Banner

John Prine

10 augustus 2018, Paradiso (Amsterdam)

Bjorn Weynants - 11 augustus 2018

Het is ondertussen al van 2005 geleden dat John Prine nog eens een Belgisch podium aandeed en ook op zijn nieuwe tour sloeg hij ons land over. Dus trokken we de grens over om John Prine in een uitverkocht Paradiso een indrukwekkend optreden te zien geven.

Eerst mocht de Ierse Tanya McCole het voorprogramma verzorgen. McCole is een Ierse muzikante die al sinds de jaren 90 aan de weg timmert in talrijke bands in de folk- en bluesscene, en zonet haar tweede album onder eigen naam uitbracht. In haar korte set wist ze vooral indruk te maken met haar krachtige en doorleefde stem die haar in de folktraditie gewortelde nummers net dat extra geven dat ze nodig hebben. Naast eigen nummers als “Take Me Home Darlin’” en “I Hope You Never Give Up” bracht ze geslaagde coverkeuzes. Zo wist ze van Chris Stapletons “Tennessee Whiskey” haar eigen ding te maken en Dylans “Forever Young” groeide zowaar uit tot een collectief meezingmoment.

De 71-jarige John Prine geldt in zijn thuisland als een peetvader van de rootsscene. Muzikanten van Jason Isbell over Jeffrey Foucault -- die een heel album opnam met enkel Prinecovers -- tot Dan Auerbach laten geen gelegenheid onbenut om hun bewondering en respect voor de uit Chicago afkomstige singer-songwriter in de verf te zetten. Hoewel de tijd zijn tol heeft geëist -- Prine overleefde tot tweemaal toe kanker -- is het opvallend hoe energiek hij op het podium staat. De operaties hebben hun sporen nagelaten in de stem van Prine, maar dat wil niet zeggen dat er minder kracht of zeggenschap achter zit. John Prine en zijn -- overigens uitstekende -- vierkoppige begeleidingsband hadden er duidelijk zin in en zorgden voor een memorabel twee uur durend optreden.

Hoewel Prine uitgebreid putte uit zijn nieuwe album The Tree Of Forgiveness, waarvan op een na alle nummers de revue passeerden, kreeg het publiek vooral een uitgebreide selectie ouder werk voorgeschoteld. Daarbij lag de nadruk op songs uit zijn allereerste titelloze album, nog altijd een van de beste platen uit de vroege jaren 70. De beklijvende, melancholische mondharmonicasolo in opener “Six O’Clock News” maakte meteen duidelijk dat dit zo’n avond zou worden die bijblijft. Dezelfde sfeer zette Prine door in nummers als “Knocking On Your Screen Door” en “Bruised Orange (Chain Of Sorrow)”. Een oud protestnummer dat daarop volgde, was meteen evengoed een actueel protestnummer. Het in 1968 (“1968. We had just elected a jerk as president”, kondigde Prine het aan) geschreven “Your Flag Decal Won’t Get You Into Heaven Anymore” is meer country dan folk en komt vandaag de dag nog steeds aan.

Het nieuwe “Caravan Of Fools” zorgde voor kippenvel -- die viool! -- en toonde meteen dat het een nieuwe Prine-klassieker is. Prine nam overigens de tijd om sommige nummers uitgebreid in te leiden en liet daarbij vaak z’n typische Prine-humor horen. Want dat is Prine: niet enkel de man van droefgeestige nummers, maar evengoed van vaak sarcastische songs. Prine is evenveel Randy Newman als Townes Van Zandt. Het hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld “Hello In There”, een nummer over dementatie en aftakeling dat hij als twintiger schreef. Hoe hij het nu als prille zeventiger bracht (“old trees just grow stronger”) was ontroerend en pakkend. Geen oog bleef droog in de muisstille zaal. Dat meesterschap in droeve liedjes toonde hij ook in “Summer’s End”. Dat contrasteerde met nummers als “I’ve Met My Love today” en “Ain’t Hurtin’ Nobody” die wat steviger in elkaar zaten maar daarom niet minder to the point waren.

In het tweede deel van set was het tijd voor een solomoment. Oudjes als “Speed Of The Sound Of Loneliness” en “Souvenirs” werden door enkel Prine met zijn gitaar gebracht en beklijfden in hun eenvoud. Voor twee nummers mocht Tanya McCole mee een duet komen zingen, waarbij vooral “In Spite Of Ourselves” voor een welgekomen luchtig moment zorgde. Bij klassieker “Sam Stone” viel de band halverwege terug in om daarna stilaan op te bouwen naar slotsong “Lake Marie”, waar de groep naar het einde toe even de vrije hand krijgt. Twee bisnummers kregen we nog na een -- voor de verandering welverdiende -- staande ovatie. Na het carnavaleske “When I Get To Heaven” kwamen McCoyle en echtgenote Fiona Whelan op het podium om van “Paradise” een soort The Last Waltz-moment te maken en afscheid te nemen.

Met 25 nummers in twee uur zorgde Prine voor een concert dat heen en weer slingerde tussen luchtige momenten en pakkende melancholie. De peetvader van de americana toonde nog een keer dat hij nog lang niet uitverteld is met een passage die wel nog even blijft hangen.

E-mailadres Afdrukken