Banner

Walter opent #3: Pablo Held Trio

9 september 2018, Walter

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 10 september 2018

Onderschat nooit wat een man met een scherpgestelde missie, tomeloze energie en de juiste vrienden voor elkaar kan krijgen. Twee jaar geleden wisten Teun Verbruggen en zijn partner Lien Van Steendam investeerders en een kredietverlener te overtuigen om mee te stappen in Werkplaats Walter, een avontuur dat een enorme meerwaarde zou kunnen betekenen voor de culturele beleving in Anderlecht, en Brussel bij uitbreiding. Het voorbije weekend was het zover: Walter opende z’n deuren met een driedaagse vol muziek en kunst. Op de slotdag brachten we een bezoek aan de kersverse trekpleister.

Helemaal af is het allemaal nog niet; recent werd nog een crowdfunding opgestart om de laatste loodjes (de make-over van een appartement voor artiesten, aankopen van materiaal voor workshops met lokale schoolkinderen …) te kunnen bekostigen, maar wat zich achter de redelijk onopvallende gevel in de Kuregemwijk bevindt, oogt wel al redelijk indrukwekkend. Intussen hebben een aantal artiesten al hun atelier in het gebouw en de concertzaal is klaar om muzikale gasten uit binnen- en buitenland te ontvangen. Werk van Walter Swennen siert de muren van de foyer en het kunstwerk dat collectief Expanded Eye met werfafval maakte voor de concertzaal is de indrukwekkende kers op de taart.

Voor zijn openingsweekend had Walter bovendien mooi volk uitgenodigd. Op de eerste avond was dat gitarist Benjamin Sauzereau, die z’n solodebuut voorstelde, en het internationale sextet The Bureau Of Atomic Tourism. Op zaterdag speelde kersvers BOAT-lid/gitarist Julien Desprez ook een soloset, gevolgd door een bezoek van het legendarische Scandinavische trio Supersilent. Het slot van het openingsweekend was voor het Pablo Held Trio uit Keulen, een pianocombo dat in zijn twaalfjarige bestaan al tien albums uitbracht en zich steeds meer naar het voorplan van de Europese jazz wist te wringen.

Bij het begin van het concert gaf de 31-jarige pianist nog snel mee dat de band al vroeg besliste om niet te werken met een vastgelegde setlist. De spontaniteit moest centraal staan, net als de interactie met het publiek en de ruimte van elk specifiek concert. Bovendien zou een steeds grotere catalogus aan composities moeten volstaan om de ingevingen van het moment te kanaliseren. En zo gebeurde. Het Trio dook twee kloeke sets onder in zijn universum, twee grote blokken die goed waren voor meer dan anderhalf uur waarin de interactie op geen enkel moment stilviel en gewerkt werd aan intensieve raamwerken die met een opvallend aplomb in elkaar gepast werden.

Dat de muzikanten al lang samenspelen, viel er dan ook aan te horen. Geen aarzelingen, laat staan onzekerheid, te bespeuren, want het samenspel volgde een langeafstandscadans met soms behoorlijk tumultueuze interactie (zeker in de sterke tweede set) en ook momenten waarop het geluid stelselmatig uitdunde. Opvallend was ook de vrijheid die de ritmesectie – bassist Robert Landfermann en drummer Jonas Burgwinkel – zich permitteerde. Terwijl de laatste zich over de volledige drumkit bewoog met struikelende ritmes, eindeloze accentenregens en soms strakke uitbarstingen, viel Landfermann op door zijn ijzersterke techniek en veelzijdigheid, met snelle loopjes, loodzwaar snarengetrek en excentrieke effecten met de strijkstok.

De twee speelden soms met zo’n panache, aangezet met de aanmoedigende kreten van Burgwinkel, dat het spel van de leider er een beetje naast verbleekte. Hij toonde zich een bevlogen pianist, maar het had er soms iets van alsof hij tegen wil en dank achter een op hol geslagen vrachtwagen aangesleept werd. Ondanks, of misschien net door, de gretigheid van de muzikanten kregen beide sets ook iets massiefs, waardoor het soms een tikkeltje gelijkvormig werd. Geen idee of dit te maken had met het specifieke temperament van het trio of het feit dat niet al het materiaal sterk genoeg was om overeind te blijven in die lange stroom, maar het kon niet voorkomen dat de aandacht soms afdwaalde.

Dit werd wel grotendeels rechtgezet met de tweede set, waarin de pieken meer uitgesproken waren, met een bij momenten ontketende ritmesectie die een harde en strakke ondergrond voorzag voor het weids uitwaaiende spel van de pianist. Die swingt niet echt met zijn trio, maar heeft een eigen, Europees geluid dat op zijn best even inventief en fris kan zijn als de meer traditionele, vaak Amerikaanse tegenhangers. Het was misschien wat veel om over de volledige lijn consistent te blijven, maar het gebeurde wél met een geluid dat tegelijkertijd toegankelijk, genereus en open was. De band toonde zich trouwens bijzonder enthousiast over de ruimte, wat in combinatie met het opvallend jonge publiek belooft voor de toekomst van Walter als concertplek.

E-mailadres Afdrukken