Banner

Werchter 2017

De vroedvrouw van het festivalgevoel

(jp), (kt), (ml) ,(hr) en (mvs) - foto's: Jan Van den Bulck, Wim Hermans & Timmy Haubrechts - 29 juni 2017

Stemmen fluisteren dat er in juni ook al festivals zijn. Een rechtgeaard festivalmens weet natuurlijk dat dat niet klopt, zo'n muzikale ejaculatie praecox. Pas als Rock Werchter zijn deuren openzet, kan de pret ėcht beginnen en mogen alle remmen los. Ons rapport was goed, de bomma heeft ons schalks knipogend vijftig euro in de handen gestoken toen bompa niet keek en vader spaarde de waarschuwende preken onderweg naar het station ook al. Waarlijk, het kan allemaal niet mooier beginnen.

Beter konden we de wei ook niet opstappen dan op de "ooohoooh"-tonen waarmee Wannes Capelle met Het Zesde Metaal "Where Is My Mind" aan Gorky's "Boze Wolven" weeft. Even dat vertrouwde steekje verdriet om Luc De Vos gevoeld, toch maar de pas gezet richting Klub C, want je moet de jeugd ook een kans geven.Declan McKenna is wel degelijk nog heel erg jong, maar beschikt al over een volwassen songschrijftalent. "The Kids Don't Want To Go Home", klinkt het en de band laat het netjes uitbarsten, want zo is het maar net. We zijn hier pas, verdorie!

alt't Zijn vrolijke, nog onschuldige popliedjes, maar dat zijn de beste als de examens eindelijk afgelopen zijn en het leven gevierd mag worden. Paracetamol is iets voor morgenochtend, vandaag volstaat McKenna's gelijknamige liedje. Op de eerste rij blijven nog wat meisjes nazwijmelen, maar als we dat gaan doen, dan liever bij Cigarettes After Sex. Rare groepsnaam, goeie band. Greg Gonzalez prevelt zijn torch songs, de muzikanten pakken ze zachtjes in in hun mooiste postrocklijntjes. Beelden we ons dat in of verstomt het geroezemoes wel degelijk elk nummer een beetje meer? Wanneer een vreselijk geluidsaccident -- cruciaal kabeltje uitgetrokken? -- voor een hels kabaal zorgt, wordt een hartenklop lang de adem ingehouden. Voorzichtig probeert Gonzalez de microfoon opnieuw en gaat verder. Als een coïtus interruptus waarna ze "'t Is niets" prevelt en je opnieuw begint te kussen. Zo is ook die ingetogen cover van REO Speedwagons "Keep On Loving You": om te zoenen. Van pure ontroering steken we er eentje op. Sigaretten tijdens de seks: het hoort niet, maar het deed deugd. Cigarettes After Sex was balsem op een wonde waarvan je vergeten was dat je ze had.

altKiezen is nu verliezen, maar in de wetenschap dat Whitney hier toch nooit over kan, kiezen we voor het grootst mogelijke contrast: we laten ons de oren uitspuiten door Savages dat er niettemin minder kwaad uitziet dan vorig jaar in de Klub C. "Zou Jenny Beth stiekem blij zijn eindelijk op de main stage te staan?", vragen we ons af. De ooit zo beangstigende frontvrouw is vandaag goedlachs, lijkt zich zelfs te amuseren met publieksspelletjes en slaagt er in ongeveer de hele eerste rij een hand te geven. De muziek, zegt u? Die is gelukkig nog altijd even nijdig. "Sad Person" beukt, "Husband" bijt en krabt, "The Answer" ontaardt in een ziedende moshpit, met Beth die er als een woeste harpij er boven uit torent. Wild.

