Banner

Ruben Machtelinckx & Karl Van Deun / Bruno De Groote

23 november 2017, Het Bruggenhuis

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 25 november 2017

Feest voor de gitaarliefhebber in Geraardsbergen. Met Machtelinckx, Van Deun en De Groote had het Bruggenhuis drie artiesten in huis gehaald die elk een heel eigen verhaal te vertellen hebben met zes snaren (of minder, voor de banjo). Elk op zich al de moeite, maar alles bij elkaar opgeteld een behoorlijk brede weelde.

Karl Van Deun bracht eerder dit jaar in eigen beheer Weekend Art uit, een even genereuze als franjeloze plaat die een mooie tweespalt liet horen: de man koestert immers een grote liefde voor vele genres (klassiek, folk, standards en meer), maar weet die tegelijkertijd naar z’n hand te zetten. Z’n korte soloset bood dan ook een fraaie inkijk in zijn methodes. Klassieker dan die van z’n partner, soms misschien een beetje streng, maar ook met verbeelding en hier en daar wat frivoliteiten. Heel mooi ook hoe hij de melodie van “Summertime” bleef omcirkelen en uiteindelijk toch even expliciet ermee te spelen. Een korte improvisatie bevestigde de eerdere indrukken die we opdeden: compositie en vrije verkenning zijn soms amper van elkaar te onderscheiden, want het leek wel alsof de ter plekke bij elkaar gebrachte stukjes allemaal logisch hun plek vonden.

Met Ruben Machtelinckx erbij werd een kleine greep uit beide duoalbums gepresenteerd, via een combinatie van stukken uit Ask Me Don’t Ask Me (2014) en Shapes (2016). En als “Beek” en “Slaaplied voor grote mensen” composities zijn die de verschillende stijlen van de gitaristen mooi illustreren en je meteen inpakten met hun dromerige melodieën, dan waren “Question Mark” en “Inspiration” complexer vlechtwerkjes die omzichtiger te werk gingen en niet zo snel in hun kaarten lieten kiujken. Tussendoor passeerde ook nog “Dewy”, een compositie van Machtelinckx uit het recent verschenen album van Linus met Niels Van Heertum, Nils Økland en Ingar Zach.

Voor zijn korte sololuik ging de jongere gitarist voluit voor het experiment, door het combineren van gitaar én banjo, het gebruik van EBow, loops en uitvergrote, abstracte effecten, die in combinatie met de iele melodieën een evenwichtsoefening uitvoerden tussen ietwat sombere ingetogenheid en subtiele weidsheid. En zo werd de link gelegd met de recentste worp van het Aspen Edities-label, een split-album waarop Machtelinckx en Frederik Leroux elk solo te horen zijn. Binnenkort meer daarover.

Vervolgens trok Bruno De Groote het register helemaal open. De man heeft er heel wat ervaring op zitten in uiteenlopende werelden en met stijlen uit diverse windrichtingen en tijdperken, en zijn set bevatte dan ook immense staalkaart van geluiden en temperamenten. De Groote is haast akelig veelzijdig en de lange opener volstond meteen om dat in de verf te zetten. Blues, country, swing, folk, spirituals, Hendrix, flamenco; het leek allemaal te passeren in een kaleidoscoop van “onherkenbare standards en herkenbare eigen composities”, die uit de vingers vloeide als een stream-of-consciousness. Met een Gibson Les Paul en een batterij effecten dwaalde De Groote door een wereld die rootsmuziek als rode draad had, maar ook zoveel verder ging.

Zijn gruizige blues stond haaks op het conservatisme dat het genre vaak verweten wordt, even leek het wel alsof hij een bij Tom Waits en Marc Ribot weggeplukte tarantella onder handen nam, en de verst uit elkaar liggende stijlen werden schijnbaar moeiteloos aan elkaar gebreid. Van barokcomponist Henry Eccles tot Thelonious Monk: meer dan een handomdraai is het niet, en zijn versie van “Round Midnight” werd dan ook een verbluffende plastische oefening, of eerder een liefdevolle dissectie. Verderop dwaalde het verder af van de jazz, gingen sound en aanpak nauwer aanleunen bij een figuur als Richard Thompson of het imponerende collagewerk van Gary Lucas. Om zijn voorliefde voor de Latijns-Amerikaanse muziek uit de doeken te doen, sloot de Groote af met zijn versie van de son van Buena Vista Social Club. Ook in sologedaante bleef “El Cuarto De Tula” een onweerstaanbaar dansende oorwurm.

Paco de Lucia, Link Wray, Chet Atkins, Brian Setzer, Doc Watkins, Charlie Byrd en Larry Coryell spookten ook nog door ons hoofd, maar het konden net zo goed andere namen zijn. Op zich al straf als je bereik zo breed is dat je al die referenties oproept, maar dat werd eigenlijk overtroffen door de vaststelling dat De Groote er geen vermoeiende egotrip van maakte, geen ‘kijk-mij-hier-toch-eens-doen’-staalkaart, maar een performance waarin techniek en veelzijdigheid ten dienste stonden van een eigen verhaal. Ah, de kleine cafés, clubs en zaaltjes waar je zo’n avond kan meemaken zonder gedoe of gelul, je zou ze voor geen geld willen missen.

E-mailadres Afdrukken