Banner

Best Kept Secret 2017

Het betere kot-afbreken

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Ben Houdijk, Nathan Reinds, Chris Stessens, Line Tuymans - 16 juni 2017

Eindelijk! Dan toch! Ten langen leste! Hebben wij een beetje naar de festivalzomer uitgekeken? Misschien. Een miserabele herfst, een lange winter en een zenuwslopende lente verder is het eindelijk zover. Best Kept Secret: we zijn hier, en we hebben er zin in.

Dag Eén

Vijf jaar al lekt dat Best Bewaarde Geheim uit het zuiden van Nederland weg, en jaar na jaar heeft de faam van het nieuwste festival bij onze Noorderburen zich verspreid. En zo ging het ook met de ambities. Vorig jaar Editors, daar moest voor deze verjaardagseditie over gesprongen, en dus staan Arcade Fire en Radiohead gezellig zij aan zij op de affiche te pronken. Vragen wij ons af, terwijl we het vertrouwde terrein van de Beekse Bergen opsloffen – die droogte heeft de paadjes op de camping geen goed gedaan: wil Best Kept Secret hiermee niet te ver springen? En belangrijker: is dat nieuwe huisbier wel te zuipen, of smeken we na één Kornuit al om onze vertrouwde Belgische Jupiler?

Antwoord in omgekeerde volgorde: "alles is alvast beter dan Heineken", en "valt af te wachten". Dat de line-up van het festival buiten de headliners niet uitpuilt van de Namen is wat jammer, maar geen garantie op een miskleun. Best Kept Secret heeft het altijd ook van ontdekkingen moeten hebben, dus afspraak voor die evaluatie zondagnacht. Muziek dan maar? Is dubstep dood? Een pintje? Is onze naam Geheelonthouding?

Amber Arcades dus, nog altijd Neerlands trots die het tot in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten heeft gemaakt, maar vandaag ziet Annelotte De Graaf er in haar wit broekpak uit alsof ze net van haar advocatenjob de backstage is binnengewalst. Even goed horen we hoe hard de frontvrouw het laatste anderhalf jaar is gegroeid. De band klinkt competent, de indiegitaren rinkelen en jengelen, maar we kunnen er ook niet om heen dat De Graafs stem in deze context ontieglijk flauw klinkt en ze ook niet écht memorabele songs bij heeft. Met "Can't Say We Tried" krijgen we een ballad in pure eightiesstijl – gated drums incluis – vooraleer nijdige gitaren en een dwarse synth hun sabotageopdracht eindelijk uitvoeren, en je weet: dubieus bandje toch, hoe goed setsluiter "Turning Light" ook klinkt.

Van de Two naar de Five ga je via de Four. Op Best Kept Secret is dat elementaire logica, en een flard Spinvis-de-DJ ontsnapt ons niet. Hij ziet er nog steeds uit als uw favoriete leraar Nederlands, maar Erik De Jong mikt wel, ongetwijfeld stilletjes grinnikend, Mory Kantés "Yéké Yéké" in het publiek. Eet dat, hipsters, en anders vinden jullie wel iets bij de miljoenen eetstandjes die over het terrein zijn verdeeld. We voelen maar een klein beetje keuzestress opkomen wat ons avondmaal betreft.

Deense jongelingen in de Five? Dat moet wel het subtiel genaamde Slǿtface zijn, dat voorts niets gevaarlijks uitstraalt. Haley Shea ziet er alleraardigst uit, de jongens rond haar grossieren in poppy grungerock die op zijn best sympathiek is, maar al te vaak tanden mist. Niet dat de frontvrouw geen podiumprésence heeft, maar dat iele stemmetje ontbeert de kracht die deze muziek nodig heeft. Jammer, want wanneer ze even laag mag gaan, hoor je potentieel een goeie zangeres, die enkel het juiste genre moet kiezen. Hoe graag we dit ook goed willen vinden, het wil maar niet lukken.

Even twijfelzuchtig staan we terug aan de Two, want wat is Real Estate een verwarrend bandje. Een uur lang wankelt de band op de dunne lijn tussen dromerig en verveeld. Waar het ene nummer grossiert in prachtige gitaartjes en shoegaze-achtige melodieën, verdwaalt het volgende in een woud van oeverloos gepingel. Het onverslijtbare "Talking Backwards", een brok melancholie die smeekt om het licht van de ondergaande zon, blijkt uiteindelijk een eenzame uitschieter in een set die van halfslachtigheid troef maakt. Geen miserie, maar voor een echte soloslim was ook meer nodig dan deze flauw bedeelde hand.

