Banner

We Are Open 2019

8 en 9 februari 2019, Trix - Pagina 2

Bart Van Put - foto's: Nadia Denys; Tom Leentjes - 10 februari 2019

Zaterdag, rockdag. Vandaag heersen de gitaren, en dus wordt Trix extra gestut voor het nog maar eens uit zijn hengsels wordt geblazen. Dat zal uiteindelijk pas laat gebeuren, de aanloop is eerder rustig.

En toch staan The Calicos er. Anderhalve maand geleden sloten ze boerenjaar 2018 af in een eigenhandig gevulde De Roma, maar de schaal van de Trix Bar past het zestal rond Quinten Vermaelen duidelijk beter. Waar de songs toen al eens te slap uitvielen, de performance te flauw, zindert alles hier vanaf de eerste noot. De band speelt potig, laat de gitaren scheuren alsof wijdbeens de open road bereden wordt, de goesting spat er op zijn Easy Rider's van af. En ook als er gas teruggenomen wordt –- Rood licht? Een scherpe bocht richting toekomst? -– klopt het plaatje. Nieuwe single "Driftwood" is een aardige kabbelaar, "Runaway Kid" een aardig smachtende ballad. En dan is het al gedaan, dit krap bemeten half uur, met een gierende versie van "Our House" –- één derde ophitsende riff, één derde War On Drugs, één derde Helemaal Iets Van Zichzelf –- waarin Vermaelen zich te buiten gaat aan ouderwets goed soleren tot alle noten op zijn. The Calicos zijn nog altijd het lekkerste dat zich momenteel rond Americantwerpen ophoudt. Benieuwd of het in 2019 ook een plaat oplevert.

Twijfels in het Café beneden ondertussen. Is dit het stemmen van de machines of is Marc Meliá al begonnen? Het eerste gaat duidelijk in het laatste over, zo blijkt als de pruttelelektronica echt een eerste nummer blijkt te worden. Klinkt goed, maar eigenlijk staat deze Mallorcaanse Brusselaar hier een paar uur te vroeg. Dit soort tegendraadse dansmuziek hoort immers de opmaat naar de afterparty te zijn, niet de voorpret op de headliners. Maar laat dat de enige randbemerking zijn; het trio achter machines en elektronische drumkit boeit, doet bij momenten aan Caribou, Daphni en Panda Bear denken, maar roept in zijn ingetogen momenten net zo goed herinneringen op aan Nicolas Jaar. Horen we nog wel van.

Wie weet gebeurt dat ook met Vito, dat ons drie maanden na zijn laatste passage in Trix even op het verkeerde been zet. Is Mauro Bentein alweer ontslagen als snarengeselaar naast songschrijver en naamgever Vito –- hij die 'voadre' mag zeggen tegen Derek van The Dirt? Neen hoor, hoogstens voor één avond vervangen door Nathan Ysebaert van Shht, zo fluisteren de wandelgangen ons in. Wat wel doet fronsen: een eerste nummer dat drijft op vloeiende baslijnen en percussie. Is dit dezelfde groep die we toen zo hard zagen slacken? Een tweede song brengt zekerheid: jawel, en Mac DeMarco wil nog altijd zijn schtick terug. Zegt Vito: "Alleen als je eerst ook goeie songs leert schrijven." Want stiekem kan hij dat wel. "Het volgende is een liefdesliedje, hihi", wordt er eentje aangekondigd en het doet ons noteren 'stadionslackerij is vanaf nu een ding'. En dat van 'no liquor in the liquor storen?' Altijd zorgen dat je vóór The Scabs bent langsgeweest, jongens.

