Banner

Ig Henneman, Jaimie Branch & Anne La Berge

2 december 2018, Splendor, Amsterdam

Guy Peters - 03 december 2018

Jaimie Branch is overal. Of zo lijkt het toch, want de Amerikaanse trompettiste bestormde de voorbije maand een indrukwekkende reeks Europese festivalpodia (zoals die van Jazzfest Berlin en Jazz Brugge), maar viel hier en daar ook te horen in kleinschaliger settings. Een mooie buitenkans deed zich het voorbije weekend voor in Amsterdam, waar Branch te horen was met twee opvallende lokale stemmen: altvioliste Ig Henneman en fluitiste Anne La Berge.

Het was trouwens niet de eerste keer dat de drie elkaar vonden. Dat gebeurde al eens toen saxofoniste Ingrid Laubrock Henneman en Branch in contact bracht, en La Berge ook uitgenodigd werd. Het leidde tot een huisconcert waarbij snel duidelijk werd dat de drie een artistieke band deelden. Dat deze tweede ontmoeting er kwam, was te danken aan Mike Panico, een van de stuwende krachten achter het fijne New Yorkse label Relative Pitch Records, dat de voorbije jaren uitpakte met een indrukwekkende lijst releases, met daartussen opvallend veel werk van experimentele en toonaangevende vrouwelijke muzikanten -- van Stephanie Richards, Sylvie Courvoisier, Mary Halvorson en Matana Roberts, tot Susan Alcorn, Mette Rasmussen en Henneman, die er al te horen was met het kwartet Perch Hen Brock Rain). Panico had Henneman voorgesteld om een project naar keuze samen te stellen, dat vervolgens uitgebracht zou worden op het label, en dat werd dit trio. De muzikanten kwam ’s morgens al samen voor een sessie en speelden in de namiddag een concert.

Wrange wending: Panico koos er een tijd geleden voor om zelf zijn leven te beëindigen, maar het concert werd aan hem opgedragen. En wat een concert, want met een zevental stukken, samen goed voor een klein uurtje vrije muziek, begaven de drie vrouwen zich door een wereld van eindeloos opborrelende ideeën en steeds nieuwe omgevingen, waarbij vrije improvisatie een kamermuziekinslag kreeg, maar ook glansrijk heen en weer bewoog tussen momenten van ingetogen introvertheid, excentriek klankenonderzoek en soms een verrassende speelsheid. Stuk voor stuk gingen de drie artiesten ook op zoek naar geluid tot ver buiten het standaard spectrum, met ongewone technieken, mechanisch aandoende klanken en steeds wisselende combinaties.

Henneman koos ervoor om staccato krassend te beginnen, en eigenlijk was dat al een voorbode wat volgen zou, want ze was er meer op uit om de verbeelding dan de techniek te laten spreken. Dus: geen virtuoze hoogstandjes of zwierige, duizelingwekkende notenregens, maar een evenwicht van zachte schaduwtoetsen en rauw-expressionistische vegen die heen en weer gestuurd werden tussen mechanische ruis en aanzwellende harmonieën. Het werd meteen een driestemmigheid om van te snoepen, met Branch die zich ontpopte tot een kameleon die in staat is om lyriek, uitbundigheid en abstractie te jongleren, en La Berge die met fluit, altfluit en piccolo accenten toevoegde, contrasteerde of het voortouw nam door alweer een nieuwe verkenning.

De eerste stukken waren korter, maar maakten mooie bewegingen van ingetogen gefluister naar brullende stoten en ontzet geschreeuw, met manisch snarengesnok van Henneman en Branch en La Berge die vochten om schrille dominantie. Verderop ontpopte een binnenstebuiten gekeerd motief zich tot een geagiteerd wespennest van klanken dat een sterk ritmische drive kreeg, terwijl een moment waarbij de blazers met plastic darmen begonnen te zwaaien iets had van een glasharmonium dat zachtaardig een viool probeerde te overmeesteren. En dan werd er ook gefloten, met de voeten over het linoleum gepiept, gestampt, op de klankkast van de altviool geklopt en geklooid met een demper. Een moment van humoristische lichtvoetigheid dat op zijn beurt weer tot iets totaal anders leidde. En dat werd zo volgehouden, met Hennemans snarengepluk dat in het zesde stuk een oosterse sfeer creëerde en uiteindelijk belandde bij wolvengehuil en stemmen die uitgeleide gedaan werden door een zijdezachte trompetgolf.

Die trompet werd ten slotte aan het borrelen gebracht met water, terwijl La Berge onheilspellende lijnen blies en Henneman nukkig plukte aan de snaren. Drie excentriek schetsende vrouwen die erin slaagden om de concertzaal even te verbouwen tot een schouwspel met een verzopen dieselmotor op een racebaan, al werd het ook geen dolgedraaide kermis. Nee, het was vooral een ode aan de ingenieuze vrijheid, een intens-afwisselende en kleurrijke performance die doordrongen was van spel- en speelplezier, maar dan wel eentje van de soort die je voelsprieten en verbeelding op hol deden slaan door z’n frisse originaliteit, schurende fijnzinnigheid en onvoorspelbare samenhang. Ideaal voor zo’n doorregende zondagnamiddag. Laat dat album maar komen.

E-mailadres Afdrukken