Banner

Roadburn 2019

De Doden Herdenken Om Het Leven Te Vieren

Bart Van Put - foto's: Paul Verhagen / Achrome Moments Photography - 18 april 2019

We kennen Roadburn intussen goed genoeg om te weten dat de verwachtingen elk jaar weer torenhoog zijn, zowel bij publiek, muzikanten als organisatoren. Dit jaar was dat niet anders: het intussen iconische undergroundfestival zette dit jaar nog meer in op een breed palet aan muzikale acts, een gastcurator, een ‘artist in residence’, geheime optredens, integrale uitvoeringen van iconische albums en niet minder dan drie ‘commissioned pieces’. Zo verlegt Roadburn elk jaar weer de grens van wat een rockfestival kan, mag, wil en moet zijn. Onderweg naar Tilburg waren we dan ook weer volop overtuigd dat het weer een speciale editie ging worden. Dat werd het ook, maar misschien niet helemaal omwille van die redenen.

Donderdag

Het eerste bommetje ontploft al meteen wanneer we het programmaboekje in de handen krijgen. Het Patronaat is verkocht! De zaal tegenover 013, ondergebracht in een bijgebouw van de kerk van Tilburg, groeide de voorbije jaren uit tot een Roadburn-icoon. Niet meteen een evidentie: het is er meestal bloedheet, het geluid is soms een uitdaging (we hebben de PA er meermaals weten uitvallen), de wachtrijen voor de slechts 650-man grote zaal waren bij wijlen legendarisch lang en frustrerend. Maar de speciale uitstraling (houten dakgebinte, glasramen) en de bijhorende sfeer maakten van het Patronaat een geliefkoosde locatie voor heel wat Roadburn-bands, niet in het minst zowat àlle black metalbands die er speelden. Maar dit jaar zal dus het laatste zijn. Maar we zullen in de loop van het weekend nog een paar keer moeten afscheid nemen.

Maar goed, we zijn hier natuurlijk in de eerste plaats voor de muziek. Roadburn is altijd een uitstekende opportuniteit geweest voor muzikanten om een ander aspect van hun artistieke vocabulaire te tonen. Zo ook met de Deense zangeres Amalie Bruun, alias Myrkur. Myrkur is een beladen naam binnen de metalgemeenschap, want een folkzangeres die een black metalplaat uitbrengt, daar komt geheid hommeles van. De polemiek gaan we u besparen, ook al omdat er bij dit optreden geen metal te bespeuren valt. De set, die gepast “Folkesange” werd genoemd, is volledig opgetrokken uit allerhande folknummers, voornamelijk uit Scandinavië. Op het hoofdpodium van de 013 dan ook geen klassieke band. Myrkur wordt er bijgestaan door cello, luit, percussie en achtergrondzang. Het maakt van dit eerste Roadburn-optreden meteen een atypische show, die vooral uitblinkt in rust en schoonheid, maar nu niet meteen aan onze ribben blijft plakken.

Farida Lemouchi verdween een zevental jaar geleden bijna volledig uit het muzieklandschap. Na de dood van haar broer Selim, de bezieler van hun band The Devil’s Blood, stopte ze nagenoeg helemaal met muziek maken. Groot was dan ook de verrassing dat nagenoeg alle voormalige leden van The Devil’s Blood waren ingegaan op het aanbod van Roadburn om speciaal voor deze editie muziek te schrijven en te brengen. Onder de naam Molasses stond de hele band, samen met nog enkele bevriende musici op het hoofdpodium. En, eerlijk, we zijn oprecht blij wanneer we de occulte rock van de band weer kunnen horen. Geen Devil’s Blood-nummers natuurlijk, maar nieuw werk, speciaal geschreven voor dit optreden, maar de nieuwe nummers hebben wel die bekende sound. Misschien is het ook daar dat het schoentje wringt. Na zeven jaar heeft het geluid van The Devil’s Blood de weg geplaveid voor heel wat vooral Nederlandse bands, zoals DOOL, Temple Fang en Death Alley (niet toevallig ook met ex-leden van TDB). Ook het rituele karakter die de optredens van The Devil’s Blood zo typeerden, ontbrak. We begrijpen natuurlijk dat het niet meer de bedoeling is om een kloon van deze band op het podium te zetten, maar we konden ons ook weer niet van de indruk ontdoen dat we naar een zoveelste occulte rockband aan het kijken waren. Niet dat het slecht was: de nummers zaten goed in elkaar en het spelniveau was hoog, maar we kregen nooit echt het gevoel naar iets speciaals te zitten kijken. Zeker met een ander ‘stuk op bestelling’ zoals het Waste Of Space Orchestra (wat een waar spektakel was) in het achterhoofd, valt dit optreden wat mager uit.

