Banner

Tunng

1 november 2018, Botanique

Matthieu Van Steenkiste - 02 november 2018

Vijf jaar niet gespeeld, elf jaar niet met mede-oprichter Sam Genders. Zeggen dat Tunng dit najaar van ver kwam, is waarschijnlijk een understatement. En even misschien was net dat waarom het Britse zestal donderdagavond zo fris voelde: honger.

Een gitaarsolo! Bij Tunng? Toch wel. Mike Lindsay staat op de rand van het podium en gaat op zijn snaren tekeer als was hij Jimi Hendrix. Het is ondertussen lichtjaren geleden dat de folktronica waarmee de groep bekend werd een béétje hip was, verandering was dus aangewezen. En ja, Lindsay, Sam Genders et les autres zijn in essentie nog altijd een folkband, er mochten toch meer spierballen in het spel. En de beats? Die klonken soms als pure techno. Maar laat ons beginnen waar het allemaal begon: bij dromen.

Daar draait comebackalbum Songs You Make At Night immers rond en live brengt het sextet dat idee nog meer tot leven door fragmenten van mensen -- bandleden? -- die hun dromen navertellen doorheen het concert te weven. Het is daaruit dat opener "Dream In" komt getrippeld, met de bezadigde stem van Genders die de psychedelische toon zet: "The shapes are raining down …"

"ABOP" is het moment waarop duidelijk wordt dat dit Tunng het minder mellow zal aanpakken dan destijds, toen er begot al eens een vloeistofdia op de achtergrond werd geprojecteerd. Een elektronische beat jaagt de drie akoestische gitaren voort, drummer Martin Smith kleurt in met allerlei percussieve geluidjes. "The Roadside" voelt van de weeromstuit aan als potige eightiespop.

Niet dat Tunng niet langer folk ademt, zo bewijst de knappe fingerpicking van Ashley Bates. In single "Flatlands", bijvoorbeeld, waarin Lindsay uitgelaten op en neer springt. "Out The Window With The Window" is dan weer een instrumentaaltje vol laagjes en texturen; vintage Tunng, want het is ook een oudje. Het is een rustpunt vooraleer alle schuiven open mogen. De plaatversie van "Nobody Here" groeit in zijn tweede helft over een diepe dansbeat tot zijn eigen remix uit, zodat het uiteindelijk Smith, knoppen-en-rare-geluidjesman Phil Winter en Lindsay, giraffenmasker over het hoofd getrokken, zijn die overblijven om er die techno van te maken.

Wat volgt is pure powerplay. "Sleepwalking" barst van op dat bedje pruttelende elektronica open met donderende drums, oude single "Hustle" is een feest van jewelste; een dansend popnummer dat zijn hitparademoment heeft gemist. En wat opvalt: Tunng mag dan sinds zijn reünie van Orangerie- naar Rotondestatus zijn teruggevallen, het publiek dat hier staat, is dolenthousiast. De harde kern omarmt wat deze band nu is geworden, zelfs als die in dat "By Dusk They Were In The City" helemaal loos gaat met gierende gitaren, en dus die ziedende solo van Lindsay. Op de rand van het podium, want zo hoort dat.

Je merkt dan ook aan alles hoe blij de groepsleden zijn dat ze elkaar hebben teruggevonden. Dat Genders jarenlang niet meer meedeed omdat hij touren haatte? Je zou het hem niet nageven, zoals hij daar dolblij staat te spelen. Lindsay ziet er ronduit bevrijd uit, zoals hij loos gaat. Zelfs al lijkt die gitaar hem net onder de kin heel onhandig te zitten, hij stuitert rond als een kind en kan zelfs een grapje niet laten. "Wrong button", grijnst hij wanneer na de intro van "Dark Heart" een flard "Would I lie to you?" van Charles & Eddie opklinkt en niet die rollende beat die het nummer zo voortstuwt. Dat komt wel bij een tweede poging; alles in orde.

Pas in de bissen krijgen we echt een glimp van het Tunng van vroeger, toen samenzang en bucolische folk slechts een bedje elektronica vandoen hadden. "Battlefront" is nog eens dromerig als vanouds, om "Jenny Again" werd al lang geroepen en vier stemmen verstrengelen nog eens in elkaar zoals vroeger. Lindsay en Genders geven elkaar na afloop een knuffel als moest er nog iets goedgemaakt worden. Zelden zagen we zoveel blijdschap op één podium. Tunng is terug en het ziet er niet naar uit dat het maar voor één plaat zal zijn.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Tunng