Banner

Vito + Danny Blue And The Old Socks

8 november 2018, Trix

Matthieu Van Steenkiste - 09 november 2018

Schrijft het op: als de wetmatigheid blijft gelden dat elke Rock Rally de samenvatting is van wat de voorbije jaren hip was, dan wordt editie 2020 die van de Idles- en Mac DeMarco-clonen. Liepen in die laatste categorie alvast warm, of toonden dat ze hun tijd nét iets voor waren: het Gentse Vito en het Antwerpse Danny Blue And The Old Socks.

Bij Vito druipt het er aanvankelijk van af. We zouden willen gewagen van vruchteloze telefoongesprekken met Mac DeMarco, maar dat is in onze metaforenbingo al afgekruist. Hoe dan ook vervagen herinneringen aan de sympathiekste slacker van dit tijdsgewricht al snel. De muzikanten rond tweeëntwintigjarige Gentenaar Vito laten het immers niet hangen, en de ambitie lijkt al snel verder te reiken dan de al bij al beperkte Trix Bar. Horen we daar zelfs geen zweempje stadionpop in "Come See Me Again"?

Kan natuurlijk ook niet anders als je alomtegenwoordig gitaarwonder Mauro Bentein als nieuwe snarendrijver binnenhaalt. Blijkbaar was het voor de Lierenaar niet genoeg om de meest recente Rock Rally te domineren met Lagüna (Zilveren Plak) en Diane Grace (Zotkapsprijs), er kon er altijd nog eentje bij. En ook hier staat hij over en onder deze indiepop te gitaarhelden als moest een volle Lotto Arena bedwongen. Moet kunnen, we hebben ons meer geërgerd an het herhaaldelijk gebruikte trucje met het stilgevallen nummer en de samenzang, en aan de Amerikanismen in single "Ever Since I Got To This Town". Of zoals iemand naast ons het samenvatte: "no liquor in the liquor store? Ga dan gewoon naar de supermarkt hé!" Vito houdt een belofte in als het niet domweg -- we zeggen maar iets -- Mumford and Sons wordt.

Ook bij Danny Blue And The Old Socks valt op speltechniek niets aan te merken. Meer nog: het duurt niet lang of je krijgt in de gaten dat hier een echte band staat, zo eentje die samenspeelt omdat dat plezant is, en als dat toevallig tot "holy shit!" een uitverkochte Trix leidt, dan is dat vooral mooi meegenomen. Het is van een aanstekelijkheid die spontaan doet hobbelen, en charmant aanvoelt. Want ja, deze jongens kunnen een aardig stukje spelen. "Belgian Venice" ontpopt zich tot een fijn liefdesliedje, "Be With Me" is de prettigste gitaarpop die we aan deze kant van de millenniumbug al hoorden, want in tegenstelling tot iemand als Kurt Vile weten deze jongens wel wanneer het genoeg is geweest.

Het is een sterkte die meteen ook een zwakte blijkt, want het mag dan rotaanstekelijk zijn hoe dit vijftal over vrolijk pielende gitaartjes zijn odes aan het leutige leven brengt, tegelijk vraag je je af of frontman Sam De Nef dan eigenlijk écht niets méér te vertellen heeft. Hoe snor alles ook zit, hoe entertainend ook – "Más Cara", iemand, of toch maar een Maes? – het voelt allemaal nogal vrijblijvend. Het is ondertussen koudweg november geworden, de gemoedelijkheid van een zomer is alweer even geleden, hiermee houden we ons nu ook weer niet warm.

Maar dan is er toch weer de surfpunk van "Corona Baby", de energie van alweer een nieuw nummer, en daar ga je weer; hobbelend de avond in. Het is duidelijk: gitaarmuziek is nog lang niet dood. Wie zijn r&b-debuutplaat nu nog altijd niet uitheeft, is hopeloos te laat.

E-mailadres Afdrukken