Iemand die we gedurende de komende vier dagen regelmatig tegen het lijft zullen lopen, is Emma Ruth Rundle. Deze Amerikaanse muzikante behoort tot de bloeiende generatie vrouwelijke artiesten die in het zware genre de laatste tijd furore maken. Haar eigenzinnige mix van loodzware alternatieve rock, doorspekt met folk en americana die wordt gekenmerkt door haar slepende stem, veroverde stelselmatig zieltjes in Amerika en Europa. Enkele jaren geleden stond ze moederziel alleen op Roadburn, dit jaar brengt ze een ganse band mee. Dat is ook nodig om de volledige impact van de donkere, expansieve sound van het uitstekende album On Dark Horses de zaal in te projecteren. En dat lukt ook uitstekend: de broeierige sfeer van Rundle’s nummers mag dan misschien niet helemaal resoneren in de stugge omgeving van de koepelhal (misschien moet er iemand eens doeken voor die grote ramen hangen), maar alleen al op kwaliteit van de nummers en overgave van de voordracht weet ze ons vrij moeiteloos over de streep te trekken. In het oog houden, deze dame. Straf optreden.

alt

In het programmaboekje van de vorige Roadburn-editie lichtte de organisatie ons al een tipje van de sluier op over de programmatie. We zagen een foto van een dame met gewei, en het woord Heilung. We zijn niet bepaald thuis in paganistische folk, dus na enig opzoekwerk blijkt deze ‘band’ (bij gebrek aan beter woord) uit Denemarken een bovengemiddelde fascinatie voor Scandinavische folklore, mythologieën en geschiedenis te hebben. Ze combineren traditionele folklore met sjamanisme en krijgsrituelen. Dat levert alvast een visueel spectaculair evenement op: het ganse podium is opgetrokken uit een constructie met botten, geweien, takken en dierenhuiden. De bandleden zijn gehuld in pijen, huiden en verf, waardoor het lijkt alsof ze net uit een aflevering van “Vikings” zijn gelopen. Als er dan nog een horde krijgers met schilden en speren het podium komen opgemarcheerd, en we een executie-ritueel zien uitgevoerd worden op een krijgster, lijkt het wel helemaal poppenkast. Maar dat zou te gemakkelijk zijn: de band is diepserieus als het over het uitvoeren van het hele ritueel gaat, en je voelt duidelijk dat het voor hen een echt ritueel is, en niet louter ‘vikingkje spelen’. Ook de muziek sleept je mee: de repetitieve percussie en hypnotiserende zang, bijna nauwelijks ondersteund door occasionele elektronica, sleept de zaal echt mee in een collectieve trance. Zeker wanneer naar het eind van het optreden toe de cadans versnelt, en de meute op het podium als in een primitieve rave in collectieve trance geraken, zien we dat ook afstralen op het publiek. Heilung is dan misschien niet voor iedereen, maar het is wel verdomd intrigerend en aanstekelijk. In november staan ze in de AB. Ik zou dat maar eens checken, als ik van u was.

Van primitieve analoge ritmes naar primitieve digitale ritmes. Daarvoor zorgt het Amerkinaanse noisefenomeen Pharmakon. Het soloproject van de New Yorkse Margaret Chardiet breekt al tien jaar en vier albums collectief trommelvliezen en nekspieren. Pharmakon staat dan ook voor rotagressieve en hondsbrutale noise, die gekenmerkt wordt door diepe bassen, schurende en piepende elektronica en de maniakale voordracht van Chardiet. De bassen doen je neusvleugels flapperen, en wanneer Chardiet het publiek induikt en het op een waanzinnig krijsen zet, checken we toch voor de zekerheid waar de uitgangen zijn. Straf. Heel straf. En ook een beetje bangelijk.

