Cactus Festival 2017

Een armrollend voulez-vous

(mvs), (kvp) - 08 juli 2017

Een grasveld afgezoomd met boorden, en daarrond wat togen en toogjes. Cactus Festival houdt het eenvoudig en beknopt, maar net dat is het geheim. Even ademen halen tussen optredens kan, wij kunnen even op die met goud afgeboorde pot naar de plee, en net voor de volgende artiest begint, grissen we nog een pint in een glas van de plateau van de lakei. Aah Cactus Festival, u verwent ons journalisten. Grapje, we zijn niet eens backstage geweest: zo gezellig was het op de wei.

Dag Een: Een feest van hoop

Een discoqueen, een britpopheld, twee Belgen en een soulster: zeggen dat Cactus Festival diversiteit hoog in het vaandel draagt, is een understatement. Het vraagt ook een mentale flexibiliteit die het publiek van het Grootste Terras van Brugge niet altijd kon opbrengen. En toch werd Dag Een een schot in de roos.

Tamino stapt in zijn uppie het podium op om dit middelgrote festival te openen met niet meer dan zijn gitaar. Alsof dat niets is. De jonge Mortselnaar kan er ook maar beter aan wennen: het wordt deze zomer vaste prik voor hem, maar hij lijkt er klaar voor. Een nummer verder komt toetsenist Tom Pintens erbij, nog wat later duikt ook Ruben Vanhoutte op om "Reverse" van doffe drums te voorzien. Het is een eerste hoogtepuntje op deze festivaldag; de vloeiende zanglijn verraadt een zelfde aanleg voor onvergetelijke melodieën als James Mercer van The Shins. Het is misschien wel het meest veelbelovende aan deze gast, zelfs al is hij natuurlijk eerst en vooral Een Stem.

Dat hij ook de songs mee heeft die dat instrument tot zijn recht doen komen, zorgt er echter voor dat we hier meer in horen dan Natalia in het zoveelste jodelpopje uit The Voice. "Cigar", bijvoorbeeld, waarin Tamino zijn warme diepe croon laat horen, maar ook "Indigo Night" waarin hij vertelt, weent, en weer terugkeert. Het is die flexibiliteit waarmee hij op zijn Rufus Wainwrights kan schakelen die echt verbluft. Een overbodige cover van "I Bet That You Look Good On The Dance Floor" verder sluit doorbraaksingle "Habibi" af, de wei blijft enthousiast schreeuwen om meer. Dit is een star born, maar het wordt voorlopig nog wat omfloerst door die typisch Vlaamse schutterigheid in de bindteksten. Zelfvertrouwen verstoppen uit maatschappelijke schaamte blijft een ziekte in dit schaamlapje van de Noordzee. Laat Tamino alsjeblieft snel uit die beknelling breken.

Het kan ook nog Vlaamser. "Elk zijn goeiendag", begroet Wannes Capelle het publiek. Breed gesproken is dit voor hem dan ook "Ier bie oes", en met dat nummer is de toon gezet, en die brengt: de beleefd rockende, in proper geformuleerd West-Vlaams gebrachte nummers van Het Zesde Metaal. In "Calais", als gewoonlijk scherp aangekondigd met een sneer naar ons huidige vluchtelingenbeleid, mogen de gitaren toch een beetje van de leiband. "Dag zonder schoenen" wordt aangekondigd met een dialectische faux pas. "Waar zin die skoentjes?" dient blozend verbeterd tot "Waar zin die shoentjes?" Toch niet helemaal chez soi, hier, maar close enough om ook vandaag te scoren met die heerlijke frontale botsing tussen "Where Is My Mind?" en "Boze Wolven" van Gorky. "Oh my God, it's a mash-up!" zou E van Eels uitroepen, Capelle doet gewoon door en scoort met het pakkende "Ploegsteert"; een Vlaamse Griekse tragedie in vijfminutenvorm, die altijd een béétje voor een krop in een keel zorgt en een "Godverdomme, Frank", toch.

En toch ook altijd dat licht onbehagen bij deze band. "'t Zit allemaole goe in mekaor", zingt Capelle in "Nie voe kinders", en dat is ons werk weer voor ons gedaan. Het Zesde Metaal brengt vakwerk, maar blijft daarbij altijd aan de verkeerde kant van te braaf. Zelfs het funkende, groovy "Naar de wuppe" is net niet nijdig genoeg, waardoor ook de boodschap wat tandeloos blijft. Op een echt festival valt dit soort cultuurcentrumrock toch iets te bleek uit.

