Banner

Mats Gustafsson, Barry Guy & Raymond Strid

14 november 2009, KC België (Hasselt)

Guy Peters - 16 november 2009

Verrassend veel volk was opgedaagd om het sporadisch concerterende trio aan het werk te zien. En dat was een slimme keuze, want wat deze drie lieten zien en horen was interactie van een bijzonder niveau, met wervelende momenten die de verbeelding tartten.

Door z’n jeugdige uitstraling en reputatie van power player is het verleidelijk om de Zweedse saxofonist af te schilderen als aanstormend talent van de Europese free jazz en vrije improvisatie. Dan zou je echter voorbijgaan aan het feit dat deze allround geweldenaar, die intussen kind aan huis is in Hasselt, een cv kan voorleggen dat hem al meer dan anderhalf decennium een van de centrale spelers van het genre maakt. Er zijn niet alleen de samenwerking met rockgeoriënteerde bands als Sonic Youth, The Ex en Zu, maar tevens een resem projecten, gaande van potige free jazz met punkallures (The Thing), tot solo-, duo- en trioplaten tussen genreoverkoepelende en iets toegankelijkere experimenten, als bijdragen aan razende collectieven zoals het Chicago Tentet van voorvader Brötzmann.

Gustafsson afdoen als niet meer dan een Brötzmann-epigoon die vooral het extremisme opzoekt zou ook de waarheid geweld aandoen. Net zo vaak teert hij op de extended techniques die ook bekend zijn van Evan Parker, de bluesy sonoriteit van Joe McPhee of de klaagzangen van Albert Ayler. Als er iets opvalt bij Gustafsson, ook tijdens dit concert, dan is het wel de fenomenale instrumentbeheersing (zowel op tenorsax als fluteophone, een fluit met het mondstuk van een altsax). Die laat zich niet voelen door technische hoogstandjes die het moeten hebben van vingervlugge aanstellerijen, maar exploraties van vorm en geluid, gekanaliseerd via een overweldigende emotionele impact. Hij liet dit begin jaren negentig al horen op albums als Mouth Eating Trees And Related Activities (met o.m. ook bassist Barry Guy), maar ook op de soloplaat (The Vilnius Implosion) en het duo-album (Sinners, Rather Than Saints) die het voorbije jaar door het No Business-label uitgebracht werden.

Met Barry Guy en drummer Raymond Strid bracht hij een eerste album uit in 1996 (Forgot To Answer), gevolgd door een nieuw document in 2008 (Tarfala). Het trio maakt geen gemakkelijke muziek, maar creëert vanuit een tabula rasa een geluidswereld die zelfs doorwinterde luisteraars iets biedt om de tanden op stuk te bijten. Het mooie is dat de vrije muziek wordt gespeeld met zo’n overweldigende, fysieke aanpak (vooral door Gustafsson en Guy) en instinctieve communicatie dat het je als luisteraar haast meevoert naar een parallelle wereld die je als een trance overmeestert. Twee sets (van elke twee stukken) van drie kwartier, twee sets die een parcours verkenden tussen duistere, ontwrichte improvisatie en momenten van ingetogen schoonheid, spanning en uitdaging.

Strid fungeerde daarbij doorgaans als het baken van (relatieve) rust, het anker dat dit schip op koers hield. Hij is geen geweldenaar als Paal Nilssen-Love, een andere imposante drummer waar Gustafsson vaak mee samenspeelt. Eigenlijk voelt z’n aanpak meer aan als die van Michael Zerang, die in Brötzmanns Tentet een mooie complementaire tegenspeler is voor de drukke Noor. Geen woeste uithalen en rammelende fills dus, maar nerveuze, coloristische technieken waarbij de volledige drumkit en een resem speeltjes (brushes, belletjes, minigongs) werden aangewend. De deconstructieve aanpak brengt met zich mee dat het instrument op een heel andere manier benaderd wordt en ook het slachtoffer kan zijn van die ontmanteling.

Meest memorabel was daar een staaltje van agressie tegen de contrabas die Guy liet zien: hij ging z’n instrument werkelijk te lijf met alles wat ter beschikking stond: stengels, stokken, strijkstok, vingers en, niet in het minst, zijn volledige lijf, waardoor hij na het concert zweette alsof hij een uurtje had staan squashen. Gustafsson stond erbij, keek ernaar en grijnsde. Maar ook hij liet zich niet onbetuigd, buigend en steigerend, met bluesy growls, staccato uitbarstingen, voorzichtige melodische hints en onaardse geluiden die meest van al deden denken aan de doodsreutel van een stervend rund. Mooi om horen is het niet, maar qua impact moeilijk te overtreffen.

Hoe tegendraads, rauw en kleurrijk dit concert ook was, je bleef steeds voelen dat er een overkoepelende visie achter schuilde, dat het draaide om actie en reactie, stapsgewijze verderzettingen en wisselwerkingen, waardoor een stuk dat begon bij een aandoenlijke start met zachte tikken, ademstoten en baswerk, evolueerde naar een woeste geweldpartij en een kwartier later opnieuw belandde bij de poëtische aanzet die het stuk voor geopend verklaarde. Zo’n performance, die alles omhelsde tussen titanische krachtpatserijen en subtiel en gedetailleerd samenspel, kan door drie muzikanten met een complete beheersing die ook nog eens bereid zijn om zich volledig te geven, leiden tot een resultaat dat bekken doet openvallen van verbazing. De controle en hoe ze te laten varen, dat werd hier getoond. De conclusie die na het concert bleef nazinderen was dan ook even onvermijdelijk als eenvoudig: verbluffend.

E-mailadres Afdrukken
 
Mats Gustafsson, Barry Guy & Raymond Strid

Uit ons archief
Banner

TEST