Na de korte, maar héél hevige set van Pharmakon, is er nog wat tijd om uit te blazen bij de Japanse postrockband Mono, die hun beste album Hymn To The Immortal Wind van a tot z ten berde brengen. De uitvoering van dit magistraal mooie album is, zoals we van de perfectionisten van Mono gewoon zijn, feilloos. Maar hoewel het strijkerskwartet van celliste Jo Quail een fijne aanvulling is, voegt het eerlijk gezegd weinig toe. De grote kracht van Mono schuilde er steeds in om orkestraal te klinken, zonder dat er eigenlijk een orkest aan te pas kwam. Het feit dat er nu werkelijk strijkers aan worden toegevoegd, doet dit effect eigenlijk een beetje teniet. Het is ook enigszins jammer dat de magistrale visuals die de band meehad op de releasetoer van de plaat tien jaar geleden. Niettemin: mooie afsluiter van deze eerste Roadburn-dag, die ons toch wat op onze honger liet zitten. Maar met het programma van vrijdag in het achterhoofd, komt daar vlug verandering in.

Vrijdag

Vrijdag psychdag! Vandaag helt de muzikale balans van Roadburn over naar de psychedelische kant van de programmatie. Aftrappen doen we dan ook met Mythic Sunship, één van de bands die getipt werd door de organisatoren zelf. En met rede: het album Another Shape Of Psychedelic Music brak flink wat potten. Ook al op het festival zelf, waar ze gisteren een last minute show speelden in het skatepark naast het festivalterrein. Vandaag staan het viertal ‘gewoon’ in het Patronaat, maar voegt het wel een saxofonist aan de line-up toe, die de stomende instrumentale psych van de band een spaced-out jazzkantje meegeeft. Het maakt van het optreden een vlammende trip, die je heen en weer slingert tussen pompende drums, pompende gitaren, flexibele baslijnen en die schitterende saxofoon die alles nog een dimensie hoger tilt. Hoogtepunt van het festival tot dusver, en eentje dat smaakt naar meer. Gelukkig krijgen we later op de avond nog een identieke safletrond onze oren.

Nog psychedelica, maar dit keer wat meer ‘geaard’ in de wat zwaardere regionen: Seven That Spells uit Kroatië neemt vandaag de helft van de programmatie in de Green Room voor hun rekening. Ze spelen namelijk alle albums uit de The Death And Resurrection Of Krautrock-trilogie integraal. We vallen de Green Room binnen tijdens op het tweede album IO. En ook hier is het dik trippen geblazen, zij het dan op een een golf van moddervette kraut- en mathrock. De nummers zitten knap in elkaar, de band zit strak in het pak en staat duidelijk met veel goesting te spelen, wat gitarist en oprichter Niko Potočnjak achteraf verklaart aan het gestaag toegenomen drank- en substantiegebruik: “Onze eerste set speelden we nuchter. Dat is een fout die we geen twee keer maken”. Hey, als het helpt, hoor je ons niet klagen. Ontdekking van het festival. Schol!

