Banner

Rodrigo Amado & Dirk Serries

28 augustus 2018, Jazzblazzt, Neeritter (NL)

Guy Peters - foto's: Jef Vandebroek - 30 augustus 2018

Ook het organiseren van concerten gebeurt soms à l’improviste. Rodrigo Amado had na een paar concerten met het trio The Attic nog een dag vrij, en dus werd inderhaast nog een duoconcert met de Belgische gitarist Dirk Serries in elkaar gebokst. Twee sterk verschillende muzikale persoonlijkheden, maar het leverde een bijzonder concert op.

De locatie, een garage in een onooglijk dorpje net over de grens bij Maaseik, was al even ongewoon als de combinatie van deze twee muzikanten, maar het creëerde meteen ook een sfeer van ontspannen huiselijkheid, nog altijd ideale omstandigheden voor zo’n concert. Dat bestond uit twee korte sets, samen goed voor een klein uurtje, die een markant geluid lieten horen. Amado’s muziek situeert zich grotendeels in de freejazz van de smeulende en soulvolle soort. De tenorsaxofonist staat met één been in de traditie, waarvan de sporen voelbaar blijven binnen zijn projecten, ook al duiken die vaak diep in de vrije improvisatie. En dat is heel wat anders dan bij Serries, die een verleden heeft in de industrial, noise en ambient. De ene heeft dus wortels in de zwarte muziek, aangevuld met een zuiderse sensibiliteit. De andere komt uit een wereld van abstractie, met een meer afstandelijke sound.

Zoals verwacht startte het concert meteen met aftasten, waarbij de twee nagingen hoe hun respectievelijke stijlen compatibel konden zijn. Voor Amado begon dat met melodieus spel en de hem zo typerende intervallen. Hij is een improvisator die korte motieven introduceert en die vervolgens herkauwt in steeds wisselende constellaties. Bij Serries was dat aanvankelijk met abstracte vegen en vingers die rusteloos over de frets van de licht versterkte elektrische gitaar schoven. Een metalen hulpstuk trok het geluid verder open. En dan gingen de twee samen zigzaggen. Het samenspel was te grillig om echt parallel te verlopen, maar na een tijdje voelde je wel hoe de ene de andere aanvulde, volgde bij het laten aanzwellen van densiteit en volume of het introduceren van texturen. En dan werden de rollen even omgekeerd, en opnieuw.

Een heel bijzonder moment volgde wanneer Serries, op het moment dat de saxofonist op een laag volume met een sterk gecontroleerde lipspanning speelde, de strijkstok bovenhaalde en zijn compagnon leek te willen overhalen om ‘zijn’ terrein, dat van de grijze drone-tinten, op te gaan. Het leidde tot een meer gelijk opgaande passage waar toch de nodige frictie in bleef hangen. Het inspireerde de twee ook om in de tweede set iets meer in die richting verder te gaan. Amado speelde daar minder melodieus en werkte meer met staccato prikken en gedempte klanken op fluistervolume. Op akoestische gitaar was Serries’ stijl niet minder interessant, maar het samenspel bestreek er een nauwer, maar ook hechter terrein, met de afstand tussen de twee die aanzienlijk verkleind werd.

Het was meteen een mooi voorbeeld van hoe de vrije improvisatie steeds opnieuw aangegrepen kan worden voor verdere exploratie. Hoorden we Amado tijdens het Summer Bummer Festival in de weer als leider-deelnemer in een democratisch trio dat koos voor een vurig en passioneel geluid, dan vond hij in Serries een partner die hem noopte tot een meer ingetogen, maar even uitdagende invalshoek. Voor Serries een buitenkans om eens met een ander type saxofonist te spelen dan hij gewoon is, voor Amado een gelijkaardige uitdaging en een manier om zijn band met collega’s uit deze contreien verder te versterken. Win-win, heet dat dan.

E-mailadres Afdrukken