Banner

Stef Kamil Carlens + Wovenhand

18 juli 2018, OLT Rivierenhof

Matthieu Van Steenkiste - 19 juli 2018

Sterk hoe dat OLT Rivierenhof zomer na zomer een sterkere programmering weet voor te leggen. De jaren dat kleppers als Portishead of Sigur Rós passeerden zijn misschien voorbij, in de breedte wordt het programma echter straffer en straffer. Ook woensdag was zo'n avond die met Stef Kamil Carlens en Wovenhand een mooie combo bood.

Stef Kamil Carlens had na jaren theatrale of dansante performances nog wel eens zin in liedjes, en dus mocht de Zita Swoon Group op stal. Onder zijn eigen naam maakte hij in 2017 een nieuwe plaat, vandaag tourt hij daar nog altijd mee. Zou het hem bevallen zijn? Aan het aantal oude Zita Swoonnummers te tellen, is het oude popverleden alvast grondig omarmd. Al is dat soms na grondige verbouwingswerken.

Die kenmerkende baslijn van "Ice Guitars" mag u dus op uw buik schrijven. De rocktrack uit Moondog Jr.-tijden wordt grondig uitgekleed tot een atmosferische versie die aardig opent. Gek hoe het poppy "Going Home" er meteen na het roer mag omgooien. En ook "Empty World", opgedragen aan wijlen zangeres Yasmine, is geen treurmars, maar krachtig en dansbaar. Harpiste Alma Auer voegt speelse accenten toe.

"L'Opaque Paradis" begint als een lange soundscape waarvoor Carlens gaat zitten. Zo kan hij met zijn voeten tegelijk een cajon en een harmonium bedienen. Met "Hot Hotter Hottest", waarin de frontman een aardig funksolootje ten beste geeft, zitten we weer op Zita Swoonterrein. "After I'm Gone", aangekondigd als "een cover van de wereldbekende band …", wordt zo passioneel gebracht dat je de indruk krijgt dat die terugkeer naar De Song echt wel met volle goesting was. Carlens lijkt zich erg te amuseren, en stuwt "Going Away" naar een pittige finale die stevig op de blues leunt. Lijkt zijn ding momenteel wel, met een voorkeur voor die typische resonatorgitaren. "Jo's Wine Song" klinkt zelfs als een regelrechte bluesstomp. Neen, het ziet het er niet naar uit dat we Carlens snel weer de muziek bij een theatervoorstelling zullen zien maken.

Het is vreemd hoe in het half uur pauze nadien iets grondig mis moet zijn gelopen aan de PA. Klonken Carlens en co nog puik, dan start Wovenhand met een geluidssoep die de gothic blues van deze band geen recht doet. Het helpt ook niet dat David Eugene Edwards zijn gewoonlijke afstandelijke zelve is. Hoe bezeten hij ook klinkt, hij brengt het met de onthechtheid van Ian Curtis; alsof hij niets te maken heeft met de waanzin die hij op het podium recreëert. De ouderwetse microfoon waarin hij zijn traditioneel religieuze teksten spuwt, vervormt alles dan weer tot één gelijkluidende brij, waardoor eenvormigheid heerst.

Je merkt dat Wovenhand de laatste jaren omarmd is door het soort volk dat elk jaar devoot naar doom-metalfeest Roadburn trekt, en dat de groep daar ook op inspeelt. Zonder onderscheid wordt elke song loodzwaar gebracht, en het duurt tot "Corsicana Clip" en "The Refractory" vooraleer enig melodieus reliëf opduikt. Edwards gordt de mandoline om, en even horen we echo's van 16 Horsepower, de band waarmee hij eind jaren negentig zo'n stempel drukte op de americana-revival.

"Obdurate Obscura" is het lang uitgesponnen middenstuk waarin alle teugels los mogen. Eindelijk zit Wovenhand op het goede spoor. Nu pompt en stuwt, rolt en stampt, snokt de muziek aan de ketting. Edwards gaat met rollende ogen in een religieuze trance; het betere radicaliseren. Het is het signaal voor een eindspurt die eindelijk het Wovenhand brengt dat ooit zo meeslepend kon zijn. Edwards vuurt zijn driekoppige band aan, op weg naar een finale die slechts na lang aandringen in een toegift eindigt: een "Low Twelve" dat omineus doemerig predikt voor zijn gelovigen. Dan toch gewonnen, zij het maar op punten.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Wovenhand