We hadden het al in het snuitje, maar Roadburn doet al enkele jaren flink de moeite om vrouwen meer plaats te geven op de affiche. Voor een festival dat vooral focust om vrij mannelijk gedomineerde genres als metal, psych of stoner. De vervrouwelijking van Roadburn gaat ook duidelijk hand in hand met de verbreding van de muzikale leefwereld van het festival. Veel vrouwelijke artiesten geven duistere, broedende muziek een heel eigen draai, wat hen vaak een heel eigen, unieke sound geeft. Neem nu Anna Von Hauswolff bijvoorbeeld. Haar keyboard- en effectengedreven, hypnotische en vaak bombastische en theatrale composities zijn opmerkelijk, maar ook uniek. Een plaatsje op het hoofdpodium, op uitnodiging van curator Tomas Lindberg, is dat ook zeker niet misplaatst. Het is al vrij vroeg in de set duidelijk dat Von Hauswolff’s nummers niet voor iedereen zijn: heel wat blazende en met de ogen rollende mensen begeven zich in het eerste kwartier naar de uitgang. We kunnen hen enigszins begrijpen: orgels, bombarie, vocale capriolen, het is niet voor iedereen weggelegd. En toegegeven, het duurt ook even vooraleer het optreden onder stoom komt. Maar geleidelijk aan wordt de mainstage meer en meer opgezogen in het moeras van dreigende gitaren, onheilspellende keyboards, diepe bassen en hypnotische drums beetje bij beetje aan intensiteit winnen. Alsof Von Hauswolff geleidelijk aan de temperatuur van de zaal opvoert, tot je beseft dat je levend gekookt wordt. De stomende finale in de vorm van “Ugly And Vengeful” is dan ook een magistrale catharsis van dit indrukwekkende optreden. Verdomme, dat was straf!

alt

Bij het buitenkomen van het optreden van Von Hauswolff merken we dat er wat commotie is onder het publiek. Er wordt druk naar smartphoneschermen gekeken, druk gepraat, bezorgd gekeken. Wanneer we de zelf kijken, zien we meteen waarom: Michiek Eikenaar is zonet overleden. Michiel was de zanger van invloedrijke Tilburgse black metalbands als Nihill en Dodecahedron, en een van de drijvende krachten achter de creatieve opleving van de Nederlandse black metalscène. Michiel vocht al een tijd tegen kanker, en had onlangs te horen gekregen dat er geen kans meer op herstel was. Maar dat hij net uitgereken tijdens zìjn festival, op de dag dat zìjn scène wordt gevierd, overlijdt is wel heel erg tragisch. Michiel laat op zijn tweeënveertigste niet alleen een onwaarschijnlijke muzikale erfenis na, maar ook een vrouw en twee kleine dochters. Only the good die young, en zeker deze reus.

Maar we ploegen voort: in de Koepelhal staat ‘artist in residence’ Thou klaar voor een collaboratie-set met Emma Ruth Rundle. Beiden stonden gisteren apart op het festival, maar sloegen voor de gelegenheid de handen in elkaar. Thou werkte in het verleden al meermaals samen met andere bands voor samenwerkingsplaten, denk maar aan de samenwerking met The Body, die vorig jaar op Roadburn de koepelhal deed ontploffen. We vragen ons af of een artieste als Rundle, die vooral excelleert in meer subtiele, folkgeladen muziek, niet zou laten overspoelen door de sludgegolf van Thou. Maar de mayonnaise pakt wonderwel. Beide partijen slagen erin om hun eigen sound een plek te geven in het geheel, dat zich vooral laat kenmerken tussen subtiel getouwtrek tussen beide stijlen. Rundle voelt zich perfect op haar gemak tussen de botte uithalen van Thou, die dan weer zonder problemen de teugels aantrekt in de rustiger stukken, wanneer Rundle het voor het zeggen heeft. Maar het is pas wanneer iedereen zich laat gaan, dat we onder de indruk zijn van de synergie tussen beide stijlen. Vooral wanneer Bryan Funck’s ijle gekrijs en Rundle’s weemoedige zang samensmelten, staan we versteld van de kracht die daaruit vloeit. Alle nummers werden speciaal geschreven voor dit optreden, en dat is merkelijk een uitstekende keuze geweest, want zomaar elkanders nummers coveren zou deze samenwerking onrecht hebben aangedaan. Als dan nog eens als laatste nummer zowaar een Cranberries-cover (“Hollywood”) in een ziedende versie de zaal in wordt geslingerd, zijn we helemaal gebouleverseerd. We weten niet of er van deze samenwerking een plaat zit aan te komen, maar mocht dat het geval zijn: we nemen er drie!

