Banner

Lean Left

12 september 2018, Paradox, Tilburg

Guy Peters - 13 september 2018

Het was alweer drie jaar geleden dat we Lean Left aan het werk zagen, maar het is zo’n band waarvan je weet dat het gewoon een kwestie van tijd is voor die nog eens de baan op gaat. En als dat gebeurt, dan is de kans groot dat het dak eraf gaat, want wat drieste afbraakwerken betreft kent dit kwartet met zijn ziedend, geïmproviseerd geweld amper zijn gelijke.

Geen Belgische concerten in deze minitour, dus dan maar naar Tilburg, dat daar mooi staat tussen Warschau, Londen en Lissabon. Het zou de locatie vormen voor “drie sets zonder pauze”, in werkelijkheid twee korte duostukjes gevolgd door een kwartetperformance. Bij gitaristen Terrie Hessels en Andy Moor werd meteen hun rol bij The Ex in de kijker gezet, maar tegelijkertijd aangetoond hoe ze daar hier van afwijken. Moor is vaak de man van de basachtige lijnen en de dreigende dissonantie, de schepper van spanning en donkerte. Daarnaast wordt Hessels vaak een vrije rol toegekend. Binnen The Ex nog intens verweven met Moor, maar binnen de vrije improvisatie los van welke conventie dan ook. Een gitaar is dan ineens een klankengenerator die je kan gebruiken, of aanvallen, met voorwerpen en handen. Soms staat hij daar zo hard aan die gitaarhals te sleuren dat het lijkt alsof hij er iets uit wil persen. Een kleine demonstratie van vrije ontregeling.

Het verbond tussen rietblazer Ken Vandermark en drummer Paal Nilssen-Love teert eveneens op vrijheid, maar is eigenlijk ook enorm strak. Doorheen jaren van samenwerken is het duo uitgegroeid tot een orgaan met een enorme focus. Ze waren nog maar een paar minuten aan de slag en de muziek viel al samen met een strakheid die zo verrassend was dat ze er zelf ook de humor van inzagen. Ook dit was een demonstratie, en eentje van intimiderend niveau, want je kreeg twee topimprovisatoren die kracht, drive en soul moeiteloos aan elkaar koppelden in een koortsige kopstoot. Amper tien minuten interactie, en die lange autorit was alweer vergeten.

Met z’n vieren was het even zoeken naar een evenwicht, maar ook daar duurde het niet lang voor er in elkaar gehaakt werd met die combinatie van instinct, vrijheid en focus. De magie van Lean Left bestaat er in dat de vier ondanks die energie, snelheid en totale vrijheid spelen met een vlammende, eensgezinde focus. Houd de vier bijdrages apart onder het licht, en je hebt er geen idee van wat hun onderlinge relatie kan zijn, maar leg ze op elkaar en je hebt een voortdurend verkrampend organisme voor je, een ontembaar, oncontroleerbaar en onvoorspelbaar beest dat je alle hoeken van de kamer laat zien. Soms volgestouwd met mitrailleursalvo’s, dolgedraaide roffels en lang aangehouden saxlijnen, maar net zo vaak met een botsend geharrewar van grove contrasten en tegendraadse spanning.

En als Nilssen-Love fungeert als motor, Moor als spanningsarchitect en Hessels als vrije speler, dan is voor Vandermark een uitdagende rol weggelegd, waarbij hij voortdurend inspeelt op de drummer, net als Moor uithaalt met repetitieve elementen om naar climaxen toe te werken, en speelt met texturen. Maar hij is soms ook de factor die structuur voorziet, vaak de organisatie en de teneur van de improvisaties bepaalt. Door op strategische momenten over te schakelen van tenorsax op klarinet, stuurt hij de muziek steevast een andere richting uit. Weliswaar met de bedenking dat alles doorgaans uitmondt in een verschroeiende climax, en het slotoffensief was er ook deze keer eentje om te onthouden. De extra bisronde was na zo’n withete furie niet echt nodig, maar was met z’n meer ingetogen samenspel wel goed om aan te tonen dat Lean Left ook interessant kan zijn zonder een hoog volume en knetterende intensiteit. Niet dat we daar aan herinnerd moesten worden.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Lean Left