Banner

Miles Davis

Kind Of Blue At 50 – Jimmy Cobb’s So What Band

2 november 2009, AB

Guy Peters - 03 november 2009

Als u slechts één jazzalbum in huis hebt, dan is de kans groot dat het Kind Of Blue is. Het is vermoedelijk het best verkochte werkstuk uit de jazzgeschiedenis en ongetwijfeld het meest bejubelde. In augustus was het vijftig jaar geleden dat de iconische plaat het daglicht zag. Om dat te vieren haalde de AB de enige overlevende van die legendarische sessies in huis.

Drummer Jimmy Cobb (80) is doorgaans degene die een beetje over het hoofd wordt gezien bij een bespreking van Kind Of Blue. Maar wat wil je, met een sextet dat naast de leider ook bestond uit John Coltrane (aan de vooravond van zijn eerste creatieve piek), Bill Evans (voor een nummer vervangen door Wynton Kelly), Julian “Cannonball” Adderley en Paul Chambers. Cobb had niet de unieke stem van Max Roach, de exuberantie van een Art Blakey of het vernieuwende van Elvin Jones, maar hij was wel de juiste man op de juiste plaats, een colorist met gevoel voor detail en finesse, zo functioneel dat je het snel zou kunnen verwarren met anonimiteit.

Voor het concert werd eerst Celebrating A Masterpiece; Kind Of Blue getoond, een vijftig minuten durende documentaire die grondig z’n best doet om de intussen heilig verklaarde Davis op een nog prominenter piëdestalletje te zetten. Via interviews met klassenbakken en ooggetuigen als Herbie Hancock, Ron Carter en Bill Cosby wordt de charme van de plaat en zijn plaats in het oeuvre van Miles Davis verduidelijkt. Ook werd veel tijd besteed aan het concept van de ‘modale jazz’ dat op Kind Of Blue werd uitgedragen. Het was geen echt nieuwe revolutie, Davis deed het zelf al eerder op Milestones en de soundtrack voor Louis Malle’s Ascenseur pour l’échafaud, maar dit was de eerste keer dat het concept doelbewust werd uitgewerkt met de line-up die voor Davis het best geschikt leek.

Of het werkelijk de beste jazzplaat opleverde is natuurlijk een zinloze discussie en een geval van smaak: door z’n nadruk op elegantie, dosering en stijlvolle inkleding klinkt het niet meteen als de meest persoonlijke of expressieve plaat van Miles Davis of die periode. In dat legendarische jazzjaar verschenen immers ook Mingus Ah Um (Charles Mingus), The Shape Of Jazz To Come (Ornette Coleman) en werd Giant Steps (Coltrane) opgenomen. De poorten naar de moderne jazz werden wijd open gegooid. Maar Kind Of Blue benadert het beste de grootste gemene deler van wat jazz zo aantrekkelijk maakt voor velen: het is de ideale gezel bij nachtbrakerij, voor een romantische nacht of om gewoon wat rond te hangen en Mr. Cool te zijn. Het is een synoniem voor hoe jazz vaak gezien wordt: verfijnd, intellectueel en toch van de wereld.

Voor deze gelegenheid verzamelde Cobb vijf muzikanten rond zich die zich de voorbije decennia ontpopten tot gedegen concert- en sessiemuzikanten: Larry Willis (piano), Buster Williams (contrabas), Javon Jackson (tenor), Vincent Herring (alt) en Wallace Roney (trompet), die als jonge knaap nog studeerde onder Davis. Zonder enige poespas werd “So What” aangevat. Dat het friemelende begin van de plaat achterwege werd gelaten om meteen te kunnen beginnen met die legendarische baslijn was te verwachten, maar dat die baslijn wat rommelig de zaal in werd gepleurd was een minder goed teken. De nummers werden niet noot per noot nagespeeld en de solo’s werden wat gerekt, maar de structuur van de songs en de volgorde van die solo’s werd wel bewaard.

Het viel snel op dat Cobb niet meer die lichtvoetige touch van vijftig jaar geleden heeft: details die de plaat keer op keer boeiend houden werden nu vaak achterwege gelaten terwijl het ritme eenvoudig aangehouden werd op simbaal. Pianist Willis is er duidelijk eentje van de Wynton Kelly-school, vrij energiek en bluesy, ideaal voor een opgetogen song als “Freddie Freeloader”, maar misschien minder geschikt voor de introverte nummers als “Blue In Green” en eigenlijk ook “So What”, die beiden een nieuwe swing meekregen en aardig versneld werden. Het klonk allemaal erg professioneel en gedegen, maar je had toch niet het gevoel dat deze band echt klikte zoals je zou mogen verwachten, en van die legendarische finesse bleef weinig over.

De blazers lieten zich ook niet onbetuigd. Javon Jackson, die de rol van Coltrane op zich nam, bleef aanvankelijk eerder aan de oppervlakte, alsof hij geïntimideerd was door het Brusselse publiek, pas na enkele songs leek hij open te bloeien. De keuze om Wallace Roney te laten meespelen is een voor de hand liggende: de man geeft z’n eigen, expressieve draai aan het spel van zijn voorganger, liet die dempers voor wat ze zijn en schudde enkele sterke solo’s uit z’n mouw. Ster van de show was voor ons echter altsaxofonist Vincent Herring, die de bruisende stijl van voorganger “Cannonball” heel goed wist te benaderen met een paar fors klinkende solo’s met een mooi kloppende logica.

En toch zat er iets niet juist, had je het gevoel dat er een nummertje werd opgevoerd. Deze zes muzikanten kennen ongetwijfeld het belang van de plaat, de dingen die het teweeggebracht heeft en hetgeen dat het zo bijzonder maakt, maar ze slaagden er niet in om dat uit te voeren. Komt daar nog bij dat ze ook ziek waren aan het bedje dat veel high profile jazzconcerten kenmerkt: muzikanten horen blijkbaar enkel in de spotlights te staan als hun moment gekomen is, wat leidde toch een klungelig op-en-af-geloop, solo’s die afgebroken werden voor ze hun conclusie bereikten en kerels die te laat bij hun microfoon arriveerden om een thema te hernemen. Je zou van geroutineerde jazz cats toch verwachten dat ze die toestanden achterwege zouden laten.

Nadat Kind of Blue integraal (en chronologisch) gespeeld werd volgde een bisnummer en dan, na een slordige zeventig minuten, richtte Cobb pas het woord tot het publiek, dat eerder enthousiast leek uit respect dan uit appreciatie. Als slot werd het toepasselijke “Milestones” (een songs uit de gelijknamige plaat uit 1958) uit de kast gehaald, en hoewel je meteen het gevoel had dat de swingende songs aan het einde de band beter lagen (de drumsolo van Cobb was ook verrassend energiek), ontbrak ook daar de magie die je verwachtte. Ofwel is die teleurstelling net de vloek die in Kind Of Blue schuilt: wie de essentie van die plaat probeert te vangen is gedoemd om te mislukken.

E-mailadres Afdrukken
 
Miles Davis :: Kind Of Blue At 50 – Jimmy Cobb’s So What Band

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST