Banner

Nick Oliveri

22 november 2009, Trix Café

Joris Vanden Broeck - foto's: Sandra De Bruyne - Wannabes.be - 23 november 2009

Zelfs wanneer Nick Oliveri enkel met een akoestische gitaar op het podium verschijnt, blijft het enfant terrible van de woestijnrock ver weg van subtiliteit. Oliveri presenteerde zichzelf als een brutale busker die grasduinde door zijn eigen muzikale verleden.

Hoe zou het nog met Nick Oliveri zijn? Het is een vraag die soms opduikt. Sinds Oliveri in 2004 uit Queens Of The Stone Age gegooid werd, is het moeilijker geworden om te vernemen waar de man nu eigenlijk mee bezig is. Tegelijk met het toenemend succes van Queens Of The Stone Age ging het Oliveri voor de wind met zijn band Mondo Generator, die in 2003 met A Drug Problem That Never Existed op zijn sterkst stond.

Sindsdien bracht Oliveri nog welgeteld één plaat uit met zijn band. De rest van zijn tijd lijkt de man te steken in muzikaal rondzwalpen, met als laatste tastbaar resultaat het album Death Acoustic, waarop Oliveri tien, voornamelijk oude, nummers in een akoestisch kleedje stopt.

Of dat album de moeite is, is voorlopig nog een raadsel: plaat na plaat belandt Oliveri op nieuwe labels die elk minder goed verdeeld lijken te worden dan hun voorganger. Gelukkig dat de man zelf de baan op gaat om het nieuwe album te promoten. Maar waar andere artiesten een akoestische doortocht aangrijpen om zich van hun meest gevoelige kant te laten opmerken, is dat bij Oliveri verre van het geval.

Al bij opener “Love Has Passed Me By”, dat voor het eerst opdook op Kyuss-debuut Wretch in 1991, is duidelijk dat Oliveri er de man niet naar is gas terug te nemen. De man gaat zijn gitaar alles behalve teder te lijf en ook in zijn vocalen lijkt Oliveri even te vergeten dat er geen volledige band achter hem staat. Net zoals bij elektrische optredens, trekt de man met de regelmaat van de klok zijn keelgat open.

Het concert heeft dan nog het meest weg van een solopunkconcert, want behalve tijdens een melodieus “I Want You To Die” en een teder “Auto Pilot” gaat Oliveri te keer als was hij de Kabouter Wesley van de woestijnrock. “Invisible In The Sky” --het enige nieuwe nummer van de avond--, “You Think I Ain’t Worth A Dollar, But I Feel Like A Millionaire”, “Another Love Song”: het klinkt allemaal zeer ruw en onaf. Reden daarvoor is ongetwijfeld het feit dat Oliveri niet onmiddellijk de beste gitarist is die er rondloopt. Vooral in het creepy “Wake Up Screaming” valt Oliveri muzikaal door de mand. Toen het nummer nog regelmatig op de setlist van de Queens stond, was Josh Homme er om rond Oliveri’s krankzinnig stemgeluid een waaier aan gitaarpartijen op te bouwen. Nu hij het op zijn eentje moet doen, is het behelpen voor Oliveri.

Net wanneer het concert aan eenvormigheid ten onder dreigt te gaan, zorgt Oliveri echter voor een verrassing door Michele Madden op het podium te roepen. Madden, die zelf actief is bij bands als Tourette’s, zorgt voor zwoele backings bij “So High, So Low”, neemt zonder al te veel moeite Mark Lanegans deel van “Four Corners” voor haar rekening. Het meest intrigerende moment vindt echter plaats wanneer het duo “Ode To Clarissa” inzet, een nummer waarvan het publiek geheim is dat het gaat over een dubieus vriendinnetje van Oliveri, genaamd Michele.

Al is dat lang niet voldoende om van een memorabel concert te spreken. Het curiositeitsgehalte leek het daarvoor te sterk te winnen van het inhoudelijke. Op dat vlak schoot Oliveri immers zwaar te kort. Niet alleen door zijn wel zeer rudimentair gitaarspel, maar net zo goed door weer maar eens dezelfde obligate songs, die achtereenvolgens al door Queens Of The Stone Age en Mondo Generator op regelmatige basis opgerakeld werden, te brengen. De indruk die daardoor ontstond, was er een van een carrière die stilgevallen lijkt. Hopelijk brengt de voor volgend jaar aangekondigde nieuwe langspeler van Mondo Generator daar verandering in.

E-mailadres Afdrukken