought