Banner

Jazz Middelheim 2018

9-12 augustus, Park Den Brandt

Bart Van Put & Guy Peters - foto's: Peter Duyts (9+10) / Bruno Bollaert (11+12) - 11 augustus 2018

Ah, Middelheim, editie #37. Vier dagen jazz in Park Den Brandt op een moment dat het genre al even in een scharniermoment lijkt te verkeren. Dat valt ook te zien, want voor het eerst in zijn geschiedenis zal er één dag een tent zonder stoelen zijn (of dat is toch de bedoeling), en dat voor een line-up die de resoluut de kaart van de hete kleppers trekt. De andere dagen zijn wat klassieker, met een mix van binnenlandse en buitenlandse namen, traditionele en meer moderne bands.

9 augustus

De plaatselijke weergod Franky DB had code oranje voorspeld (tot groot genoegen van de hoofdsponsor) en in het Antwerpse Park Den Brandt maakte men zich ook op voor stormweer: er stond zowaar een hihopshow op het programma! Zowel Jazz Middelheim als Gent Jazz zetten de laatste jaren sterk in op verbreding van zowel publiek als programma. Dat liet zich de laatste jaren duidelijk merken met opvallende programmatiekeuzes, maar met Black Star (en ook wel met Kamasi Washington) op de affiche werd er duidelijk gemikt op een jong en divers publiek. En dat lukte: we zagen de laatste jaren al vaker jong, hip volk rondhuppelen, maar dit keer zat er duidelijk ook meer kleur tussen de anders zo bleke gezichten in het park.

Maar er was duidelijk ook wat frictie: voor de eerste keer ooit werden de stoelen uit de tent geweerd (beeld u het eens in, een hiphopfeestje voor een zittend publiek), waarop velen gewoon de houten klapstoelen aan de bar-zone confisqueerden en zich zo doodleuk voor het podium parkeerden. Iets waar ze achteraf flink spijt van zouden krijgen. Anderzijds miskeek de organisatie zich ook lelijk op het in grote getale aanwezige publiek. Als je meer kaarten verkoopt door staanplaatsen, moet dat ook logistiek kunnen opgevangen worden. In plaats daarvan konden de eet- en drankstands het publiek nauwelijks de baas en liepen de mobiele urinoirs ’s avonds gewoon over. 't Was proper.

Maar goed, het is hier geen Test Aankoop. Muziek dus. Die is in eerste instantie terug te vinden in de kleine, maar toffe club stage in de gedaante van een jong Gents trio Steiger. In 2017 rammelden ze stevig aan de vaderlandse jazzkooi met het uitstekende And Above All en dit jaar staat er al nieuw werk in de steigers. Altijd leuk, zo’n jeugdig enthousiasme, zeker als dat ook op het podium te zien is. En inderdaad: de drie snaken op piano, bas en drum hebben er veel zin in. De hoekige, complexe thema’s zitten knap in elkaar en de improvisaties spelen met spanningsbogen en sfeerschepping, maar zijn ook niet vies van een dissonante por tussen de ribben. Het geheel bulkt ook van het spelplezier en dat trekt het publiek over de streep. Het welgemeende applaus op het eind van de set is dan ook oververdiend. In het oog houden, die gasten.

alt

Eerste grote klepper van de dag: de terugkeer van TaxiWars. Na twee platen op twee jaar was het even stil geworden rond Tom Barman, saxofonist Robin Verheyen, drummer Antoine Pierre en bassist Nicolas Thys. Hun respectievelijke hoofdbezigheden en het feit dat ze enkele duizenden kilometers van elkaar wonen, is daar natuurlijk niet vreemd aan. Maar kijk, het viertal staat hier alweer te blinken op de mainstage en tovert naast reeds gekend werk ook enkelen nieuwe nummers uit de hoge hoed. Dat nieuw spul lijkt op het eerste zicht wat rustiger voor de dag te komen, zoals in “Dropshot”, “Irritated Love” en “They Tell You’ve Changed”, waar Verheyen zijn sax inruilt voor heerlijk mooie Fender Rhodes.