Tot nu toe waren we gespaard gebleven van de beruchte Roadburn-overlappingen. Tot nu. Headliner en curator Tomas Lindberg had met zijn band At The Gates een speciale zet in elkaar gevezen, maar we laten ons psychedelische hart spreken, en stellen ons op in de Green Room, waar Black Bombaim de clash zal aangaan met de Duitse freejazztycoon Peter Brötzmann. De Portugezen zijn ook niet vies van een samenwerking hier of daar, maar Brötzmann is niet zomaar Janneke en Mieke. De saxofonist is al meer dan een halve eeuw een grootheid in de wereld van de freejazz, en werkte al samen met zowat elke grote naam in jazz. Het siert Brötzmann dan ook dat hij de handen in elkaar slaat met jonge wolven als Black Bombaim. De plaat die ze samen opnamen dateert intussen al van 2016, en werd voor de zekerheid een dag eerder nog eens gerepeteerd in Trix met Matthias De Craene op sax. Brötzmann moet die shit niet repeteren, dat maakt hij dan ook meteen duidelijk wanneer hij zijn saxofoon laat knetteren. Deze knar van bijna tachtig gaat hier het onderspit niet delven, wel integendeel. Brötzmann voelt zich als een vis in het water in de vette psychedelica van Black Bombaim, en vult de stomende jams perfect in, zonder het geheel naar de filistijnen te blazen. De plaat wordt netjes van a tot z gespeeld, maar dat levert een vol uur lang een stomende set op die van het ene hoogtepunt naar het andere dendert. Na Mythic Sunship het tweede psych-hoogtepunt van de dag. Maar deze is toch wel eentje om in te kaderen. Ook om in te kaderen is de totale consternatie van de stugge Duitser wanneer de drie warmbloedige Portugezen hem in hun euforie op het eind van de show om de nek vliegen. De arme man was echt helemaal van zijn apropos. Wij ook trouwens. Godverdomme, wat was me dat…

Zaterdag

Halfweg! De rug piept als een roestig scharnier en de maag protesteert wanneer we nog maar naar een pint kijken, maar so far, so good. Het ge-heen-en-weerspurten tussen de verschillende podia houden we min of meer voor bekeken. De volgende dagen kamperen we vooral aan het hoofdpodium. Geen erg, want daar staat ons een hele hoop lekkers te wachten. Enfin, lekkers… Wanneer we het hoofdpodium binnenwandelen, knalt de wierook ons als een natte handdoek in het gezicht. We wisten dat de Brusselaars van Wolvennest niet vies waren van een streepje wierook tijdens de optredens, maar de walm die uit de schedel vooraan op het podium toedampt, kan zowat gans Santiago De Compostela ontsmetten. Maar goed, de dreinende, repetitieve sound van Wolvennest leent zich perfect tot dit soort van sjamanistisch gedoe. Niet dat we daar tegen zijn: we zagen de band al een uitstekend voorprogramma van Wolves In The Throne Room afleveren, en wat we al hoorden van de nieuwe plaat Void klonk veelbelovend. Het is dan ook jammer dat het allemaal wat traag op gang komt. Drie gitaren (waaronder die van Michel Kirby en Marc De Backer) dronen nochtans lekker voort, en de theremin van zangeres Shazzula snijdt daar dreigend en snerpend door, maar het is pas in het laatste deel van de set dat de vonk echt overslaat. De bijdrage van de twee gastzangers is daar niet vreemd aan: hun dreigende voordracht vermengt zich mooi met de repetitieve gitaarpartijen, zodat het geheel finaal uitmondt in een hypnotiserende climax.

