Banner

LOKERSE FEESTEN: Warhaus + Manic Street Preachers + dEUS + Kasabian

10 augustus 2018

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Jan Van den Bulck - 11 augustus 2018

In Lokeren koestert Feestenprogrammator Peter Daeninck al lang een warme liefde voor all things Britpop en ook dit jaar mocht hij die één avond lang botvieren. Met een welgemikte boeket Belpop daar tegenover kregen we al voor de derde keer deze zomer een spannende interland. En zoals dat ook op het WK het geval was, begon het deze keer met een ietwat lullige goal van onszelf.

Want helemaal overtuigen doet Warhaus niet. De band rond Maarten Devoldere is aan zijn laatste rondje toe vooraleer de West-Vlaming terugkeert naar moederschip Balthazar en met de kilometers van de afgelopen twee jaar in de kuiten mankeert het nochtans niet aan gerodeerdheid. Waar het soms wel aan ontbreekt is songs die beklijven. Al te vaak blijft Warhaus hangen in een groove, waar verder niets mee wordt aangevangen. "The Good Lie" en "I'm not Him" zijn voorbeelden. Als het werkt, werkt het echter: "Love's A Stranger", met bijzit Sylvie Kreusch op backing vocals, klinkt langoureus, maar Devoldere ondermijnt zichzelf met een houterig spoken wordstuk; marcheert niet als je een ietwat horkerige Vlaming zonder swing in het lijf bent. Een solo gebracht "Memory" laat dan weer horen hoe dat nummer zijn bandjasje nodig heeft.

Maar dus: als alles op zijn plaats valt, is Warhaus wél straf. In "Control" zijn de ritmes bezwerend, begeestert Kreusch met haar interventies. "Here I Stand" ontaardt in gezochte chaos, met een Tijs Delbeke die een gitaar uit de Marc Ribotchool bovenhaalt. Arthouse-shit, zo zingt Devoldere zelf, maar wel goeie arthouse, net als slotnummer "Mad World". Geen doelpunt dat een schoonheidsprijs verdient, maar het is een punt.

Voor de Britten is het terugvechten in ondankbare omstandigheden. Wanneer Manic Street Preachers het podium betreden, gaan de hemelsluizen open. Eeuwig openingsnummer "Motorcycle Emptiness" klinkt dan ook een beetje doorweekt en dun, alsof de geluidsman liever ging schuilen dan zijn werk te doen. Volk genoeg op het podium nochtans om veel lawaai te maken: James Dean Bradfield, Nicky Wire en Sean Moore brachten naast vaste toetsenist Nick Naysmith maar liefst twee extra gitaristen mee. Grootste meerwaarde: Gavin Fitzjohn kan ook een aardig stukje trompet en dat komt bij deze Welshmen altijd van pas: in "Kevin Carter" natuurlijk, maar ook in "Your Love Alone (Is Not Enough)".

Bradfield heeft ons op dat moment al grijnzend gecomplimenteerd met onze "degelijke" Rode Duivels en smijt zich met veel goesting, dansende beentjes en een flardje duckwalk. Dat er met Resistance Is Futile een nieuwe plaat te promoten is, krijgen we met wisselend succes mee. "International Blue" giert alsof het al jaren in deze setlist past, "People Give In" is zo generisch dat het doodvalt midden in het publiek. En "Hold Me Like A Heaven" mag dan het mooiste "Oohooh"-refrein van de laatste tien jaar hebben; je moet er wel de onopmerkelijke strofes voor overleven. Neen, dan liever de goeie Cure-cover "In Between Days", waarin de extra gitaristen eindelijk nuttig blijken, en de eindspurt waarin eindelijk oeroud werk van stal mag. "You Love Us", met zijn vingervlugge Slashsholo, blijft een bom, "Motown Junk" is al even opwindend, zelfs al krijgt Bradfield het zinnetje "I laughed when Lennon got shot" al jaren niet meer over zijn lippen. Wie de vijftig voorbij is, schuwt de baldadigheid al eens wat sneller.

Een degelijk optreden dus, met een setlist die Manic Street Preachers al slapend kunnen brengen; zonder verrassingen, met net genoeg inzet om iedereen tevreden te houden. Verrassen zal het trio niet meer, maar soms moet dat niet eens om nog impact te hebben. Wie had immers ooit gedacht dat slotnummer "If You Tolerate This Your Children Will Be Next" nog zo urgent zou klinken, zo nódig? In tijden van Orban, Poetin en die oranje griezel lijkt fascisme geen verre nachtmerrie meer, en dat besef lijkt in het publiek te leven: weinig andere nummers worden zo meegezongen, niets klonk tijdens dit concert bezielder dan dat "Aaaaaaaand" dat die titelzin inluidt, geen andere band heeft ooit zo'n prachtig nummer over dit onderwerp geschreven. Manic Street Preachers blijven nodig, ook dertig jaar ver in hun carrière.

