Banner

James Brandon Lewis & Chad Taylor

31 januari 2018, PointCulture / Palais des Beaux Arts de Charleroi

Guy Peters - foto's: Guy Peters - 01 februari 2018

Het was al even uitkijken naar de terugkeer van James Brandon Lewis, de saxofonist die vorig jaar aardig wat zieltjes won met zijn trio. De heren deden toen enkele Vlaamse podia aan en richtten er doorgaans een behoorlijke ravage aan. Intussen was ook al Lewis' duoplaat met drummer Chad Taylor opgenomen en die kwamen de twee nu voorstellen in Charleroi. Voor een aardig volgepakte mediatheek bewezen de twee nog maar eens dat kwaliteit geen monopolie van de bekende cultuurtempels is.

Radiant Imprints, binnenkort uit bij het Brusselse Off-label, laat een duo horen dat stevig in de jazz verankerd zit, maar ook een waardig volume toevoegt aan de machtige traditie van de sax/drums-platen. Even leek het wat vreemd, zo'n laag podium en een aantal rijen stoelen in het midden van een mediatheek, maar mede dankzij een verrassend goede akoestiek, duurde het welgeteld dertig seconden voor je samen met de muzikanten een warm, intimistisch en soulvol onderonsje beleefde.

Taylor startte met funky rim shots, Lewis antwoordde met een staccato aanzet die zijn gevoel voor ritme meteen in de kijker zette. Meteen werd ook duidelijk dat deze avond niet zozeer zou draaien om schuren, maar om rollen en dat deden de twee dan ook met verve. In het geval van de saxofonist was dat soms met bruuske intervallen en diepe scheuren, maar net zo vaak gebeurde het met een onstuitbare misthoornkracht die ons terugvoerde naar de gospel en de bluesy tirades van goed volk als Willis Jackson en David "Fathead" Newman -- saxofonisten met een lijfelijke, vette blues. Taylor diende van antwoord met organisch, aards spel, zoals hij dat ook doet bij de rootsspecialisten van Digital Primitives: robuust en aanstekelijk, maar regelmatig ook interventies van de "hoorde-je-dat?"-soort.

Natuurlijk is Lewis gaandeweg ook uitgegroeid tot een student en opvolger van kanonnen die vrijer gingen spelen, van Sonny Rollins en John Coltrane tot Joe McPhee en Fred Anderson. En dat levert stilaan wat op, want recent speelde de man niet enkel met zwaargewichten als William Parker en Marc Ribot, maar ook met een andere jonge stem die furore maakt: Jaimie Branch. De twee haalden de meerderheid van hun thema's uit Radiant Imprints, maar bleven binnenstebuiten keren, wegduwen en terug inhalen. Soms met een recht-voor-de-raapse, haast tribale stomp, maar net zo vaak met gedreven, bluesy swing of turbulent bochtenwerk. Het mooist van al was misschien wel dat ze het samenspel hecht, groovy én vogelvrij lieten klinken.

"Loved One", net als op de plaat een emotioneel jubelende zang, was een vroeg hoogtepunt, met Taylor die afwisselde tussen lichte accenten, wentelende motieven en zacht cimbalengetik, terwijl Lewis uitpakte met die typische motiefjes van hem, die springerig dansende riedeltjes die vaak omhoog gesprongen komen uit een ondergrond van sappig geronk. Even leek het wel alsof de geest van Bach door de blues waaide. Het was ook een bijzonder zicht, met Taylor (oranje shirt, scheve pet) die erbij zat alsof hij weggelopen was uit een 70's buddy movie en Lewis (helemaal in het zwart) met de toewijding en het uniform van een onwrikbare militant.

Ook het gebruik van een versterkte mbira leverde nu weer bijzondere resultaten op. Taylors repetitieve melodieën -- vaak niet meer dan herhalingen die iets weg hadden van slaapliedjes uit een eindeloos wentelende babymobiel -- zorgden voor een kinderlijke trance; Lewis tedere lijnen vervolledigden de impact. "With Sorrow Lonnie" herinnerde ons zo aan het ontzette gewicht van "Sometimes I Feel Like A Motherless Child". Al net zo indrukwekkend: "Radiance", waarin Taylors rechtlijnige ritmes de beats vormden voor Lewis' sputterende rhymes. Of “Imprints”, met dat kronkelende thema dat gaandeweg oploste, even de kop op stak in het snelvuur en de erop volgende Braziliaans-getinte dans, om uiteindelijk weer voluit opgepikt en uitgespeeld te worden met een laatste, verschroeiende uithaal.

Het was, kortom, een gloeiende, knetterende en hechte performance van twee muzikanten die een breed gamma aan stijlen en invloeden samenbrachten, tot een heel eigen interactie kneedden en het allemaal indrukwekkend afrondden met "Twenty Four". Op het album de veelbelovende opener, maar hier was het een samenvatting van al het voorgaande. Een uur, gevolgd door een korte bis/bezwering waar nog even "Over The Rainbow" doorheen waaide, meer was er niet voor nodig. Sax en drums (en mbira), het is een combinatie die intussen al zo oud als de straat is (nu ja), maar in handen van het juiste volk nog altijd kan leiden tot iets bijzonders. Avontuurlijk, soulvol, gretig en op mensenmaat. De reactie van het publiek was navenant.

E-mailadres Afdrukken