Aan de Amerikaanse band Sumac hebben we al een tijd ons hart verloren. Het nieuwe hoofdproject van ex-ISIS-frontman Aaron Turner begon als een abstract, complex experiment in sludgemetal, neigde plaat na plaat (intussen zijn we al aan nummer vier op vijf jaar) meer naar lossere songstructuren met geleidelijk aan meer plaats voor improvisatie. We zagen al een kleine maand geleden in Magasin 4 in Brussel dat Turner zijn imposante composities meer laat ‘ademen’ om plaats te maken voor impromptu stukken, strategisch geplaatst als sfeerscheppers of spanningsopbouwers. Het laatste dat je kan zeggen is dat de boel met haken en ogen aan elkaar hangt. Turner, bassist Brian Cook (Russian Circles, ex-Botch) en drummer Nick Yacychin (Baptists) zijn duidelijk flink gerodeerd en vullen/voelen elkaar perfect aan. Het maakt van Sumac een overdonderende ervaring: tijdens de meer ingetogen passages is het muisstil in de zaal, maar wanneer de band al zijn beesten loslaat, staat de mainstage te daveren op zijn grondvesten. De laatste twintig minuten neemt, zoals aangekondigd, experimenteel gitaarpionier Caspar Brötzmann (zijn vader stond gisteren ook op het festival) de band vervoegen op bas. Dat begint veelbelovend, met een knappe riff van Brötzmann waarop mooi wordt verdergebouwd, maar niet lang daarna is het viertal elkaar overduidelijk even kwijt. Het duurt even voor iedereen weer op dezelfde golflengte zit (merci voor de riff, Brian), om het geheel toch deftig af te sluiten. We kunnen ons achteraf niet van de indruk ontdoen dat we naar twee verschillende optredens hebben zitten kijken, en dat de improsessie met Brötzmann de vaart uit een anders indrukwekkend optreden haalde. We hebben er het raden naar, maar misschien had men dit beter in twee aparte concerten opgedeeld, zodat beide delen elk als een volwaardig geheel zouden kunnen staan.

alt

We keken er al lang naar uit om Cave In nog eens aan het werk te zien. Veel touren deed de band de laatste jaren al niet, en na de onfortuinlijke dood van bassist Caleb Scofield dachten we dat het doek definitief was gevallen. Maar kijk, er kwam een mini-tour en er staat zelfs een nieuwe plaat in de steigers. Van die eerste plaat krijgen we in het eerste deel van het optreden alvast een nieuw nummer (“All Illusion”) tussen een setlist die vooral bestaat uit nummers die ooit op EP’s verschenen, en het massieve “Juggernaut” vanop het debuut Until Your Heart Stops. Het zijn niet altijd de meest energieke nummers, en de best lange pauzes tussen de nummers zorgen er ook voor dat het eerste deel van het optreden wel wat tempo mist. Het tweede deel van de set bestaat gelukkig uit bekender materiaal uit de laatste drie albums, met kleppers als “Summit Fever”, “Off To Ruin”, en uitzinnig meegebrulde uitvoeringen van “Serpents”, “Big Riff” en “Trepanning”, allemaal nummers waar Scofield een prominente rol in speelde. Als het slotakkoord “Sing My Loves” door de zaal galmt, zorgt dat ook voor een fikse ontlading bij zowel publiek als band.

Sleep heeft voor Roadburn-liefhebbers geen enkele introductie nodig. Als peetvaders van de stonermetal is Sleep is zo ongeveer de reden waarom dit festival werd opgericht. Dit jaar viert de band haar tiende reünieverjaardag met een twee keer twee uur durende double-bill, waarin twee van de band’s meest iconische platen worden uitgevoerd. Vandaag is het de beurt aan Holy Mountain uit 1992, de plaat die stonermetal als genre op de kaart zette. Voer voor nostalgici, maar een bij een recente herbeluistering van de plaat blijkt dat het songmateriaal nog steeds oerdegelijk stand houdt. Of het publiek zal standhouden is nog maar de vraag, getuige aan de massieve muur versterkers die op het hoofdpodium van de 013 staan opgesteld. Matt Pike en consorten zijn dan ook bekend om het kolossale volume dat ze uit hun instrumenten sleuren. Maar monsters van nummers als “Dragonaut”, “Aqiarian” of het magistrale “From Beyond” kunnen enkel tot hun volste recht komen wanneer de vullingen uit uw kiezen knallen. En gelukkig maar, want we merken al vlug een paar dingen op. Dat Matt Pike ongeveer de slordigste gitarist van het Westelijk halfrond is, is nu geen geheim, maar bij het akoestische bluegrassintermezzo “Some Grass” speelt hij er wel héél erg naast. We steken het maar op het feit dat Pike een tijd in het ziekenhuis heeft gelegen vanwege diabetes-complicaties, maar goed. Ook opvallend is de dynamiek die drummer Jason Roeder (Neurosis) in de nummers legt. Hij is op technisch vlak duidelijk de betere dan oorspronkelijk drummer Kris Hakius, maar slaagt er maar niet in om die primitieve, gortdroge dynamiek van zijn voorganger in de nummers te leggen. Roeder gebruikt al eens een fill of een ghostnote, maar het is net het gebrek daaraan dat van de oorspronkelijke plaat die nietsontziende stonervloedgolf maakte. Morgen herkansing met het vorig jaar verschenen The Sciences.