"Lokeren, dit was memorabel!" Ook dEUS heeft het niet gemakkelijk met de regen, maar walst de parking plat met een set die niet gewoon overtuigend is, maar een regelrechte triomftocht. Nieuwe gitarist Bruno De Groote wordt al na opener "If You Don't Get What You Want" een eerste keer in het zonnetje gezet met een solo in "Constant Now", Barman aanmoedigend dansend naast hem. Of de boomlange snarendrijver een aanwinst is? Zijn nieuwe draai aan "Fell Off The Floor, Man" maakt van dit groovebommetje een nog groter explosief. Vocale bijzonderheid bij zijn aanwerving: wie zijn ogen sluit tijdens "Hotellounge (Be The Death Of Me)" zou zweren dat Stef Kamil Carlens is teruggekeerd om Barman van weerwoord te voorzien.

Dit is een machine die na een halfslachtige terugkeer op TW Classic opnieuw op topsnelheid draait. De ritmesectie Stefaan Misseghers-Alan Gevaert hakt en stampt als vanouds, Barman en De Groote zoeken met hun gitaren alle hoeken van het muzikale spectrum op en Klaas Janszoons weet zowel op viool, toetsen als marimba altijd de juiste accenten te leggen. Samen laten ze kampvuurmoment "Instant Street" doorjakkeren als een losgeslagen dieseltrein tot de ontsporing wel nabij moet zijn.

Voor een dansbaar "Quatre Mains" komt Barman het publiek aanvuren van op de catwalk in de regen. Het is er ondertussen immers niet beter op geworden en wanneer de heren enkele nummers later na een zinderend "Suds 'n Soda" -- wat een klassieker nog altijd! -- terugkeren voor een onhoudbaar "Roses" en "Nothing Really Ends" valt het water zonder aankondiging plots met bakken uit de lucht. Op het podium wordt koortsachtig afgedekt en even verstopt de band, minus Barman, zich achteraan het podium. "32000 volt of jullie, het is een moeilijke keuze", lacht de frontman, maar we zijn het risico blijkbaar waard: we krijgen het nummer tot het laatste gaatje. Nog geen beetje memorabel dus. Dit was een wereldgoal.

"Why Does It Always Rain On Me?" Zeg niet dat de Hindu Nighs DJ's die tussen de acts al even een schot voor de dansboeg van straks geven geen gevoel voor humor hebben. Op het plein ontstaat een klein feestje dat slechts afgebroken wordt wanneer Kasabian opwandelt op de pompeuze kenwijs van 20th Century Fox, om naadloos in "Ill Rey (The King)" te knallen. Dit is een begin pakken zoals enkel een groep met jaren ervaring op de teller kan. In Groot-Brittannië vult Kasabian al jaren stadions; terecht dus?

Dat denken we graag. Ook "The Underdog" rolt en stampt heerlijk op die typische lome beat die ooit een hele Summer Of Love kleurde, de van Ennio Morricone geleende trompetintro aan "Days Are Forgotten" een slimme twist. Met een "Belgium, wafflehouse, where's your hands?", tonen gitarist Sergio Pizzorno en frontman Tom Meighan zich uitstekende publieksmenners. Waarom dit na vijf platen dan niet de grootste Britse band ter wereld is? Omdat het daarmee ook ophoudt.

Kasabian neemt de term mid-setdip immers extreem ernstig en lult ons na die straffe openingset onverbiddelijk in slaap. In "Eez-Eh" en "You're In Love With A Psycho" toont Meighan zich als niet meer dan een platte poseur, de goeie refreinen of aanstekelijke melodieën zijn uitverkocht. "Treat" knipoogt in zijn luie groove nog naar Happy Mondays, heeft daarbuiten weinig te bieden, maar wordt toch eindeloos uitgerekt. Pizzorno duikt niettemin de frontstage in en loopt daar om onduidelijke redenen wat The League Of Gentlemen -- "This is a local shop, for local people!" -- te citeren. Nog een poseur.

Ooit, eind 2004, leek dit gezelschap nochtans veelbelovend en vanavond worden we daar toch nog eens aan herinnerd. Doorbraaksingle "Club Foot" ontploft ook vandaag middenin dat doodgevallen stuk set als een fosforgranaat in een vuurtoren: loodzwaar beuken de Chemical Brothers-achtige beats, knallen de "ooomp! aaahaaah"'s uit de boxen, werkt Meighans opsomming opzwepend. Het was die frontale botsing tussen rock en dance die Kasabian boeiend maakte, maar nooit wisten de heren die belofte waar te maken, zo bewijst de suffe classic rock van het in zijn titel nochtans anders belovende "Bless This Acid House". Een set zoals hun carrière dus: knallend begonnen, maar in een langgerekte pffft eindigend.

Belpop – Britpop: 2 – 1, het is niet anders. Sorry, lads.

E-mailadres Afdrukken