Banner

Globe Unity Orchestra

27 september 2008, KC Belgie (Hasselt)

Guy Peters - 01 oktober 2008

Hoogdagen voor freejazzliefhebbers in Hasselt. Drie weken na de gespierde bestorming van Peter Brötzmann & Co. sloegen Kunstencentrum België en jazzorganisatie Motives For Jazz opnieuw de handen in mekaar om een instituut op het podium te krijgen. En opnieuw was het prijs, want het Globe Unity Orchestra maakte zo mogelijk een nog grotere indruk.

Toen pianist Alexander Von Schlippenbach in 1966 een collectief jazzmuzikanten bij elkaar trommelde zal hij er geen vermoeden van gehad hebben, maar zijn vaak van bezetting wisselende gezelschap zou geschiedenis schrijven. Niet enkel was het grote formaat uniek en invloedrijk genoeg om als blauwdruk te dienen voor bands als Brötzmanns legendarische octet en zijn latere Chicago Tentet, Ken Vandermarks Territory Band en Rob Mazureks Exploding Star Orchestra; ook individueel zouden veel van de leden hun stempel op het genre drukken.

In de jaren zestig en zeventig, toen het Globe Unity Orchestra het vaakst in de studio en op een podium terug te vinden was, las de line-up als een wie is wie van de Europese freejazz-scene. Evan Parker, Derek Bailey, Albert Mangelsdorff, Peter Kowald, Han Bennink en Willem Breuker, allemaal speelden ze in een of meerdere bezettingen van deze oerband, die het radicale van de Amerikaanse freejazz koppelde aan de ultieme democratische aanpak van vrije improvisatie. Het leverde kolossale platen en concerten op, machtsvertoon van titanen die elkaar in het oog van de orkaan terugvonden.

Ook in 2008 is de bezetting er eentje om van te duizelen: naast bekendste- en kernleden Alexander Von Schlippenbach (piano), Evan Parker (tenorsax), drummers Paul Lovens en Paul Lytton, Manfred Schoof (flügelhorn), bestond de rest van de band uit muzikanten van verschillende generaties, die allen in de frontlinie van de vrije/geïmproviseerde muziek en freejazz terug te vinden zijn: trombonisten Johannes Bauer en Christof Thewes, trompettisten Axel Dörner en Jean-Luc Cappozzo, altsaxofonist Ernst-Ludwig Petrowsky en basklarinettist Rudi Mahall.

Was Brötzmanns concert een opeenvolging van mokerslagen, dan waren de twee sets van dit orkest, samen goed voor anderhalf uur, een spel van golven, van windstilte en woeste stormen, waarbij zowel collectief als individueel gestunt werd. De muziek mag dan wel vrij zijn en flirt bij eerste gehoor met willekeurige chaos, maar daarvoor was er te veel harmonie, gevoel voor richting en wisselwerking vanuit de verschillende secties. Uitermate boeiend om ritme en onderlinge spanning vorm te zien krijgen, om twee drummers, een pianist en acht blazers te horen aanzwellen tot samenspel van een soms verschroeiende intensiteit. Indrukwekkend om te horen, maar door het visuele aspect nog zo veel meeslepender.

Ondanks de collectieve aanpak, was er ook veel ruimte voor solo’s: elke muzikant kon naar eigen goeddunken naar voren treden om zijn eigen stem te laten horen vanuit de collectieve achtergrond. Op die manier ontstonden geweldige dialogen, groepsdiscussies en verschuivingen, die ervoor zorgden dat het geheel raasde én terugplooide in zichzelf, uitbarstte als een vulkaan en ja, soms zelfs schwung kreeg. Nu eens donderden de elf voort als een gargantueske muzikale machine, en dan weer gingen secties en individuele muzikanten de confrontatie niet uit de weg, zoekend naar een uitweg uit de naderende anarchie, een uitweg die steeds een nieuw begin was.

De elfkoppige band maakte indruk als collectief, maar het waren vaak de kleine momenten die monden deden openvallen van verbazing: zo waren er de contrasten tussen het lyrische spel van Manfred Schoof en het speelse geschetter van Cappozzo, mocht Dörner de eerste set naar een bruisende finale leiden en vormde het unieke percussiewerk van Lovens voor non-stop creativiteit. Beter nog waren het fenomenale vuurwerk tussen Parker, Von Schlippenbach en de twee drummers, de aanstekelijke, haast clowneske spelvreugde van Johannes Bauer en de solo’s van ’jonkie’ Rudi Mahall, die, inclusief hilarische dansbewegingen, klonk als Eric Dolphy op speed. Ronduit spectaculair.

Het blijft taaie kost, zo’n tomeloze democratie, maar het zorgde voor momenten van opwinding, humor en zelfs pure schoonheid die ervoor zorgden dat je na dit concert niet anders kon dan grijnzen bij zo veel gulheid en talent op één podium. Het Globe Unity Orchestra liet daardoor niet enkel horen dat ze na meer dan vier decennia nog steeds springlevend is, maar ook dat haar spetterende spel de luisteraar nog steeds het gevoel kan geven dat er zich iets wonderbaarlijks afspeelt. Eentje voor de annalen dus.

E-mailadres Afdrukken
 
Globe Unity Orchestra

Uit ons archief
Banner

TEST