alt

Want we moéten gewoon naar Dodecahedron. Met het overlijden van ex-frontman en bezieler Michiel Eikenaar wordt dit concert een onverwacht herdenkingsmoment. Niet dat daar veel woorden aan worden vuilgemaakt: er is geen communicatie met het publiek, geen onverholen woord over niets dan ook: gewoon spelen. En hoe… Zelden een band met zoveel overgave, verbetenheid en energie zien spelen als nu. Heel de tijd staat de band in tegenlicht, maar je merkt de emotie die door de ziedende en mistroostige black metal door het Patronaat raast. Het laatste nummer wordt gespeeld alsof er nooit nog een noot muziek zal klinken, en blaast alles en iedereen aan flarden. Het laatste eerbetoon aan Michiel wordt ook in stilte gehouden, stilstaand, ogen naar de hemel geslagen, enkel omringd door uitzinnige muren feedback en applaus. Wat een optreden, wat een ode, wat een tragedie.

Bij het bekomen van dat waanzinnig uur Dodecahedron, verschijnt op de Roadburn-feed de aankondiging: “coverset Thou, 23u30, skatepark”. In gestrekte draf dus naar het Ladybird Skatepark, waar we opgewacht worden door een piepklein podium en een massa volk. Artist in residence Thou heeft de gewoonte om de meest ongewone covers tussen hun eigen composities te zetten (getuige de Cranberries-cover gisteren, maar ook reeds een hele berg Nirvana-interpretaties en zelfs een cover van Fleetwood Mac). Wij dus flink benieuwd naar welke ongewone bands en nummers nu weer de revue zullen passeren. Maar dan waren we even vergeten dat Thou een band is die altijd weer net het tegenovergestelde doet dan wat je van hen verwacht.

Allemaal Misfits-covers. Echt waar, dat was nu wel het laatste wat we hadden verwacht. Maar het hele skatepark verandert terstond in één grote kolkende moshpit. Er wordt gepit, gecrowdsurft, meegebruld en zwaar, héél zwaar gefeest. Als zelfs de helft van de band het publiek induikt (kudos voor de bassist, die dat doet terwijl hij nog aan het spelen is), kunnen we zonder veel twijfel spreken van het wildste feestje van Roadburn. Als afsluiter van zo’n dag, mocht dat wel.

Zondag

Nog niet al te veel Belgen gezien, deze Roadburn-editie. Gelukkig kunnen we de vierde en laatste dag inzetten met Fear Falls Burning van Dirk Serries. Serries stond hier enkele jaren geleden al eens met zijn geweldige band YODOKIII, maar neemt dit keer zijn gereïncarneerde drone-project mee naar Tilburg. Het optreden wordt opgedragen aan Michiel Eikenaar, een goede vriend van Serries, die in 2011 zijn stem leende aan “I Provoke Disorder” van op het album Disorder Of Roots, wat ook week een extra emotionele dimensie aan de op zich al intense muziek van Fear Falls Burning toevoegt. De diepe drones uit Serries’ gitaar pulseren door Het Patronaat, worden ondersteund door pompende keyboards en een bezwerende saxofoon, en culmineren in een hakkende drumpartij die het geheel naar een climax voert. Het klanktapijt van Fear Falls Burning mag dan niet zo innemend en rijk zijn als dat van YODOKIII, maar als drone-ervaring om drie uur ’s middags komt dit toch wel binnen.