Dingen die een mens zich afvraagt tijdens een concert van Mark Lanegan: "Wat zou er gebeuren als hij die microfoonstandaard lost?" "Dan zakt ze in elkaar", poneert (jp) stellig. "Problemen met de aarding", gokken wij. Lanegan laat echter niet los -- we zullen het nooit weten -- en doet gewoon wat hij al dertig jaar doet: met een diepe grafstem bluesy grungenummers brengen. Doet ie dan ook goed. In "Hit The City" pakt hij je licht grommemd bij je nekvel, een voor de helft Belgische band jaagt hem niet op, maar volgt gedwee. Misschien is het wat te eenvormig, maar zo werkt het nog altijd het best bij dit grunge-icoon: één mood, één stem en dat consequent volhouden tot het gaatje. Een verpletterend goeie versie van "Love Will Tear Us Apart" doet uitgeleide, maar de tent heeft zich blijkbaar voor de helft zelf al buitengelaten. Is er iets te doen misschien? Het moet wel Warhola zijn, waarvoor de Klub C uitpuilt. Even verder gaan kijken dan maar of het elders ook plezant is.

altBoel met Zack de la Rocha, Chris Cornell dood,... Nu de rest van Rage Against The Machine ook niet meer Audioslave kon zijn, drong een nieuwe job zich op. De verkiezingscampagne van Donald Trump was de ideale afleiding. "Make America rage again" was het motto waarmee de muzikanten B-Real van Cypress Hill en Chuck D en DJ Lord van Public Enemy onder de arm namen. En ook Werchter raget opnieuw bij deze Prophets Of Rage. Tom Morello doet dat ene gitaartrucje waar hij zo goed in is, "Bombtrack" en "Bullet In The Head" zetten de wei op stelten. In "Fight The Power" hoor je hoe dicht RATM en Public Enemy bij elkaar konden liggen. Het is vooral nostalgische fun, met B-Real die voor de gelegenheid als Omar Souleyman is afgezakt en een "Insane In The Brain" dat de pretfactor nog wat aanzwengelt. Ideaal om de eetlust aan te scherpen op dit uur.

altTijd dan voor een rondje Klarafy, want niemand bouwt betere bruggen tussen klassiek en hedendaags dan Agnes Obel. We zagen haar de voorbije jaren alleen, met twee, met drie, of zoals vandaag, met vier op het podium: altijd wist het te boeien. Met ondertussen een hele band rond haar sluipt Obel soms wat naar de achtergrond in de rol van orkestleider, zeker tijdens de vierstemmige gezangen. Die dubbele bezetting op cello zorgt voor flink wat kabaal en ook de laatste toevoeging, drums, maakt het klankenpalet nog dieper. Nummers als “Familiar” -- na de verrassende opener “Riverside” -- of “On Powdered Ground” houden bijzonder makkelijk stand op een festival en zwellen dreigend en pompend aan tot het bijna uit de hand lijkt te gaan lopen. Met daartussen: schoonheid die komt dwalen en spoken, zoals “The Curse” of “Run Cried The Crawling”. Een band voor de afterparty zal het nooit woorden, maar een topconcert was het des te meer.

Bastille kon dit jaar niet, dus werd Imagine Dragons van stal gehaald om het contingent pubermeisjes in bedwang te houden. Kwansuis noteren we: het uniform is dit jaar een kek rokje met een oversized grijze trui. Zelf hadden we dat vanmorgen niet door, maar we geven het maar mee aan (ml) en (hr) die de komende dagen het stokje doorgeven. Imagine Dragons dus. Laten we Herman Schueremans voor dit schouwspel dankbaar zijn, want de groep ontketent op hoogst entertainende wijze de Statler en Waldorf in (jp) en (kt).

We zijn nog maar drie nummers ver als al een lange speech over terrorisme wordt afgestoken. Voordeel: hoe meer gepraat, hoe minder nummers het gezelschap hopelijk kan spelen. Er is overigens een ongeschreven regel dat na een bindtekst van langer dan één minuut het laatste nummer wel moét volgen. Zoveel genade wordt ons echter niet gegund, een uur doorbijten volgt. "I'll never change for anyone" horen we Dan Reynolds zingen, maar misschien moet dat toch overwogen worden. Als "Happy Birthday" het beste nummer uit je set is, zou het geen kwaad kunnen om de hand kritisch in eigen boezem te steken. Zoiets vereist enige bescheidenheid en als er iets is wat de groep niet heeft (naast echte songs) dan is het dat wel. U gelooft ons niet? De gitarist had een gouden gitaar bij. Goud. Dat Radiohead daar nog niet aan gedacht heeft!

