Banner

Jonas Cambien Trio / Akira Sakata & Giovanni Di Domenico

2 mei 2018, AB Salon

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 04 mei 2018

Altijd fijn als die van Sound In Motion nog eens neerstrijken in 't livingske van de AB. De pastelkleurige huiskamer was deze keer het decor voor een fraaie double bill, met daarop aanstormend Noors-Belgisch geweld en een Japans icoon van de freejazz, die nog eens zijn unieke synergie met een Italiaanse Belg kwam laten horen.

Het was een avond die nog maar eens bewees dat je dit soort muziek echt live moet zien. Niet dat We Must Mustn’t We van het Jonas Cambien Trio niet de moeite was, integendeel, maar het is een combinatie die met het visuele plaatje erbij zo veel rijker wordt. Dan valt immers op hoe deze vaak sterk doorgecomponeerde muziek toch benaderd wordt met een vrije geest. Dan zie je hoe zo’n drummer als Andreas Wildhagen voortdurend kwiek inpikt op wat zijn kompanen doen, en waar al die vreemde geluiden vandaan komen. Zoals Cambiens zelfgebouwde instrument, vermoedelijk die ‘microtonale melodica’, die hij met een klein blaasbalgje en zuurstofdarmpje bespeelt. Of de gortdroge commentaren die hij geeft met afgestreken gezicht.

Maar Cambien is vooral ook een muzikant met een originele pianobenadering binnen dit kader. In het eerste nummer al werd de deels ontmantelde buffetpiano een nukkige klankengenerator, waarbij rechter- en linkerhand in compleet verschillende werelden leken te vertoeven. Cambiens stijl is die van eindeloze herhalingen en variaties, van hedendaagse geluiden binnen een improvisatiekader, van soms wringende contrasten. Gingen Wildhagen en rietblazer André Roligheten op een bepaald moment tekeer met een rondtollende energie waar steeds meer gensters vanaf spatten, dan bleef Cambien soms in de weer met zijn eindeloos roterende patronen.

Het was Roligheten die regelmatig ook de aandacht naar zich toe trok met een schier eindeloos arsenaal aan klanken. De voorbije jaren bewees hij binnen verschillende contexten al een van de talenten van zijn generatie te zijn, iets dat hij nu weer bevestigde met pastorale lyriek, spiritueel getinte lijnen en een paar keer zelfs de combinatie van sopraan- en tenorsax tegelijkertijd. Geen gratuit machtsvertoon, maar een frappante verrijking van de sound. Kortom: een originele zak composities en muzikanten met een opvallend veelzijdige aanpak. De komst van Bart Maris voor het slotluik stuwde de muziek naar iets conventioneler terrein, maar overtuigde ook helemaal door z’n vanzelfsprekende samenhang. Je kon je niet van de indruk ontdoen dat ons nog mooie dingen te wachten staan met deze kerels.

Toen we Akira Sakata en Giovanni Di Domenico een paar jaar geleden aan het werken zagen in de kelder van wijlen La Resistenza in Gent, sloeg dat concert in als een bom. Een korte set volstond om een klein publiek helemaal tegen de grond te kwakken, iets wat ook herhaald werd met het prachtige Iruman, nog altijd een van onze favoriete impro-platen van de voorbije jaren. Sindsdien zijn de twee contact blijven houden en intussen kwamen ze elkaar nog regelmatig tegen op het podium en op releases. Zo speelden ze samen met de fabuleuze ritmesectie John Edwards en Steve Noble, en deden ze dat nog eens over met Edwards en Roger Turner. Vorig jaar verscheen bovendien nog een kwartetalbum met Manuel Mota en drummer Mathieu Calleja.

Nu stonden ze er terug als duo, en het duurde ook maar enkele seconden voor het samenspel opnieuw die ritualistische grandeur kreeg van het eerste concert dat we zagen. En als Sakata de naam is, de man met de lange ervaring die als lid van het Yosuke Yamashita Trio een van de spannendste hoofdstukken van de freejazz schreef en daarna steeds op zoek bleef gaan naar nieuwe uitdagingen en speelpartners, dan is Di Domenico op zijn minst een waardige opponent. Wat die liet horen, was bij momenten ronduit verbluffend, getuigde van zo’n rijkdom aan ideeën en techniek dat het leek alsof je de informatie uit vijf concerten nu te verwerken kreeg in één keer. De vingers raasden over het ivoor, een turbulent verhaal najagend, met de handen die regelmatig de lucht in vlogen, elkaar kruisten in withete haasje-overs.

Di Domenico zat met de rug naar het publiek en zag Sakata vermoedelijk enkel vanuit z’n ooghoek, maar deze interactie had geen visuele cues nodig. Hier was het temperament en het ritualistische bepalend, met een densiteit die aanzette en weer afnam. Sakata blies krachtig maar beheerst op de altsax, waardoor het samenspel regelmatig net onder het kookpunt bleef hangen. Geen explosie, maar een voortdurend ongedurig trappelen. De intensiteit nam even af voor een passage waarin de blazer naar de klarinet greep voor zachtere contouren die de muziek gradueel leek te laten uitdunnen, zodat hij ook weer in de traditionele bagage kon duiken met zijn vocale uitspattingen. Die levert zijn muziek een uniek, theatraal geluid op, en werd bovendien indrukwekkend gecounterd, of eerder verrijkt, door de bedwelmende en onstuimige virtuositeit van zijn kompaan.

E-mailadres Afdrukken