Maar TaxiWars kan ook hitsig uit de hoek komen, zoals bij oudgedienden “Fever”, met een koortsig jakkerende Verheyen, het lekker geile “Soul Repair” of een furieuze instrumental waar het trio Verheyen/Thys/Pierre de bloedhonden van de leiband laat. Barman toont zich het hele optreden trouwens van zijn beste kant: een publiek mennen moet je deze ouwe rot niet meer leren, net als een deftige tekst schrijven. Luister maar naar de heerlijke flow van “Bridges” en “Death Ride Through Wet Snow”. Barman geeft tweede frontman Verheyen ook meer dan genoeg ruimte om met een aantal knappe saxsolo’s flink punten te scoren, zonder de ritmesectie de adem af te snijden. Alles tezamen gaf TaxiWars het publiek een perfect gedoseerd optreden: van alles ruimschoots genoeg, van niks te veel.

Matthias De Craene begint in de club stage aan zijn driedubbele shift van de avond. Later zal hij Dijf Sanders nog vergezellen en aantreden met zijn band Nordmann, maar eerst is er MDC III. Voor dit project kiest hij resoluut voor donkere, bezwerende luisterstukken die bulken van donkere, dreigende sfeerschepping, eerder dan voor mooi uitgewerkte composities. De Craene experimenteert naar hartenlust met digitale effecten, blaastubes, dierengeluiden en ander ongeregeld. De twee drummers die hem bijstaan, exploreren de mogelijkheden van hun kit terwijl ze met broeierige, Afrikaans getinte ritmes de nummers voortstuwen. Veertig minuten woedt er in de clubstage een tropische bosbrand. Chic. Wreed chic.

En dan is het aan de grote jongens. Bij Kamasi Washington kan je dat gerust letterlijk nemen: alles is groot aan de componist/saxofonist uit Inglewood, LA. Hijzelf is met zijn afmetingen en voorkomen (die Afrikaanse gewaden!) een meer dan imposante verschijning, net als zijn zevenkoppige band The Next Step vol onwaarschijnlijke toptalenten. Het komend anderhalf uur zal hij putten uit zijn nu al reeds indrukwekkende discografie, waarvan The Epic en het recent verschenen Heaven & Earth ontzagwekkende opussen zijn. Het staat dus in de sterren geschreven dat heel wat onvergetelijke kleppers dit keer de rol zullen moeten lossen. En inderdaad: slechts zes nummers krijgt het publiek op de main stage te horen. Washington trapt de set af met “Street Figher Mas”, de laatste single uit Heaven & Earth, een wat meer laidback nummer dat drijft op een dubby baslijn dat vooral in het begin worstelt met de geluidsinstallatie. Maar eens alle instrumenten proper in de PA zitten, krijgt de ode aan het legendarische videogame de behandeling die het verdient: groots en catharsisch, zoals wel vaker bij de epische werkstukken van Kamasi.

alt

Bij “The Rythm Changes”, het enige nummer uit The Epic, kan zangeres Patrice Quinn voor de eerste keer voor het voetlicht treden. En dat is zoals gewoonlijk een kleine triomf: de tengere dame heeft een fluweelzachte, maar tegelijk krachtige en dragende stem die perfect in het geluid van Washington past en haar voordracht is zoals altijd zalvend, maar ook bezwerend en gedetermineerd. Geef die vrouw alsjeblieft een solocarrière. Ook Kamasi’s vader Ricky Washington vervoegt de band op tenorsax en geeft de compositie daarmee extra kleur, net als de knappe solo van tromobonist Ryan Porter. De toetsenist van dienst die de extraverte Brandon Coleman moest vervangen, heeft nog wat last van flanellen benen, maar weet zich best staande te houden tussen al dat ongebreideld talent. Bassist Miles Mosley mag zijn eigen compositie “Abraham” aan de setlist toevoegen en dient het optreden een leuk, maar niet onvergetelijk shotje soul toe. Dan is het eerder het knappe “Truth”, uit de EP Harmony & Difference, dat het publiek betovert door vijf verschillende melodielijnen tot één bloedmooi geheel te smeden.