alt

Arcade Fire heeft geen goud bij, maar gaat voor goud. Elk concert opnieuw en vandaag extra, op een Main Stage waarvoor het nog niet meteen volgelopen is -- dat komt wel. Nieuwe single "Everything Now" is nu al een hit en dus de perfecte opener. De ABBA-piano walst de wei in, de bas danst op een discobeat en de hele chorus line schreeuwt "Everything Now". U -- het publiek -- bent nog niet helemaal wakker en zingt maar her en der mee. Geen zorg, Arcade Fire had hier op gerekend en staat in aanvalsmodus. Doorbraakhit "Rebellion (Lies)" wordt meteen in de strijd geworpen, geheim wapen Will Butler draaft met zijn trommel het voorpodium op en neer, om ten slotte theatraal neer te zijgen. Een daverend percussiebombardement -- Carnaval in Rio, maar dan op een winderige wei -- kondigt "Here Comes The Nighttime" aan. "Wat je ons geeft, krijg je 50.000 keer terug", belooft Wil Butler en zie: we staan er plots. "No Cars Go", met Régine Chassagne uitbundig op accordeon, wordt juichend onthaald. "Hey!" brult u mee. En nog eens. En nog eens.

"The Suburbs" wordt door Win Butler opgedragen aan David Bowie: "We fucking miss him. Ergens wordt er hopelijk een kind geboren met zijn geest, zoals met Dalai Lama's gebeurt." De knallende snaredrums die "Ready To Start" inluiden, laten weten dat we inderdaad klaar zijn. Vanaf nu -- nu al -- zitten we in een finale die niet alleen fanfavorieten opduikelt, maar ook enkele nieuwe nummers. Een hoekig dansend "Signs Of Life" is meer Talking Heads dan David Byrne ooit is geweest, "Creature Comfort" drijft op elektronica en veel schreeuwzang. De thematiek -- de dwang van het ideale lichaam, de zucht naar roem -- belooft voor het straks te verschijnen Everything Now. Als het al een feestplaat zal worden, dan eentje vol maatschappijkritiek.

Voorlopig niets van dat. Een "Fuck Trump, for a thousand years", op het einde, dat wel. Die zat, maar daar ging het voorts niet om. In zijn laatste half uur bezingt Arcade Fire de wereld, de liefde en het leven op uitzinnige wijze, met meer instrumenten dan ooit. Naast een bassaxofoon zien we ook een klarinet opduiken, de conga's en steeldrums hebben we dan al gehad, en als in het punky "Month Of May" twee drums passen, dan gebeurt dat ook gewoon. "Neighbourhood #1 (Tunnels)" is nog eens de jeugdige romantiek van het prille begin, maar het is een funky "Reflektor" en een uitzinnig "Afterlife" die naar een hoogtepunt stuwen. "Can we work it out?" vraagt Butler in dat laatste. Natuurlijk,maar niet zonder laatste eindspurt, een "Neighbourhood #3 (Power Out)" dat maar blijft dansen op die xylofoonriedel en haasje-over spelende drums. "Wake Up" mag nog even volgen en bevestigt wat al jaren geweten is: ooit is Arcade Fire hier headliner.

Dat moet ook, want wie zal het anders doen in tijden van bloedarmoede op rockvlak? Die bier-en-pattattenrock van Foo Fighters geurt al jaren klef, over de line-up van morgen weigeren we zelfs te communiceren en de blik vol walging waarmee Thom Yorke naar zijn gitaar kijkt, daar worden we een beetje bang van. Een hot-dog later begrijpen we echter wel waarom de jeugd zich van de zes snaren heeft afgekeerd. Wie Kings Of Leon één keer zo oervervelend en bloedeloos als vandaag heeft zien spelen, grijpt als vanzelf naar beats en synths. Caleb Followil, we rekenen je het bestaan van Mura Masa en die onvergeeflijke Chainsmokers zwààr aan!



E-mailadres Afdrukken