Banner

Owl City

25 februari 2010, Botanique

Hanna Huysegoms - 27 februari 2010

The Postal Service-kloon Owl City mag bij zijn eerste concert op Belgische bodem een uitverkochte Botanique begroeten. Adam Young, de man achter het project en blijkbaar ook part-time podiumhyperkineet, geeft zich helemaal, maar kan niet verbergen dat het gros van de Owl City-nummers teert op hetzelfde idee.

De Orangerie is zoals verwacht voornamelijk gevuld met tienermeisjes, al dan niet vergezeld van hun -- waarschijnlijk onder dwang meegevoerde -- liefjes. Voor al dat tienergeweld kan de hoofdact niet snel genoeg beginnen, maar gelukkig weet ook het voorprogramma de volgelopen Orangerie te boeien. LIGHTS (yep, mét hoofdletters) krijgt het publiek al snel op haar bevallige hand met energieke en aanstekelijke synthpop. Een meisje omringd door een berg synths, we hebben het in het nabije verleden al vaker gehoord, maar de Canadese Valerie Poxleitner brengt het er live absoluut niet slecht vanaf.

Tijd voor het “echte” werk dan. Een celliste en een violiste wandelen het podium op en zetten opener “Umbrella Beach” in. Erg leuk, daar niet van, maar het lieflijke duo is totaal niet opgewassen tegen het drum- en synthgeweld dat volgt. Voor zijn tour heeft Owl City namelijk een drummer en twee extra toetsenisten meegenomen, kwestie van de live-ervaring wat meer punch te geven.

Wanneer Mister Owl City himself, voor zijn vrienden nog gewoon Adam Young, het podium ophuppelt, wordt het publiek wild. Young staat tijdens “Umbrella Beach” en het daarop volgende “The Bird And The Worm” geen seconde stil en zal ook de rest van het optreden als een bezetene rond zijn microfoon molenwieken. Gelukkig is zijn stem een stuk minder wiebelig en kunnen we horen dat de man écht kan zingen. Het is al anders geweest met electronica-artiesten.

In “The Tip Of The Iceberg” gaat het er eventjes wat steviger aan toe, maar “On The Wing” en “Air Traffic” brengen alweer meer van hetzelfde, al durven de stevige bassen de zang van Young weleens te overstemmen. En zo hebben we meteen de blauwdruk voor de rest van de set: Owl City houdt het op vrolijke maar veilige synthpop, al klinkt die live iets steviger dan op plaat.

Verbazend vroeg in de set komt hit “Fireflies” voorbij, vanzelfsprekend mét kampvuurwaardig sing-a-long-moment. Het klinkt zowaar niet slecht. Toch blijft tekstuele onzin als “It's hard to say that I'd rather stay/Awake when I'm asleep” net dat: onzin, zelfs wanneer het door een enthousiaste mensenmassa luidkeels meegekweeld wordt. En wanneer Young tijdens “Dental Care” -- een lied over tandartsen, godbetert -- een tandenborstel in het publiek gooit, kunnen we een kleine zucht niet bedwingen.

Uiteindelijk passeert zowat het hele album Ocean Eyes, aangevuld met onder andere de minder succesvolle single “Hot Air Balloon” en “The Technicolor Phase”, dat op de soundtrack van Tim Burtons Alice In Wonderland te beluisteren valt. Echte uitschieters zijn er niet, maar de meeste nummers zijn dan ook onderling inwisselbaar, al zullen de fans dat ongetwijfeld met klem ontkennen. Owl City rondt af met “Vanilla Twilight”, om na een kort applaus het podium weer op te klimmen om de avond echt af te sluiten met “Hello Seattle”, waarin de violiste en celliste zich ontpoppen tot danseresjes, zij het dan van de minder getalenteerde soort.

Owl City bracht al bij al een degelijk concert, maar zelfs het enthousiasme van Adam Young kan niet verbergen dat dit dertien-in-een-dozijn popmuziek is. Wat meer muzikale variatie zou geen kwaad kunnen, maar de zwijmelende tienermeisjes laten het duidelijk niet aan hun hart komen.

E-mailadres Afdrukken