Banner

Little Waves 2018

14 april 2018, C-Mine (Genk)

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Timmy Haubrechts - 16 april 2018

Jaren geleden was de paasvakantie het moment om Tongeren te verkennen. Sinds het verscheiden van dat Viva Velinx lag de Limburgse markt open voor een nieuw festival met lekkere muziekjes. Little Waves bewijst al enkele jaren op rij dat het dat gat precies weet te vullen. Een intieme set van Mercury Rev gaf de zesde editie een bijzondere glans.

Het is alweer twee jaar geleden dat Bruce Springsteen nog eens Europa aandeed en Eric Early wil er hoogstpersoonlijk voor zorgen dat u het gemis niet meer voelt. Al bijna twintig jaar is hij de spil van het Amerikaanse Blitzen Trapper en al bijna even lang steekt zijn frasering die van The Boss naar de kroon. Dat werkt geweldig in een bevlogen song als "Nights Were Made For Love", dat zich met zijn nostalgische hang naar vroegere zomerdagen ook stevig op Bruce-terrein bevindt, of in het pakkende, kaal ingevulde "Not Your Lover", met de er stevig inhakkende zin "In my sleep I'm not your lover anymore".

Bijna voelt het als een ontdekking, maar iets over halverwege draait de groep dat gevoel hardhandig de nek om. De samenzang in "Furr" is slappe Mumford & Sons, de gierende rock die we daarna krijgen -- van die keer dat ze daarmee een doorbraak hoopten te forceren -– staat hen niet, de rootsfunk van nog een nummer later past niemand. En zo gaat dit optreden de dieperik in op een manier die pijn doet. Want dit is een band die goed speelt. Die sámen speelt. En die een paar songs in de mouw heeft zitten die we nog eens willen horen. Maar die tweede helft, neen, daar passen we dan wel voor.

Er vallen ook vragen te stellen bij Douglas Firs dat hier derde plaat Hinges Of Luck komt voorstellen. En passant laat Gertjan Van Hellemont onuitgesproken weten dat hij The War On Drugs ontdekt heeft en die band erg kan pruimen. Dat maken we toch op uit de manier waarop "Hannah" eindeloos wordt uitgebouwd, vol atmosferische synths van broer Sem en lange gitaarstukken. Het werkt, omdat die nieuwe single een bloedmooi nummer is, maar dat is niet overal het geval. Het oude "Don't Buy The House" wordt tot stilstand gebracht, puur voor het plezier van het herstarten, en dat voelt vooral als te bedacht. Jammer, want het solo gebracht "Pretty Legs And Things To Do" –- goeie titel overigens -– laat een man horen die best een eigen stem heeft.

Daar heeft de volgende act dan weer geen boodschap aan. De vier piepjonge Ieren van The Academic mogen dan plezant springerig klinken in opener "Permanent Vacation", al snel gaan de opzichtige referenties vervelen. "Bloc Party heeft gebeld", denken we al snel bij die typische gitaarstootjes; de brief van de advocaat van Franz Ferdinand zit in de bus. En ergens in Engeland is het voltallige Two Door Cinema Club in de spiegel gaan kijken of het zichzelf niet aan het werk hoorde. Ergens charmeert het, deze textbook-indie die zo graag zou willen dat het opnieuw 2005 is, maar helaas zijn ook de songs even tweedehands als het geluid. Check jullie voicemail, jongens, we geloven dat ook Julian Casablancas een paar keer geprobeerd heeft jullie te bereiken.

Vier jaar geleden bracht Mercury Rev een erg bijzonder akoestisch concert op DOK in Gent. Jonathan Donahue en Grasshopper waren een plaat aan het opnemen in Europa, en samen met producer Ken Stringfellow verdienden ze een cent bij met een kleinschalig optreden waarbij de frontman vooral veel wilde vertellen en enkele covers goed gekozen aanvullingen daarbij waren. Het moet een zaadje hebben geplant, want vandaag doet het duo, aangevuld met vaste Mercury Revpianist Jesse Chandler exact hetzelfde, zij het ietwat beter voorbereid en iets meer gestroomlijnd.

Dit jaar is het immers ook twintig jaar geleden dat Mercury Rev met Deserter's Songs onverhoopt toch nog een doorbraak beleefde. Met de integrale elektrische versie tourde de band al zeven jaar geleden, vandaag is de dag dat Donahue alweer de kans grijpt om lekker lang te vertellen over de tijd dat hij en Grasshopper aan de plaat schreven, in de waan dat het hun laatste zou worden, "om hoogstens op cassettes aan vrienden te geven", die keer dat Levon Helm van The Band aanklopte om een stukje mee te spelen. Het levert onder andere een prachtversie op van "Tonite It Shows", waarin de frontman laat horen hoe goed hij die beperkte stem beheerst.

Over The Flaming Lips, geestes- en generatiegenoten waar Donahue een blauwe maandag lang deel van uitmaakte, gaat het ook. "Let's take it down a bit", klinkt het en het trio maakt van Wayne Coynes "Love Yer Brain" de armwuivende powerballad die het stiekem altijd al was. "Sea Of Teeth" van Sparklehorse passeert minder opgemerkt; het is in die eindspurt de uitgeklede versie van "Opus 40" -– het werkt bijzonder goed zonder zijn gewoonlijke orkestrale grandeur –- die bijblijft. Dankbaar neemt de band het applaus in ontvangst, om in de bissen alsnog "Goddess On A Hiway" te brengen. Een toegift noemen ze dat en dat is terecht. Een topsong als deze moet je als publiek verdienen, een gezelschap als Mercury Rev is genereus genoeg om te geven. Zelfs als Donahue en Grasshopper nooit meer het geld zouden vinden om nog een albumte maken, zouden we dit soort optreden eindeloos kunnen zien.

De echte headliner niettemin? Afgaand op het vele publiek dat op tijd vertrekt om in de grote zaal te staan, is dat Tamino. De jonge Mortselnaar zit op de roetsjbaan van zijn leven en of hij zelf nog mee is, moet nog blijken. "Ik heb de afgelopen maand als kluizenaar geleefd in de studio, er komt dus waarschijnlijk iets aan na de zomer", klinkt het na een al te potige versie van "Cigar" -– nog een gitaar extra en we zijn opnieuw bij Arid –- en dus vallen er veel nieuwe songs te horen.

Vergeef ons het gebrek aan titels, er zijn enkel impressies. Dat woelige ritmes nog steeds centraal staan, bijvoorbeeld. En dat Tamino muzikaal spierballen heeft gekweekt, want je weet nooit of je nog eens een volle Werchter-tent moet inpakken. Alsof dat de eerste keer niet lukte zonder. Toen was dat op de rug van een handje killersongs, vandaag moet hij het helaas nog altijd van dat vijftal hebben. De nieuwe songs passeren zonder veel opzienbaren, zelfs "Indigo Night" laat in zijn huidige versie weinig sporen na.

En dan komt "Habibi" -- niet eens ons favoriete Tamino-nummer -- nog eens keihard binnen: wat een stem, vertelkracht, wat een nummer! Ja, deze jongen heeft talent. Verstik hem dus niet en laat hem nog meer in stilte en kluizenaarschap groeien; God weet komt er iemand uit met de zeggingskracht van Brel. Dat van na die zomer, dat moét echt niet per se, Tamino. Neem je tijd.

E-mailadres Afdrukken