Banner

Dans Dans

7 november 2018, Handelsbeurs

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 09 november 2018

Dans Dans gaan kijken in de Handelsbeurs, ’t is intussen een traditie geworden, al ging het deze keer niet om een nieuw album dat voorgesteld werd. Nu was de aanleiding de heruitgave van hun titelloze debuutalbum, dat begin 2012 verscheen in een vinyloplage van 197 stuks en intussen uitgegroeid was tot een collector’s item, met de prijzen die daarbij horen (een of andere pummel heeft er momenteel eentje in de aanbieding voor 145 euro, u doet ermee wat u wil). Goed nieuws, maar vooral ook een gelegenheid om nog eens vast te stellen dat het trio sindsdien een bijzonder traject afgelegd heeft.

We herinneren ons nog goed het onophoudelijke geleuter rond ons toen Dans Dans op 20 januari 2012 in de Charlatan speelde, met de nog lauwe vinylexemplaren onder de arm. Dat had weinig te maken met de kwaliteit van hun performance, maar vooral met het feit dat de band nog volop bezig was om zijn live-reputatie bij elkaar te spelen en stap voor stap de clubs overwon met dat losse samenspel en de geïnspireerde uitvoeringen die elke keer een andere richting uit kunnen schieten. Misschien is dat wel het grootste verschil met de gedaante van bijna zeven jaar geleden: anno 2018 gaan Bert Dockx, Frederic Lyenn Jacques en Steven Cassiers vooral verder met die verbouwingen, durven ze driester en kleurrijker tewerk gaan, vanuit het besef dat ze op een lijn staan en het boeltje steeds weer goed zal landen. Misschien is dat ook deels de reden waarom het evenwicht tussen covers en eigen werk gaandeweg op z’n kop gezet werd. De band speelt nu zelfverzekerder, onbesuisder, gaat uit van z’n eigen krachten.

Misschien is de lichaamstaal van Dockx wel tekenend voor die evolutie. Zat hij in 2012 nog op een stoel aan de snaren te sleuren, dan staat hij intussen al jaren recht, zakt hij regelmatig op de knieën om te rotzooien met de intussen klassieke tapes, staat hij rond te zwieren met dat zessnarige wapen, schiet hij regelmatig in een heftige kramp om de driftig kronkelende muziek kracht bij te zetten. Sommige versies van de elf uitgevoerde songs weken verder dan ooit af van de versies die in de studio werden vastgelegd. “El Is A Sound Of Joy” (Sun Ra) vormde altijd al een goede aanleiding om even lekker vettig loos te gaan met compleet doorgeslagen bluespunkgeraas, maar verliet nu zelfs het Zorn/Ribot-terrein voor hyperexpressief geklodder, cassette-noise en een daverende eindspurt.

Ook “Close Your Eyes”, een van de meest minzame stukken uit de bandcatalogus, werd grondig binnenstebuiten gekeerd, met een exotische groove die de bandnaam meer dan ooit rechtvaardigde. Met die combinatie van ronkende baseffecten, gitaarfreak-outs en koppig aanhoudende drumpatronen had het even zelfs iets van Yo La Tengo, maar dan met een been in de blues. Of “TV Dreams”, helemaal achteraan verbouwd tot een uitbundig rock-‘n-rollspektakel met bliepende synthgolven, oosterse schimmen en een dromerigheid die op een of andere manier omgevormd werd tot een briesende hoop hoekigheid. Een band die resoluut door een muur van conventies knalde, al was dat eigenlijk al het geval vanaf de start met “Freedom Suite – Movement 2”.

Als vanouds rolde de ritmesectie daar met de onstuitbare kracht van een golf die een dijkbreuk veroorzaakt, terwijl Dockx aan het jakkeren sloeg. “River Man” behield de pastorale sfeer, maar durfde die driest opzij zetten voor maximale elasticiteit. “Waterpoort”, de enige eigen song op dat debuut, behield de wiegende folkmelodie, maar stak er een lijfelijke sensualiteit in. Monks “Misterioso” was een abstract-stekelige space trip en “Lanquidity”, dat andere stuk van Sun Ra, ontplofte met een loden stonergroove. Zes songs, samen goed voor 55 minuten. Daar werd een vervolg aan gebreid met “The Sicilian Clan”, dat er ook al bij was in de Charlatan, en dat ze volledig naar hun hand gezet hebben.

Het aantal songs was vrij beperkt, maar wat ze ermee aanvingen was dus wel de moeite, want naast de eerder vermelde stukken waren er ook nog vrijelijk uitwaaiende uitvoeringen van “Coffee Grounds” (met heel even een agressie die naar de metal neigde) en een trance-bewerking van “East Timor”, opnieuw eentje dat bijna vertimmerd werd tot het punt van totale verminking. Maar toch bleef die Wyatt-vibe present. Faut le faire. Dus: goed concert? Zeker weten. Dit Dans Dans stond er met een indrukwekkende zak songs en de ballen én inspiratie om die eens hardhandig door elkaar te schudden en er opnieuw uit te pleuren. Het was het soort performance dat we in 2012 hadden kunnen voorspellen, maar het deed deugd om het ook effectief te kunnen meemaken. The journey continues…

alt
E-mailadres Afdrukken
Tags: Dans Dans