Banner

Delphic

14 februari 2010, Botanique

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Rogier Strobbe - 15 februari 2010

Was het toeval dat we net op Valentijn werden teruggekatapulteerd naar de hoogdagen van lovedrug XTC? Delphic bouwde in elk geval een toepasselijk euforisch feestje in de Rotonde van de Botanique.

Eind jaren tachtig, begin jaren negentig leefde Engeland in één grote roes: een aaneenschakeling van door XTC aangedreven raves en feestjes, waar dance en rock elkaar in een psychedelische waas gulzig kusten. De soundtrack van die "Second Summer Of Love" werd geleverd door bands uit Manchester als Happy Mondays en Stone Roses, die rock met danselementen combineerden, maar net zo goed ook door meer dancegerichte acts als 808 State. En dat brengt ons waar we moeten zijn.

Twintig jaar na datum mag het immers plots weer, die ongebreidelde euforie van toen, nadat Soulwax de grens tussen dance en rock al lang schaamteloos heeft gesloopt en Klaxons al eens stoeide met de erfenis van de raves. Op Acolyte, het erg knappe debuut van Delphic, wordt drie kwartier lang een feestje gebouwd met gelijke delen New Order, Orbital en zelfs een tikje Bloc Party om het hedendaags te houden. Want vergis u niet: dit draait niet om nostalgie.

"Ja, we zijn uit Manchester, maar we missen die branie van Oasis wel. We zijn eigenlijk verlegen jongens", vertelt bassist en zanger James Cook ons vooraf. We kunnen hem niet tegenspreken als we zijn aarzeling zien in de Rotonde. Dit is nog geen frontman, maar dat komt misschien nog wel. "Clarion" barst immers overtuigend los met stevige drums en een loeiende gitaar. Huidig single "Doubt" en het erg aan New Order herinnerende "Halcyon" zorgen daarna meteen voor een herkenningsapplaus. De lijn voor het concert is uitgezet: eerst het meer toegankelijke songgerichte materiaal, daarna gaan we pas echt aan het dansen.

Met "This Momentary", bijvoorbeeld: voortjakkerend ritme, prominente bas, en de almaar verder opbouwende mantra "Let's do something real" over die kletterende beats. De groep rekt het nummer, bouwt het af, laat het opnieuw losbarsten. Alsof ze dj'en met hun eigen materiaal, want pauzes laten de groepsleden niet vallen tussen de nummers. "Aan dat soort onzin hebben we geen boodschap", is de uitleg. En dat dat beter danst, natuurlijk. "Remain" is het lome disconummer dat de benen verder bezig houdt.

"Counterpoint" maakt het werk af. Met een breakje dat erg aan Bloc Party's recentste output doet denken, maar ook met gitaren die doen denken aan U2 ten tijde van "Where The Streets Have No Name". "Nothing. Nothing. Nothing", herhaalt Cook manisch. Het is euforie en ontlading; het gevoel van toen Nirvana de Engelse muziek nog niet uit de spots had verdrongen. Noem het: heerlijke onwetendheid.

Bissen gebeurt met het briljante "Acolyte"; het middelpunt van dat gelijknamige debuut. In dit lange nummer wordt duidelijk waarom de groep ook graag aan Sigur Rós en zelfs Godspeed You! Black Emperor refereert. Met zijn atmosferisch begin, de opzwepende opbouw deelt het een dynamiek met postrock, met de IJslandse supergroep zelfs eenzelfde gevoel voor gelukzalige trance. Even wanen we ons in de Hacienda, die legendarische discotheek waar Madchester tot bloei kwam.

Het toont van hoeveel markten de groep thuis is: niet alleen die dansbare pop, maar ook pure dansmuziek die de mosterd bij IJslandse geisers durft te gaan halen. En het hele spectrum daartussen. Een band met toekomst, dit Delphic.

E-mailadres Afdrukken