Midnight Oil

23 juni 2017, Paradiso (Amsterdam)

Matthieu Van Steenkiste - 25 juni 2017

Peter Garrett ging de politiek in, en Midnight Oil de koelkast. Nu rechts in Australië al even de vloer aanveegt met links en die ministerpost verleden tijd is, toert de iconische rockgroep uit de jaren tachtig voor het eerst in vijftien jaar weer. Noem het geen reünie, eerder een ererondje. In de Amsterdamse Paradiso toonde de groep zich vitaler dan ooit.

Hij is terug. Meer feiten zouden eigenlijk niet nodig mogen zijn. Ja, Peter Garrett was het laatste anderhalf decennium een aantal jaren Minister voor Milieu, Kunst en Onderwijs in de Australische Labourregering, maar in zijn memoires Big Blue Sky kan het niet anders of die bijna 25 jaar, van 1978 tot 2003, dat hij frontman was van Midnight Oil zullen meer aandacht opeisen. En nu staat hij daar opnieuw, nog even kaal en niet veel minder benig. Alsof er niets gebeurd is. En zo klinkt de band ook.

Dat Garrett 64 jaar is en de rest van de band daar niet ver achter aan huppelt, we hadden het in de Paradiso niet vermoed -- we lezen het pas na afloop van het concert. Ja, de koppen zijn gelooid, de huiden getaand, maar wat een vitaliteit vertoonde het vijftal! Zonder veel vertoon klikte deze machine in elkaar alsof ze niet vijftien jaar gedemonteerd in een hoekje stond. Rob Hirst is nog steeds een beest achter de kit en houdt de groep strak in het gareel in "No Time for Games", de bas van Bones Hillman zorgt voor een permanente donkere kracht die de locomotief stevig op de rails drukt. Gitaristen Jim Moginie en Martin Rotsey hebben hun wagonnetje maar aan te haken: de één uitblinkend in sterke melodische lijnen, de ander als stille, betrouwbare ritmekracht.

Het duurt welgeteld twee nummers voor Garrett tussen twee nummers door zijn mond opentrekt, en geen drie zinnen voor de Grote Vijand van Elke Progressief passeert. "Er is waarschijnlijk meer loyaliteit in Paradiso vanavond, dan in het hele kabinet van Donald Trump." De toon is gezet: vandaag is preken voor de bekeerden, gezellig onder elkaar. Zo was het ook toen, want Midnight Oil was altijd al half-band/half-activistenclub. Ontelbaar zijn de heikele onderwerpen die Garrett in zijn teksten aansneed, van nucleaire risico's over jobonzekerheid en kinderarbeid tot de landdiefstal van de Aboriginals. Het zorgde voor teksten die de poëzie schuwden,en hun punt rechtuit maakten, zoals over dat laatste issue: "It belongs to them, so let's give it back". We zoeken nog altijd naar een goede Vlaamse equivalent: The Van Jets die voor eens en altijd stellen dat we moeten accepteren dat Linkebeek niet langer Vlaams is? We doen maar een poging hoor.

Het gekke, zo merkte ook Garrett in interviews op, is dat de songs door die thematiek allerminst gedateerd raken. "Het is nog altijd, of opnieuw, brandend actueel. Op een bepaalde manier is dat deprimerend, maar het maakt het ook erg intens, want dat wil zeggen dat wat je in het verleden al eens zong, opnieuw kunt zingen, maar dan met meer gewicht." Het is vandaag vooral "Ships Of Freedom" -- verder helaas een pathetische Scorpionsballad -- dat er hard inhakt: "Can you imagine the first taste of freedom for the refugee?", klinkt het in een Europa dat het Australische pushbackbeleid heeft overgenomen.

Het zou allemaal drammerig en vermoeiend kunnen zijn, maar daarvoor zijn Garrett en co te ervaren. Dit is in de eerste plaats een opwindende rockshow, die gretig uit de volledige elf platen en veertig jaar bestrijkende carrière van Midnight Oil put. Vooraf repeteerde de band alle honderdzeventig (!) songs uit zijn catalogus, en dus wordt de set regelmatig gekleurd door een verrassend oudje als "Read About It" uit 1984 dat een langgerekte, zinderende uitvoering krijgt als heeft de band nog altijd de energie van een zeventienjarige. Garrett laat zich niet kennen, en gooit zijn lijf spastisch schokkend in de strijd, elke vierkante centimeter van zijn smalle strook podium benuttend. Fascinerende danser, maar wanneer hij in het vuur van de strijd richting coulissen kickt, moet hij meteen nadien naar zijn rug grijpen. Tja, 1978-2017.

Na een net iets te langdradig stuk waarin de politiek -- nog een uithaal richting Trump die "te dom is om een bedreiging te zijn, en eerder een kans is", een pleidooi voor het behoud van het Great Barrier Reef -- even de overhand neemt, en trage songs als "My Country" de vaart uit de set halen, gaat het naar de zesde versnelling. We zijn aan de hits begonnen, en "Warakurna" mag de dans openen.

Een publiek vol veertigers en vijftigers herinnert zich elk woord nog, en brult vanaf nu lettergreep per lettergreep mee. "This land must change or land must burn", of gewoon die simpele woordeloze melodie van "The Dead Heart", dat de onverwachte uitschieter wordt. Vijftienhonderd Nederlanders en aanverwanten brullen de aanklacht mee hoe Aboriginalkinderen weggerukt werden bij hun families om ze tot 'echte' Australiërs op te voeden. "Beds Are Burning" heeft meteen daarna thematisch -- die landroof, weet u nog? -- maar in te koppen. Tweede hoogtepuntje? Nogal. Derde op komst: de hamerende piano van "Blue Sky Mining", die mondharmonica-uithaal en de kreet "And if the blue sky mining company won't come to my rescue / Who's gonna save me?". Hattrick. En doe er nog maar "Dreamworld" bij, nog één keer knallen voor de set gedaan is. Game, set, match.

Een bisronde kan daar niet over, hoogstens wat aanvullen. "Harrisburg" verbindt Garrett fanverzoeksgewijs aan Belgiës koppig vasthouden aan kernergie, en riep meteen op dat aankomend protest op 25 juni te vervoegen. Dat krijg je natuurlijk als je al een half optreden in een T-shirt staat dat leest "To sin by silence, when you should protest, makes cowards out of men". Een man die van "Put your money where your mouth is" zijn levensdevies maakte, laat zoiets niet liggen.

In "Power And The Passion" mag Hirst tot jolijt van elk eindelijk op de roestige watertank achter hem -- en al zijn ander gerief -- roffelen, en dan knalt "Sometimes" als een laatste uitgeleide. "Sometimes you’re beaten to the call / Sometimes you’re taken to the wall / But you don’t give in", gaat het, als het collectieve credo van de band. En zo is het maar net. Midnight Oil gaf het soort concert dat elk jong bandje op Rock Werchter bleek zou doen uitslaan. Laat die terugkeer dus nog maar even voortduren.

E-mailadres Afdrukken