alt

De meest gehypete band van dit festival is onwaarschijnlijk Daughters. Niet dat die hype onterecht is, integendeel. Begonnen als schreeuwlelijke math-grindband met de opmerkelijke plaat Canada Songs in 2003, evolueerde Daugters naar een dreigend bastaardkind van Swans, Depeche Mode en Mike Patton’s Tomahawk. Niet te verwonderen dat hun eerste plaat na acht jaar stilte uitkwam op Patton’s Ipecac-label. You Won’t Get What You Want sloeg in als een bom, en belandde uit het niets op zowat elk eindejaarslijstje dat je je kon inbeelden. Niet onterecht overigens: You Won’t Get What You Want is een koortsdroom van een plaat die baadt in een stinkend bad van allesverslindend nihilisme en ongepolijste agressie. We wisten ook al dat Daughters live een fenomeen was, maar wat we vandaag zien grenst toch aan het waanzinnige. De combinatie van jakkerende gitaren (die wervelende, krijsende tandartsboor van een gitaartoon alleen al), hypnotische drumpartijen en grommende bassen werken als een rode lap op zanger Alexis Marshall, die als een prekende duivelsaanbidder de apocalyptische teksten debiteert al was hij bezeten door Asmodeus hemzelve. Hij slingert zich herhaaldelijk in het publiek, kruipt op de bar naast het podium, laat zijn spuug de vrije loop en kastijdt zichzelf herhaaldelijk met de microfoon. Het is flirten met het randje van de wansmaak, maar de straffe muzikale uitvoeringen van zo ongeveer het hele album (we horen slechts twee oudere nummers) houden de aanhoudende, beklemmende sfeer helemaal intact. Daughters is een totaalervaring waar je willens nillens in wordt meegezogen. Als die van de NASA een foto van een zwart gat moesten hebben, ze waren zondag beter gewoon naar Tilburg afgezakt.

Misschien wel het optreden waar we het meest naar uitkeken, is dat van Old Man Gloom. In 2014 speelde deze weinig tourende superband heel Roadburn plat, en vijf jaar later zijn de intenties ongewijzigd. Nu ja, ook deze band had Caleb Scofield in de rangen, en net zoals bij Cave In (en bij Dodecahedron en Fear Falls Burning voor Michiel Eikenaar) is de set net zoveel een eerbetoon aan Caleb, als de viering van het leven van een artiest door zijn muziek. Nu is een optreden van Old Man Gloom altijd al een monsterlijk heftige ervaring, dit keer komt het allemaal nòg harder binnen. Nummers als “Common Species”, “To Carry The Flame”, “Gift” en een waanzinnig “A Hideous Nightmare Lies Upon The World” kolken als een nietsontziende vortex door de grote zaal. Maar de ultieme climax komt er wanneer Aaron Turner zijn gitaar aan de kant zet, en de leden van Cave In en Jacob Bannon van Converge het podium opstormen om een mini-set van Scofield’s soloproject Zozobra brengen. Het maakt van dit optreden een allesomvattend cathartisch hoogtepunt van een Roadburn dat in het teken staat van afscheid, maar ook van het vieren van het leven. Eentje voor de geschiedenisboeken, heet dat dan.

Maar vooraleer we er een eind aan breien, moet er nog één keer afscheid genomen worden. Het allerlaatste optreden in het Patronaat valt te beurt aan Imperial Triumphant. Dit trio uit New York rond gitarist Zachary Ilya Ezrin blinkt uit in het soort van technische black metal uit de stal van bands als Portal en Deathspell Omega. Met onder meer jazzdrummer Kenny Grohowski (Secret Chiefs 3, John Zorn) in de rangen belooft dit dan ook een natte droom voor techneuten te worden. En zowaar, de technische hoogstandjes in de chaotische evocatie, gebaseerd op het Westers decadentisme uit het interbellum is bij momenten borderline waanzinnig, maar misschien ook wel iets té veel van het goede, zeker na vier intense festivaldagen.

Vooraleer we er weer een jaar de blok op leggen worden traditiegetrouw de laatste drankbonnetjes soldaat gemaakt, en een laatste keer het glas geheven. Tot volgend jaar! Op het leven. Op de muziek. Op Roadburn.

alt
E-mailadres Afdrukken
Tags: Roadburn
 
Heilung @ Roadburn