Banner

Deftones

15 juni 2010, Ancienne Belgique

Vincent Merckx - 16 juni 2010

Het is even voorbij achten en we zetten grote ogen op wanneer we de uitverkochte Ancienne Belgique binnenstappen. Lokte de sterke set van Deftones op Pukkelpop maar een beperkte schare fans door de stortregen, dan is het vandaag over de koppen lopen.

In augustus uitten we de vrees dat tegenwoordig niemand echt nog op Deftones zit te wachten, maar die blijkt volledig ongegrond. De Amerikanen spreken nog steeds een divers publiek aan. Voor wie gewend is aan metalconcerten die overspoeld worden door een mensenzee zo zwart als kwam ze recht uit de Mexicaanse Golf aangerold, is het een verademing om het veelkleurige volkje te overschouwen dat vanavond voor het podium samendrumt.

Dat is ook zanger Chino Moreno niet ontgaan. “A beautiful crowd of individuals”, laat de meest stijlvolle man in de metalbusiness zich ontvallen voor hij, enkele fracties van een seconde later, weer molenwiekend over het podium stuitert. Moreno is een geval apart dat alle aandacht naar zich toe zuigt en met zijn hippe skinny broek, keurige hemdje en gladde stage moves eerder doet denken aan een crooner dan aan de zanger van een van de grootste metalformaties van de late jaren negentig. Hij wisselt ongeveer om de tien seconden tussen afgemeten, ritmisch mee knippen met duim en wijsvinger en vol overgave headbangen -- dat alles met de flair van een rasecht podiumbeest.

Net zomin als Moreno een stereotiepe metalfrontman is, is Deftones een stereotiepe metalband. Het nieuwe album dat de band vanavond komt voorstellen, Diamond Eyes, is niet meer zo grensverleggend of verrassend als White Pony dat tien jaar geleden was, maar de arty mix van nu metalgrooves, new wave, industrial, shoegaze en triphop blijft onverminderd intrigeren.

Met twaalf van de maar liefst eenentwintig nummers die Deftones speelt, ligt de focus vanavond op die twee albums. De band opent met de enthousiast ontvangen nummers “Rocket Skates” en “Diamond Eyes”, niet toevallig de twee tracks die gratis te downloaden waren in de aanloop naar de release van Diamond Eyes. Met de rest van het album is het publiek duidelijk minder vertrouwd, maar dat houdt de band niet tegen om indruk te maken met ziedende uitvoeringen van “Prince” en “CMND/CTRL”.

Met dezelfde intensiteit snijdt de band met “When Girls Telephone Boys” en “Minerva” een hoofdstukje Deftones aan. Het is een intrigerende hard-zachtdialoog die de essentie van de band op microschaal samenvat: klinkt het eerste nummer als de ultieme, op muziek gezette haatbrief (met die manisch uitgespuwde zinnen “Don’t speak / don’t say nothing / in case we ever do meet again”), dan gaat de majestueuze, berustende grandeur van het tweede (“I get all numb / when she sings it’s over”) tot op het bot. De songteksten mogen zo zwart op grijs op uw pc-scherm dan wel een beetje puberaal lijken, de bijna poëtische manier waarop Deftones (en dan weer vooral Moreno) ze brengt is dat allerminst. Dat geldt trouwens evenzeer voor het onvermijdelijke “Change (In The House Of Flies)”, “Passenger” en “Be Quiet And Drive (Far Away)”.

Dat het uiteindelijk toch geen allesverpletterende triomftocht werd, ligt aan het eerste halfuur, dat net wat te veel dode momenten telde. Bovendien had het geluid, dat body miste en gedomineerd werd door snijdende boventonen, ook een pak beter gekund -- al kan dat ook aan onze plaats gelegen hebben, knus genesteld in het rode pluche op het balkon van de AB.

Wat het wel was: goed. Heel goed, zelfs. Deftones overtuigde ons al op Pukkelpop, en deed dat kunstje in Brussel losjes over, met hier en daar een stevige uitschieter. Met dank aan mr. Moreno.

E-mailadres Afdrukken