Banner

Kreis

3 mei 2018, Het Bruggenhuis

Guy Peters - 04 mei 2018

De kleine podia, dat is waar het gebeurt. Het is de plaats waar je dingen tot stand ziet komen, waar embryonale ideeën en projecten vorm krijgen, waar je nieuwe talenten kan oppikken terwijl ze nog volop zoeken naar een eigen geluid. Nog niet zo ervaren dat muziek spelen eigenlijk spelen met muziek wordt, maar wel in de weer om dat te ontdekken. Zo kwamen we gisteren Kreis tegen.

Meest opvallende figuur van Kreis is ongetwijfeld accordeonist Stan Maris. Zijn instrument blijft binnen de jazz nog altijd een beetje exotisch, ook al hebben we in onze contreien een paar figuren -- Tuur Florizoone, Philippe Thuriot -- die het een volwaardige plaats gegeven hebben. Daarnaast is hij ook de zoon van Bart Maris, al jarenlang een vaste waarde binnen de Belgische jazz. Een uitdaging om zo’n figuur op te volgen, en daarom is het misschien maar goed dat de zoon geen trompet speelt en z’n eigen ding doet. Daarvoor doet hij bij Kreis beroep op rietblazer Benjamin Hermans (bariton- en altsax, klarinet) en Kobe Boon, vermoedelijk een van de meest actieve bassisten van het moment (zie o.m. ook Steiger, The Milk Factory, Wandjina en RVB Quartet, waar ook Hermans deel van uitmaakt).

De focus op het ontwikkelen van een geluid in de inleiding hierboven, was trouwens niet bedoeld om te suggereren dat het trio daar niet over beschikt. Integendeel. Ze zitten op de wip tussen lyrische jazz, mijmerende kamermuziek en het suggestieve van filmmuziek, met veel unisono bewegingen en inkleuringen. Je merkte wel dat ze volop in ontwikkeling zijn, gaandeweg aan zelfvertrouwen winnen tijdens zo’n concert, vol spanning afwachten of ze een compositie eensgezind kunnen afronden en opgelucht ademen als dat het geval is. Maris’ brede grijns van puur contentement na het gros van de composities was rotaanstekelijk. Dat is waarom een mens muziek maakt. Het is ook waarom we steeds opnieuw uitkijken naar die concerten, die combinatie van opluchting en verwondering.

Het trio speelde twee sets, waarbij de eerste misschien iets luchtiger, iets toegankelijker was, met een voorzichtige aanzet waarbij de drie de klanken rustig lieten aanzwellen. Hermans zocht op de baritonsax aanvankelijk het hogere register op, Boon liet de strijkstok zachtjes schaatsen over de snaren en Maris ging op de knoppenaccordeon resoluut voor de eenvoud. Dat laatste zou een constante blijken; hij is geen muzikant die à la Thuriot uitpakt met verbluffende techniek, maar iemand die inzet op relatief eenvoudige, soms kale ideeën en fraaie melodieën die soms een hele compositie door aangehouden werden, terwijl zijn collega’s de vrijheid kregen om in te kleuren.

Maris en Hermans verkenden de melodieën ook vaak in duo, om vervolgens terug te plooien in zichzelf, terwijl Boon zorgde voor continuïteit en extra samenhang in stukken die lichtvoetig waren, maar genoeg substantie hadden. Stukken die vaak ook een humoristische insteek hadden (een requiem voor een kip, bvb.) of eigenlijk nog geen titel hadden (ideeën werden verwelkomd). Het mooist van al zat misschien wel in de kop van de tweede set, een compositie die niet alleen wat meer uitgewerkt aanvoelde, maar waarvoor Hermans plots in de diepte ging. Zijn spel werd intenser en dook ook in een diep brommend register. De toon voor de sterke tweede set was gezet en die bevlogenheid zouden ze ook niet meer kwijtspelen.

Het was, kortom, een mooie kennismaking met een nieuw, veelbelovend trio. De communicatie verloopt momenteel nog redelijk voorzichtig (het trio moet het dan ook niet van uitbundig spektakel hebben), maar het klonk bij momenten wel heel erg mooi. Met meer tijd en concerten zullen taal en interactie enkel nog aan vertrouwen en expressie winnen, en dat belooft. Het is nu al uitkijken naar de debuut-EP, die dit weekend wordt opgenomen en binnen een half jaar zou verschijnen.

Kreis staat op 25 augustus op het Summer Bummer Festival (Antwerpen).

E-mailadres Afdrukken
Tags: Kreis