Banner

Bozar Electronic Arts Festival

29-30 september 2017, Bozar

Gowaart Van Den Bossche & Tom De Moor - 30 september 2017

Elektronische muziek is ondertussen een bijna even hol begrip geworden als klassieke muziek: een eindeloos gamma aan stijlen en genres valt onder de elektronische paraplu, zodat gemeenschappelijke noemers alsmaar meer nietszeggend worden. Toepasselijk dan ook dat Bozar, dat bastion van symfonische orkesten en Koninging Elisabethwedstrijden, ondertussen al voor het zesde jaar op rij een heel festival aan al die facetten wijdt.

Met Black Rain werd alvast een brug gelegd tussen legendarische vroege elektronische experimenten en recenter gerief dat de mogelijkheden binnen het genre verder aftast. In de jaren tachtig was het duo een van de meest vooruitstrevende industrialgroepen, maar in 1996 hielden ze het voor bekeken. Tot ze enkele jaren geleden aangespoord werden om opnieuw muziek te maken door het toonaangevende label Blackest Ever Black, dat onder meer platen van Raime uitbracht.

De levensader tussen Black Rain en Raime is hoorbaar in een gelijkaardige venijnige puls, maar de oude garde had hier duidelijk weinig zin om ook maar enige toegeving naar het publiek te doen en zette een chaotische show neer. Brussels contrabassist Otto Totland mocht de set openen met een gelaagde drone, om dan tamelijk onceremonieel weer af te druipen (even later dook hij weer op voor een bijdrage van hooguit vijf minuten), waarop een van de twee oerleden een vervaarlijk denderende wall of sound opbouwde. Pas halverwege stond het kerntrio van de groep gezamenlijk te musiceren, waarbij duidelijk werd dat de groep wel degelijk “songs” aan het spelen was (inclusief weinig imposante zang) en niet gewoon teringherrie bij elkaar aan het improviseren was. Extreme muziek, maar niet extreem boeiend gebracht.

Met Ben Frost was er niet veel beterschap op komst op vlak van toegankelijkheid. De man bracht net zijn vijfde studioplaat The Centre Cannot Hold uit, en die is mogelijk zijn meest hermetische totnogtoe. Een plaat die herhaaldelijke luisterbeurten vergt om doorheen het geraas van vervormde klanken iets van een verhaal te herkennen, maar die ook dan nog steeds niet gemakkelijk in het gehoor ligt met slechts een handvol momenten waarop een melodie of duidelijk ritme passeert.

Bestaat er een betere setting dan de prachtige Henry Le Boeufzaal om die onderdompeling te ondergaan op hoog volume, zodat je elke laag geluid doorheen je beenderen hoort rammelen en elke scherpe sirene je trommelvliezen aan flarden rijt? Nu ja, enkele jaren geleden trad Frost op ditzelfde festival aan in de bunkerachtige Terarkenzaal, en eigenlijk werkte zijn demonische klankbad daar beter. In een staande context stoort een wispelturig publiek dat niet goed weet wat met het lawaai aan te vangen minder, en de claustrofobische donkerte van een betonnen kubus past beter bij dit geraas.

Het kan ook aan het materiaal gelegen hebben: Frost doet niet aan greatest hits sets en bracht hier The Centre Cannot Hold integraal zonder daarbij iets fundamenteels aan te passen. Dat die plaat vanuit het live-gegeven ontstond terwijl Steve Albini de opnames voor zijn rekening nam, zit daar ongetwijfeld voor iets tussen. Dan is het ook des te spijtiger dat deze versie weinig afweek van wat op de plaat te horen valt, of het moeten die enkele momenten zijn waarop Frost zijn synths niet helemaal onder controle leek te hebben aan het begin van “Ionia”. Akkoord, de monsterlijke dynamiek werd extra in de verf gezet, waardoor je op de beste momenten hoorde hoe ingenieus Frost zijn textuurlagen op elkaar stapelde, en ook de abstracte visuals waren naar het einde toe best wel een meerwaarde, maar een echte hoogvlieger was dit niet.

Genoeg amelodieus lawaai moet de programmatie gedacht hebben, want vervolgens mocht Pantha Du Prince de grote zaal omtoveren tot een pompende technoclub. Het was duidelijk dat een aanzienlijk deel van het publiek hiervoor was opgedaagd, want de parterre stond al snel vol met dansende mensen terwijl het trio op het podium de beats vanuit de opgenomen versies opentrok naar een live-festijn waarbij vooral de drummer voor een geslaagde meerwaarde zorgde – al hoorden we wel al creatievere en diepgaandere interpretaties van het klassieke techno-idioom.

Drie acts die enkel een elektronische nadruk als verenigende factor hadden en vanuit dat gegeven radicaal andere muzikale werelden verkenden, het toonde inderdaad mooi hoe eclectisch dat elektronische muziekgegeven ingekleurd kan worden. Alleen jammer dat het hier geen echte hoogvliegers opleverde.



E-mailadres Afdrukken