Als je naam Agnes Obel is, en je met je delicate muziek op een groot openluchtpodium staat, dan weet je dat drastische maatregelen aangewezen zijn. De Deense folkster is niet dom, en dus mag "Familiar", het meest directe nummer van haar recente plaat Citizen Of Glass, openen. Het is een zet die werkt: het strand van de Beekse Bergen valt stil, en nu je toch een speld kunt horen vallen, kan alles. Obel komt, ziet, en begeestert met een sterke set. In "It's Happening Again" walst de piano een eindje weg, terwijl twee cello's voor een donkere onderlaag zorgen. Een synth heeft maar in te vullen met kekke geluidjes. De all girlband die Obel meebrengt speelt sterk, en vooral subtiel: de juiste noot op het juiste moment. Het fascineert, intrigeert, en hypnotiseert vooral. Wat een gewaagde zet in de programmering leek, wordt een overwinning. Straf.

Vertel het vooral niet verder, trouwens, maar: Best Kept Secret is ook al vijf jaar stiekem een stuk geannexeerd België. Ach, sinds vandaag is dat niet langer geheim. Millionaire, terug uit veel te lang zelfopgelegd isolement, maakt de verovering vandaag compleet. Terwijl talloze Nederlandse vrienden de tent langzaam uitsluipen, blijft het Vaderlands Contingent Tim Vanhamel luidkeels aanvuren. Terecht. Van bij opener "Visa Running" staat de band op "Vet", mokeren de drums van Damien Vanderhasselt en staat bassist Bas Remans te springen van pure gekte. Als het bastaardkind dat Queens Of The Stone Age en Prince ooit in dat nooit meer te vermelden orgie verwekten is Millionaire vandaag sexy, heavy en funky as hell.

"Street Life Cherry" is een eerste bommetje, de abstracte herrie van "I'm Not Who You Think You Are" volgt. Het even nieuwe "Busy Man" is meer echte single, maar het is scudraket "I'm On A High" die de laatste weerstand platbrandt. Dit is een wereldband die het ongeluk had ergens ten oosten van Brussel te zijn geboren, en dat zou nog altijd geen bezwaar mogen zijn. Zo bewijst ook een onstuitbaar, langgerekt "Champagne". Maakt niet uit wat Run The Jewels straks doet, Millionaire heeft de eerste dag van Best Kept Secret lang en breed in zijn binnenzak gestoken. Van uw correspondent ter plaatse: het is daar best gezellig. En een beetje zweterig.

"Oh yeah! We came to fuck shit up!". Na een parmantig "We Are The Champions" laat Killer Mike er geen twijfel over bestaan: Run The Jewels heeft er zin in. Zal ook wel als je dik twee decennia ver in je respectieve solocarrière plots beseft dat het zoveel leuker is met zijn tweeën. Zelden een hiphopshow gezien waar het plezier dan ook zo van af spatte. Als twee dikke, oudere derwisjen tollen Mike en EL-P over het podium, hun spervuur rhymes ratelend, terwijl even vette beats neerkletsen op de planken. Anderhalf uur lang is dit lol met een grote L, en ongetwijfeld ook een grote B van Boodschap. Hebben we niets van begrepen, vanavond, maar dat leek ook niet zo van belang. Wij kirden met de hele wei van genot. Such fun!

Kunnen wij, droogstoppels van recensenten, niet aan, meneer. Na afloop dus snel honderd meter verder afgezakt naar The Japanese House om ons opnieuw professioneel ernstig in de baard te strijken (laten wij speciaal voor zo'n gelegenheden staan). Zwelgen in de melancholie? Ja, dat mag ook bij de liedjes van Amber Bain, die smaakvol worden ingekleurd met veel ritme en dromerige toetsen. Duyster, is het, maar net zo goed heeft het een stevige onderlaag die al te veel dromerigheid aan de grond houdt. "Een trieste puppy die naar Beyoncé luistert om zichzelf op te vrolijken", omschreef Bain ooit haar eigen muziek. Kijk, als de artiesten ons het werk uit handen nemen, dan kunnen we maar beter wat gaan dansen op Kornel Kovacs en een laatste pint bestellen. Benieuwd hoe Win Butler morgen zichzelf zal recenseren, we houden onze mailbox in de gaten.



E-mailadres Afdrukken