Vraagje tussendoor: praten Bruggelingen met elkaar door het jaar, of sparen ze alles op voor Cactus Festival, dat niet voor niets "Het Grootste Terras Van Brugge" wordt genoemd? Wanneer Michael Kiwanuka "Home Again" inzet -- nochtans zijn hit -- komt dat niet boven het gekwek uit. En dat blijft ook zo de rest van de set. Kiwanuka vecht, trapt op het pedaal in "Rule The World", laat zijn gitaar nog eens loeien, en begint dan een zoveelste eindeloos pielende soulballad. Kijk, dan ligt het misschien niet aan het publiek alleen, Michael.

"This has become more important than ever": Richard Ashcroft gelooft in de helende kracht van muziek, van samen naar een concert gaan, maar het publiek moet daar eerst nog wat van overtuigd worden. Niet dat de voormalige Vervefrontman er niet voor gaat. "Out Of My Body" is een pompende opener, maar gaat helaas verloren in een zompige geluidsmix, met "Sonnet" wordt meteen een bijna religieus aandoend oudje opgediept van op het straks twintig jaar oude Urban Hymns. De verwachte samenzang klinkt echter bescheiden -- onze buurvrouw kijkt bijna verstoord op, wij blikken meewarig terug: hoezo niet meezingen? -- en ingehouden.

Het blik hits -- solo zowel als uit het Vervetijdperk -- blijft open, de band speelt degelijk, maar voelt met zijn klassieke rockbezetting en veel strijkers uit een doosje wat beperkt aan. Hoe goed de klassieke bluessolo van Adam Phillips in "Break The Night With Colour" ook is, je mist de gitaarcapriolen van Nick McCabe die The Verve zo'n heerlijk psychedelisch tintje meegaven. Het is soulvol, maar ook net te smaakvol. Gelukkig is "Music Is Power" daarna wel gloedvol, en bloeit het iets minder bekende Vervenummer "Velvet Morning" heerlijk open. "Don't you cry", bezweert Ashcroft, de armen troostend om de wereld werpend. Een "Lucky Man" -- "Mijn "Wonderful Tonight" -- verder volgt een tirade tegen het militair-industrieel complex. "We don't want no World War Three", en hij bezweert de massa: "Hold On". De nacht is net gevallen, de lichten gloeien op, en dit optreden is net een feest van hoop geworden. Eindelijk is het publiek los, is het mee met wat deze benige Brit wil zeggen. Het is een bezield moment, een apotheose, en dat "Bitter Sweet Symphony" nog volgt, is niet meer dan een kersje op een taart. Heerlijk optreden.

"Waar gaat dit over?" Het is een vraag waar we lang mee worstelen bij Roísín Murphy, en die al de kop opsteekt na één nummer. We zijn dan al één masker en een eerste kostuumwissel verder en er zullen er nog veel volgen. Een hoofddoek zal een rokje worden, een vermoorde zebra wordt om de nek gehangen en nog even later zet ze een set oorwarmers op die er samen uitzien als drie Gilles de Binche. Wat is dit; Aalst Carnaval in haar eentje? Bij enola hebben we daar normaal (jbo) voor.

De muziek, zegt u? Die lijkt die poppenkast voor gevorderden aanvankelijk vooral niet te willen storen. We horen droge elektrofunk ter hoogte van het rokje, onderkoelde disco in Aalst. Het kabbelt en pruttelt een beetje, maar net voor we de grap "Deze keizer heeft geen kleren aan" willen gebruiken, brengt een eenhoornmasker redding. Met "Tell Everybody" krijgen we eindelijk een nummer met kop-en-staart, en trekt Murphy ons de nacht in. De deep house van "Ten Miles High" gaat over in "Exploitation", dat met "Sing It Back" een flard Moloko meekrijgt. Het publiek heeft de boodschap begrepen, en brengt die titel in de praktijk. Als beloning keert de zangeres terug met een penis op haar hoofd gebonden; tja. Met "Forever More" bereikt de set uiteindelijk een hoogtepunt, eentje dat nog maar eens doet dromen van dat alternatief universum waar Murphy en Mark Brydon een koppel waren gebleven, en ondertussen al lang Rock Werchter headlineden.

Vandaag moeten we het stellen met warme herinneringen aan de belofte van die band, al weet Murphy ook met eigen werk een stomende apotheose aan de set te breien. "Jealousy" is heerlijk stompende disco waarop wij even armrollend "Voulez Vous" prevelen -- sorry, thuis zijn we lolliger -- en vervolgens de nacht in jiven. Aan de toog staat nauwelijks nog iemand, en ze blijft nog een uur open. Brugge sluit niet. Het zal nog laat worden, dus (kvp) mag het morgen van ons overnemen. Break a leg, K!



E-mailadres Afdrukken