alt

Wat een mooie bandnaam toch, Crayon Sun. Alleszins beter dan "Aldo & Big Dave", de twee koppen achter de groep. Aldo Struyf (Millionaire, Creature With The Atom Brain) en blueszanger Dave Reniers werkten al eens samen op de laatste Creature-plaat, maar sloegen de handen dit keer echt in elkaar voor een heuse band. Crayon Sun laat ruimte voor de eigenheid van beide heren, maar slaagt er ook in om daaruit een eigen geluid te boetseren. Gitaren blazend als woestijnzand, mondharmonica, maar ook synths en elektronica: Cayon Sun slaagt er wonderwel in om het onverzoenbare samen te brengen. Dat is vooral ook de verdienste van Big Dave, die met zijn krachtig maar warm stemgeluid alles mooi aaneen smeedt. Over het algemeen is Crayon Sun een relatief ingetogen gezelschap, maar een stevige uithaal of een snedige, goedgeplaatste solo houdt het optreden spannend, net als die voortreffelijke Lee Hazlewood-cover trouwens. Crayon Sun is als een autorit door de woestijn bij valavond, met de stem van Big Dave als ondergaande zon. Straffe show.

Dat St. Grandson begint met "You Will Find" kan maar twee dingen beteken. Of hij wil zeggen "Dat was toen, nu volgt Iets Nieuws", of "Haha, wacht maar, ik kan veel beter". Het is erger. Dit is overmoed, want is dat singeltje waar hij al twee jaar op surft al vrij brave fluff, dan is de rest geen haar beter. Dit is brave poprock die past op het podium van Werchter, zo rond 13 uur. Als dit nog altijd 2001 was. We willen maar zeggen: zeldzaam zijn de jongenskamers waar Snow Patrol en Athlete nog altijd postergewijs aan de muur hangen, maar die van Benjamin Decloedt is er zo eentje. "Midnight Swim" is dan weer een kleffe ballad die mikt op prepuberale meisjes en even gevaarlijk Bon Jovigewijs lijkt te gaan uitbarsten wanneer de drummer een roffel inzet. Zelfs dat gebeurt echter niet. Waarom bestaat dit, in Godsnaam?

We kennen El Yunqe als een licht geschifte, tegendraadse, maar ijzersterke noiserockband. Excuseer: kenden. Want vorig jaar verscheen Oh Hi Mark, een verontrustende koortsdroom van een plaat, die de noise helemaal achterwege liet, maar daar een duister geluid vol weerhaken voor in de plaats gaf. Want de nummers op Oh Hi Mark, waaruit de set integraal bestaat, zijn niet meteen voor Jan en alleman. Ze zijn repetitief, hypnotisch, bevreemdend, absurd en dreigend. Hetzelfde kan gezegd worden van de teksten, die als een ongrijpbare woordenstroom uit de speakers rollen (en door de bandleden als ware het een mantra worden opgedreund, ook al bevinden ze zich niet aan een microfoon). Deze bijna dadaïstische performance is misschien niet voor iedereen weggelegd (we zien wel héél veel verwarde blikken in het publiek), maar sleept je wel mee in het scheve, donkere universum van El Yunque. Ook de gastbijdrage van Fenne Kuppens in het tien minuten durende "Siri, Please", dat ontaardt in een ongemakkelijk dreigende climax, past daar perfect in. Hoera, we hebben onze eigen Père Ubu!

alt

Schaars gevulde grote zaal voor Marble Sounds, maar het gezelschap rond Pieter Vandessel sukkelt dan ook met het vierde albumsyndroom. Als alles al gezegd is, wat zeg je dan nog? In het geval van deze groep: je maakt een pas op de plaats. Klonk niet geweldig op plaat, maar "The Advice To Travel Light" spat vandaag wél uit de boxen. Een zevenkoppig Marble Sounds (het laatste optreden met bassist Frederik Bastiaensen) speelt vandaag met de stand op potig, laat de titelsong van dat laatste album uitmonden in een wervel van blazers, gitaren en drumroffels. Beter nog is "Anyhow (Even Now)", dat een armwuivend refrein meekreeg, of "Photographs"; het klinkt allemaal nog altijd te goed om te worden weggelachen. Die halflege zaal heeft dus gelijk, de rest niet. Schrijf Marble Sounds voorlopig nog maar niet af.