Het afsluitende tweeluik “Space Traveller’s Lullaby” (opgedragen aan de dromers uit het publiek) en “Fists Of Fury” zijn twee typische Heaven & Earth-nummers. Weids en open met een spirituele ondertoon. Beide nummers zijn op plaat niet bepaald uppercuts, maar krijgen live wel een iets meer swingende, uptempo uitvoering. “Space Traveller’s Lullaby” wordt zelfs even gelardeerd met een streepje reggae. En Kamasi zelf krijgt de ruimte om met een paar onwaarschijnlijk straffe solo’s zijn exorbitante talent te tonen. Saxofoonsolo's doen het doorgaans goed op een jazzfestival (want, wel, does the pope shit in the woods), maar menslief, dit is toch écht next level shit.

Het is op zo'n momenten dat Kamasi duidelijk laat zien dat hij diegene is die de hele zwik naar een next level kan tillen. Want eerlijk gezegd: dat misten we wel een beetje. Zelfs drummirakel Ronald Bruner Jr., die doorgaans samen met zijn evenknie Tony Austin de hele band, zelfs de hele zaal tot in opperste extase kan opzwepen, houdt het vooral bij sterk, maar gecontroleerd en ingehouden spel. Het vat dit niettemin uitstekende concert van Kamasi Washington een beetje samen: allemaal heel erg knap, maar het échte vuurwerk, dat ontbrak er wel aan.

Ellenlange rijen voor het toilet + ellenlange rijen voor het eten + ellenlange rijen voor de bar = geen concert van Dijf Sanders. Dikke kak, zoals ze dat in de Koekenstad zeggen.

Aan het hoofdpodium heeft de massa zich intussen verzameld voor de echte headliner van dag één: Black Star with Hypnotic Brass Ensemble. Black Star is de alliantie tussen twee grote heren van de hiphop: Talib Kweli en Yassin Bay (u misschien beter bekend als Mos Def). Met hun album Mos Def & Talib Kweli Are Black Star uit 1998 zetten beide heren hun stempel op de hiphopkaart met een muzikaal pamflet vol knappe, zielvolle rhymes met boodschappen van vrede en vrijheid als tegengif voor de brute gangstarap die toentertijd hoogtij vierde. Maar niettemin wordt er een feestje verwacht, en dat krijgen we ook.

alt

Het optreden begint mooi op tijd. Met een dj-set. Van een half uur. Niet bepaald de gewoonte, maar het doet het publiek warmlopen voor het stomend feestje dat er zit aan te komen. Het zittend publiek druipt met stoel en al af om plaats te maken voor de uitgelaten menigte, die gretig aan het dansen slaat. Zo uitgelaten zijn de aanwezigen, dat ze zelfs de arme Lies Steppe uitjouwen, die plichtbewust haar intro van het podium brengt. Dat hoeft nu ook weer niet.

Vervolgens is het dan toch de beurt aan de twee hiphop-sterren om de mainstage te bestieren. De eerste twintig minuten enkel begeleid door de dj. Wat leuk is (met een erg fijn “Astronomy” bijvoorbeeld), maar niet meer dan dat. Het is pas wanneer het Hypnotic Brass Ensemble de arena betreedt dat het vuur werkelijk aan de lont werd gestoken. Want die blazers, die kunnen er wat van. Het hele orkest, waar ook een drummer, bassist en gitarist deel van uitmaken, speelt een verdomd strakke set, die ook de twee soms wat slouchende rappers bij de les houden. Het levert onder meer een knappe uitvoering van “Brown Skinned Lady”, een leuke maar cheesy reggae-tribute en een lichtjes fantastisch “UMI Says” vanop Yassin Bays fenomenale plaat Black On Both Sides op.

Het publiek eet uit de hand van de twee rappers. Niet alleen vooraan, maar ook achterin de tent waar er volop gedanst wordt. En niet alleen door het jonge volkje; kwieke vijftigers staan ook vlotjes te shaken op de opzwepende beats van het zootje ongeregeld op het podium, dat ook maar eens een vlot half uur overtijd ging. Wie op zoek was naar revolutionaire, geïnspireerde hiphop, kwam waarschijnlijk van een koude kermis thuis. Maar kwam je om de heupen los te schudden? Dan was je hier zeker aan het goede adres. En dat mag ook wel eens op een jazzfestival, niet?



E-mailadres Afdrukken