Werchter 2017

De vroedvrouw van het festivalgevoel - Pagina 4

(jp), (kt), (ml) ,(hr) en (mvs) - foto's: Jan Van den Bulck, Wim Hermans & Timmy Haubrechts - 29 juni 2017

Dag vier

Het is de slotdag van Rock Werchter en enola heeft TWEE MAAL goed nieuws te melden: we zijn weer operationeel en (pmx), onze correspondent van gisteren, is terecht! Zijn mama is hem komen halen aan de ehbo-stand, maar veel viel uit zijn gestotter niet op te maken. Hij had het over gitaarloze Mike Shinoda's en Travis Barkers die tevergeefs hun band op het spoor trachtten te houden. Maar niet getreurd, de bonnekes zijn nog niet op en er zit nog een beetje inkt in onze pen, dus let's go voor dag vier!

altNoem een specialisatie van enola en modellen is er een van. Karen Elson, op de loonlijst van Louis Vuitton en ex van Jack White, bracht nogal zoutloze salonmuziek. Prima voor uw cholesterol en om het communiefeest van uw oudste dochter op te vrolijken, maar ook niet veel meer dan dat. Snel door naar Nothing But Thieves dan maar, waarvan de zanger het bastaardkind lijkt van Jommeke en Adèle, respectievelijk voor het bloempotkapsel en het stembereik. Met dat tweede is dan ook al het positieve over hun passage gezegd: Dawsons’s Creek called, they want their soundtrack back. Driemaal is echter scheepsrecht, want met Noname is deze vierde Werchterdag echt begonnen. Fatimah Warner is een rapper uit Chicago en wordt, mede dankzij die bakermat, de vrouwelijke Chance The Rapper genoemd. Met een liveband brengt ze soulvolle en laidback R&B maar vergis u niet: ze spit als Bartel Van Riet en rhymet als Guido Gezelle -- zeg niet dat we onze klassiekers niet kennen!

Over klassiekers gesproken: wat speelt Thurston Moore Group strak daar in The Barn! In tegenstelling tot de hoofdacts van gisteren werd er niet op nostalgie gezinspeeld, want Moore putte zijn setlist hoofdzakelijk uit Rock N Roll Consciousness, de meesterlijke gitaarriedelplaat die hij eerder dit jaar releasete. “Cease Fire” mocht nog van wal steken, het was met “Turn On” dat een uur durende transcenderende akkoordopvolging startte. Songtitels werden overbodig, gitarist James Sedwards nam de hoofdrol en het goedkeurende geknik van nieuwsanker Stef Wauters bevestigt ons oordeel over deze set. Toch is de kans groot dat alleen de Foo Fighters het VTM-nieuws halen vanavond. We delen je pijn, Stef …

altMeer gitaargeweld op de Main Stage, waar The Kills hun opwachting maken. Op het gevaar af als cynici over te komen: dit duo gedijt toch beter in een of andere donkere tent. Klassiekers als “URA Fever” en “Baby Says” klinken ronduit mak onder het handgeklap van puberend Werchter en als zelfs het eeuwige “Pots And Pans” van zijn dreiging ontdaan wordt door een al te enthousiaste Hince, dan weet je het wel. Was die classic rock outro nu echt nodig, Jamie? Een voortdenderend “Tape Song” en het moeilijk kapot te krijgen “Black Balloon” bieden nog enigszins soelaas, maar het blijft jammer dat deze band geen plek in The Barn krijgt later op de avond. Hoe dan ook: je kan ons nog steeds krijgen, Alison.

Je hebt zangers, je hebt performers en je hebt Benjamin Clementine. De Brit zet frontaal de aanval in tegen onverschilligheid, want halverwege de show is de helft van het publiek weggevlucht, terwijl de andere helft het delirium nabij is. Maar er GEBEURT EINDELIJK IETS! Allereerst is er Clementines androgyne stem, die al veel referenties toegeworpen kreeg, maar we gooien er nog een paar bij: Grace Jones, Tina Turner en David Bowie. Met een toetseniste, bassist, drummer en vijf koorleden creëert hij een volstrekt unieke wereld van avant-garde pop en soul met hier en daar een vleugje barok, zoals die intro van “Phantom Of Aleppoville”, een nummer dat vandaag tweemaal gespeeld wordt. Omdat het kan. En omdat je met veel wegkomt als je zo’n performer bent. Een nummer halverwege afbreken bijvoorbeeld. Maar er dan wel schitterende versies van “Condolence” en “Cornerstone” (solo op piano) tegenover zetten. Uitkijken naar zijn tweede plaat I Tell A Fly in september!

Zijn er nog belgen? Ja hoor, een van de schaduwheadliners vandaag is niemand minder dan Soulwax en dat voelen we aan de voegen van The Barn. De verwachtingen liggen hoog: FROM DEEWEE is een steengoed album waar we twaalf jaar hebben op moeten wachten en in het verslag van Best Kept Secret kon je al lezen dat de minutieus in elkaar gemengde mayonaise live steeds beter pakt. Het begin van de show doet ons denken aan het begin van "Drumming" van Steve Reich, wanneer drummer Blake Davies monotoon op een van zijn toms hamert. Maar het is van korte duur voor de olifanten de smalle steeg ingestuurd worden en een tweede (Igor Cavalera) en derde (Victoria Smith) drummer met “Do You Want To Get Into Trouble?” een soort Battles op steroïden in gang zetten.

