Banner

Dour 2017

Elementaire fysica

Evert Peirens en Lennert Hoedaert - foto's: Peter Duyts - 16 juli 2017

Dour blijft wellicht het meest gevarieerde festival in onze contreien, met nog enkele onvervalste nichepodia, en de grootste concentratie reggaegerelateerde verschijnselen buiten Geel rond begin augustus. Maar jaar op jaar pakt 's lands op drie na grootste zomerfestival ook uit met een oersterke affiche vol oud bekend en jong onbekend lekkers. Onachtzaam voor eigen lijf en leden als het om muziek gaat, is enola ook gaan proeven. Aan tafel!

Eerste punt op de agenda: we bevestigen graag even onze whereabouts door de prijs van een pint op de wei te checken. 4 bonnetjes voor 11 euro en 1 pint per -- even de rekenmachine bovenhalen -- maakt 2,75 euro per pint. Zo, zeg nu niet dat we er niet bij waren.

Maar goed, waarvoor we kwamen dus. It It Anita krijgt de taak om de dag af te trappen, en kwaad dat die daarom zijn. De Luikenaars kiezen voluit voor de aanval en hebben daar al snel enkele verdwaalde zombies -- Dour eist reeds zijn tol -- mee omvergeblazen. Meer dan pakweg een vijfde van het podium in La Caverne hebben ze daar niet eens voor nodig, ingekapseld in hun versterkers. Da's gewoon elementaire fysica: forceer zo veel mogelijk energie op zo een compacte plaats, en daar komt heibel van. Vraag maar aan de zon! De paar vierkante meter die de band vasthoudt wordt te klein, de druk te groot, en de finale eindigt bijna onvermijdelijk in het publiek. Dat kan er wel van smullen. Wij ook.

De toon is gezet: benieuwd wie beter doet. Twin Peaks, misschien? 't Is geen kwaaie band, met enkele anthems waarop het goed is pinten te hijsen en te high fiven. Live komen de dudes er helaas niet echt uit. We willen het woord 'saai' niet gebruiken, maar halen wel het eufemisme 'statisch' van stal. Spelen na de pletwals van It It Anita blijkt geen geschenk voor de laid-back pretrock van de Chicagoans. Bij wijze van witty banter declameert de zanger-gitarist enkele keren “je ne sais pas!”. Wij zijn er ook nog niet uit. Probeer eens een zaaloptreden, jongens.

Wie niet wil wachten tot Twin Peaks het weet, kan aankloppen bij Uman op The Last Arena, of Wuman in La Petite Maison Dans La Prairie. Die zonder W is een Brussels rapmens, die mét een Doorniks kwartet dat tropische electropopportretten met gitaar en synths maakt. Geen van beide is absoluut onontbeerlijk. Wel benieuwd hoeveel mensen voor het verkeerde podium parkeren!

Over naar Le Labo, waar het thema van de dag voor de prettig gestoorde garagerockers van Mountain Bike “hair metal” is. Jeansbroeken gekortwiekt tot uncool ver voorbij de knieën, zwarte T-shirts die niets zeggen en langharige pruiken: lekker silly. De bassist is langharig uit eigen beweging -- zijn zaak -- en draagt dus maar een helm. Het mag voor Mountain Bike dus al eens iets anders zijn dan de onderbroeken of te kleine sportshorts waarin ze vroeger optraden. De set van de Brusselaars is strak als de poep van een non, maar herbergt dus veel meer geinigheid. Nog een geluk.

Dour is ook een festival van harde keuzes, waar de Engelsen het woord clashes voor hebben: door Mountain Bike konden wij niet optimaal genieten van de vuiligheid van the Moonlandingz. En wie vindt dat vuiligheid niet om van te genieten is, heeft nog nooit festivalkost geprobeerd. Wat we nog horen van the Moonlandingz gaat net zo vlot binnen als de geïmproviseerde pizza (een half langs de lengte gesneden stokbrood gegarneerd met wat tomatensaus en kaas) die we eerder op de dag voorgeschoteld kregen: tegelijkertijd zorgend voor een lichte misselijkheid en een nodige opkikker. Zo gaat dat.

Alex Cameron moet toegeven dat hij nog nooit eerder in zo'n tent “big as an airplane hangar you could park a jumbo jet in” mocht optreden. Kenmerkend voor het losertype dat hij live opvoert, dat. Zoals hij speels kronkelt heeft hij soms iets van een slome Iggy Pop met kleren aan. Cameron heeft een saxofonist in dienst die er soms wat voor spek en bonen bij zit -- stoel en al -- maar puik werk levert om Camerons croonersfeer een duurder, charmanter elan te geven waar nodig. Dit is de licht verteerbare verademing op een drukke dag, maar ook niet zo memorabel, uiteindelijk.

All Them Witches dient op uit een ketel waarin donderende seventies rock ligt te sudderen in bier en wiet. Stonervoer, dus, maar geserveerd door bekwame sterrenchefs. Wij horen de ontbrekende schakel tussen Led Zeppelin en Queens Of The Stone Age, en wisten niet eens dat daar nood aan was. Heel fysiek optreden, ook: de verpulverende bassen zijn tot een flink stuk in het publiek voelbaar, en de verschroeiende solo's maken horendol. Zoals dat een band genaamd All Them Witches betaamt, quoi.

Dat ze voor ons part een betere stek als sub-headliner verdienen dan een uurtje marquee ergens relatief vroeg op de avond, Blonde Redhead. De New Yorkse indieband is al sinds de vroege jaren negentig een referentiepunt en vertoont ook live geen tekenen van sleet. Frontvrouw Kazu Makino zou naar verluidt aan plankenkoorts lijden, maar dat is er niet aan te zien of te horen. Samen met tweelingsbroers Simone en Amadeo Pace -- identiek getooid in wit hemd en grijze krullenbol, vraag ons dus niet wie wie is -- toont Makino wel wat 30 jaar ervaring betekent. De zachte melancholie die doorsijpelt in de set biedt tegengewicht aan de, ja, overdaad aan jong geweld. Beetje klinische opvoering misschien, dat wel.

Wie vraagt naar wat wij de beste bandnaam in jaren vinden, antwoorden wij steevast met Robbing Millions. De Brusselse jongelui schuwen geen psychedelisch experiment, en hebben nu ook geen ander doel voor ogen dan iedereen in Le Labo in hogere sferen brengen. En ja, de aanwezigen volgen gedwee alle mogelijke bochten die de band hen vakkundig inloodst. Dat zijn er nogal wat, met verkeerde benen alom qua tempo. Razend spannend, maar ook vermoeiend, en het echte dansfeest moet nog beginnen. Er bestaan wel middeltjes tegen die vermoeidheid, hebben wij van horen zeggen.

Als Balthazar het voorspel is, dan is Warhaus wat daarop volgt. Maarten Devolderes zijstap is stukken heftiger dan op plaat, pompender en hitsiger, maar altijd even classy. De chemie tussen Devoldere (in lange zwarte frak, die moet afzien in de hitte van Le Labo) en Sylvie Kreusch is niet alleen van een zeldzame échte echtheid, maar bijna even stijlvol als pervers. Als ze naar elkaar toe vloeien, denken wij onwillekeurig: die gaan vergeten dat ze on stage zijn en de daad live bij het woord voeren. En elke keer als Kreusch langs haar, euh, kruis gaat in haar eigen wulpse choreografie, dan moeten wij even slikken. Kunnen we afspreken dat er tussen suggestief en expliciet voortaan Warhaus ligt? Bedankt voor uw medewerking!



E-mailadres Afdrukken
Tags: Dour