Na El Yunque heeft Fenne Kuppens een spurtje getrokken richting Clubstage, waar de rest van Whispering Sons wordt opgewacht door een on-waar-schijnlijke massa volk. De zaal boven stond werkelijk onverantwoord vol. Niet verwonderlijk, met een debuutplaat en single die in heel alternatief Vlaanderen insloegen als een bom (maar daarvoor wel geen MIA kreeg). Waarom Whispering Sons niet in de grote zaal stond, is een raadsel. Anderzijds past dat claustrofobisch sfeertje wel perfect in het geluid van de band. De duistere, bijna paranoïde postpunk van het vijftal werd in de voorbije twee jaar uitgepuurd en strak gezet. Net als de liveshow overigens: hier staat een gerodeerde band die zonder enige moeite een retestrakke set neerplant. We horen feilloze uitvoeringen van "Stalemate", "Waste" en uiteraard "Alone", dat al vroeg in de set zit, maar ook meteen de puntjes op de i zet. Hier wordt niet rondgeklooid of aan volksmennerij gedaan: gewoon spelen en zo het kot afbreken.

alt

Kuppens is ook een echt godsgeschenk voor een band als Whispering Sons: met haar stem en podiumprésence kan je Boris Karloff doen verstijven, maar het oogt allemaal naturel en authentiek. Het publiek krijgt meermaals een masterclass ‘intens in de menigte staren’, maar die ogen branden wel degelijk door je netvlies. Dat is net de grote sterkte van Whispering Sons: deze groep méént het! Vooral het afsluitende drieluik "Waste", "Wall" en "Dense" -- stuk voor stuk onbetwistbare hoogtepunten -- toont de klasse van Whispering Sons. Optreden van het festival, als u het ons vraagt. Als Ian Curtis had geweten dat zijn muzikale erfenis na veertig jaar nog springlevend en relevant zou zijn, had hij zich waarschijnlijk wat vrolijker opgehangen.

Twee mannen die dit weekend dubbele pree trekken. Boris Zeebroek en Lennert Jacobs, gisteren respectievelijk bij Charlotte Adigéry en MDCIII, staan vandaag samen met The Germans op het kleine podium van de bar. Wat The Germans precies is? Geen flauw idee eigenlijk, maar dat doet er eigenlijk allemaal niet toe. Binnen een paar maanden verschijnt er een nieuwe plaat (dat was intussen even geleden) en ook deze keer weer is het zoeken naar raakpunten of poten om op te staan. We horen epische krautuitbarstingen, koortsachtige psychedelische grooves, een paardenmolen op LSD, ... enfin er was weer geen touw aan vast te knopen. Maar het blijft toch een aanstekelijk potje experiment, dat daar voor (schande) slechts een handvol spacende toeschouwers wordt geserveerd. De Germans zijn altijd goed als ze doen waar ze goed in zijn: hun eigen stinkende goesting.

We vroegen ons af waar al dat volk naartoe was, blijkt dat iedereen in de grote zaal naar SONS was gaan kijken. We moeten het ruiterlijk toegeven: we hadden die hype enigszins gemist. Thuis staat er enkel death metal en Tuvaanse keelzangen op, excuses. Maar de potige garagerock uit het mondaine Melsele heeft sinds winst in De Nieuwe Lichting vorig jaar heel wat zieltjes gewonnen. We pikken het slot nog mee en zien een volle zaal compleet uit haar dak gaan op de vettige gitaren en stomende drums van het viertal. Het is vooral een feest van herkenbaarheid: SONS is rechttoe rechtaan en neemt daarom ook geen risico’s, tenzij op het vlak van decibels. De songs zitten ook allemaal lekker in elkaar, het spelniveau is meer dan deftig en de mannen staan zich kennelijk te pletter te amuseren. Afsluiten met een feestje, dat mag wel als je weer kan vaststellen dat het Belgische talent er weer voor minstens een jaar tegen kan.



E-mailadres Afdrukken