”It's Always Binary” volgens de Dewaeles, maar de drie drummers zijn zonder twijfel de ruggengraat van deze band, de pompende drive die de muziek een ziel geeft en ons doet vermoeden dat er niet alleen nullen en enen zijn, maar ook tweeën. En zelfs drieën. Hoewel er met de intensiteit continu gegoocheld wordt, is er geen moment ademruimte: de nummers volgen elkaar naadloos op. De finale wordt een blanco opslagspelletje met een verrassend “Inward” van de Belgica-soundtrack en een trio van Nite Versions: een heerlijk reutelend “Miserable Girl” en de klassiekers “E-Talking” en “NY Excuse”, terwijl Stephen en David Dewaele in de potten van hun electrobrouwsels staan te roeren. Synths op de wijze van de chef en een concert als een tafeltje in de open keuken van een driesterrenrestaurant.

Er borrelt wat bezorgdheid in ons op onderweg naar Klub C, want zijn The Avalanches potig genoeg om na dat wervelende Soulwax te spelen? Het antwoord luidt niet volmondig “ja”, maar een feestje bouwen kunnen ze wel. Opener “Because I’m Me” laat de zon in ons hart en met hitje “Frankie Sinatra” hotst en botst de hele tent mee. Tijdens “Subways” verandert de Wildflower-hoes op het projectiescherm in een cartoon annex ode-aan-tieten, wat wij van enola best sympathiek vinden, zoals u weet. Echter minder sympathiek: Paris Jeffree die zich in no time profileert als de meest aanstellerige drumster sinds Meg White en een wankele versie van “Guns Of Brixton”, die dat uitgestelde sanitaire intermezzo des te urgenter doet lijken. Maar hey, niets wat het onovertroffen “Since I Left You” niet goedmaakt.

In het voorbij lopen nog even gehoord: Tourist LeMC, die als vanouds zijn ding doet, daar in The Barn. Of ‘zijn-ding-doen’ nog langer een goede zaak is, mag u vooral zelf bepalen. De geuzenrol die de Antwerpse rapper met graagte lijkt op te nemen, bezorgt ons stilaan opkomend maagzuur, dus zetten we er gauw de pas in richting Main Stage.

altWant daar maakt die andere geus zijn opwachting: Dave Grohl van Foo Fighters. Welk idee er ook aan de frontman zijn brein ontspruit, of hij zijn nummers nu in de garage opneemt of in freakin’ Nashville, Tennessee: ze draaien altijd uit op hetzelfde soort schreeuwerige middle-of-the-road-rock. Geen plaat sinds One By One -- ook alweer vijftien jaar oud -- kon nog boeien maar live staan de Foo’s er altijd, met dat arsenaal aan hits. Toch?

Aan de goesting zal het in ieder geval niet liggen vanavond: een brede glimlach en de eerste van vele langgerekte “whoooooaaaaaaaa!’s” verklaren de set voor geopend, “All My Life” wordt op gang getrokken en de wei gaat overstag. Hits volgen elkaar aan een rotvaart op, tot Dave halthoudt te midden van “The Pretender” om een van zijn typische ‘vertellingskes’ te doen. “Do you like rock-‘n-roll music?” gaat hij minutenlang door. Ja Dave, get the fuck on with it! Maar dat doet hij niet. We zijn slechts een half uur ver en de band moet al worden voorgesteld in een soort van uitgesponnen medley. We maken kennis met bassist Nate Mendel, die “Another One Bites The Dust” begint te spelen. Even later imiteert Taylor Hawkins Freddie Mercury (er zijn mensen ter dood veroordeeld voor minder) en Pat Smear beukt, na zijn introductie, lekker weg op “School’s Out”. Het zal allemaal wel reuzeplezant zijn voor de band zelf, wij zien het liever wat compacter.

”Congregation” en “Walk” maken een einde aan het speelkwartiertje en geven daarbij vooral te kennen dat ze, als recentere songs, toch wat licht wegen tegen bijvoorbeeld een oerklassieker als “My Hero”. Ook nieuwe nummers als “Run” en “La Dee Da”, waarvoor Alison Mosshart van The Kills nog eens mag opdraven, luiden geen positieve kentering in en de neiging om op het horloge te kijken neemt zo stilaan de bovenhand. De set verzandt in onnodige ballast, onder de vorm van super-sympa bindteksten en mindere liedjes, en we beginnen het ons af te vragen: moest dit écht twee en een half uur duren? Gelukkig, maar ruim laat, is daar “Monkey Wrench” om onze fight-or-flight response te proberen verdrijven. En met een afsluitend paar als “Best Of You” en “Everlong” maakt een band nog wel wat goed, al hebben we het nu wel gehad met die kleffe Foo Fighters. Ondanks dat de beroepspers de loftrompet weer zal schallen, durven we stellen dat de grote festivals nood hebben aan een frisse lichting headliners. Want de houdbaarheidsdatum van dit soort bands nadert met rasse schreden.

En zo zullen we Rock Werchter 2017 herinneren: als een veilige Rock Werchter. Zowel wat de namen op de affiche als de maatregelen aan de ingang betreft. Een Rock Werchter zonder extremen ook: niet te warm en niet te nat, met veel goede concerten, maar weinig memorabele. Je kunt er ondertussen Tripel Karmeliet drinken of flaneren op het terras van The Slope, dat wel. We zouden het graag ruilen om opnieuw wat meer verrast te worden. Maar kijk, we denken ook terug aan de woorden van Wannes Cappelle van Het Zesde Metaal, die hier donderdag stond: “Weet je wat je ziet als je hier staat? Dat 't nog al nie naar de wuppe is!”. Dat klopt. Er is nog altijd liefde. Want Rock Werchter, dat is elk jaar de vroedvrouw van het pasgeboren festivalgevoel.



E-mailadres Afdrukken