Banner

Jazz & Beyond Deluxe

17 februari 2011, Vooruit

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 18 februari 2011

“Proletariërs verenigd in eclecticisme, trekt ten strijde!” had het motto van de eerste dag kunnen zijn. We werden achtereenvolgens aangenaam verrast door het fris geluid van een nieuwe naam, meegenomen op een imaginaire trip van een meestermuzikant en blootgesteld aan communistische hoempapajazz. Alleen in de Vooruit...

Eigenlijk geen idee wat die Evan Roy (Edwin Vanvinckenroye) al op z’n kerfstok had, dus we gingen er op voorhand al van uit dat er een verrassing te rapen zou vallen. Dat was ook het geval, want deze experimenterende singer-songwriter liet horen van vele markten thuis te zijn en slaagde er moeiteloos in om een half uur de aandacht vast te houden. Hij startte met een stuk waarbij hij voor het publiek op en af wandelende, zong en viool speelde. Wat we te horen kregen, waren een falsetstem en vage balkanelementen, maar vooral een mengvorm van hypnotiserende wereldmuziek, singer-songwriterkunst en avant-garde. De rest van het concert speelde hij omring door een resem effecten, die hij gebruikte om te vervormen en loops te maken, en liet hij de strijkstok regelmatig achterwege om de (alt-)viool te bespelen als een gitaar.

Dat leverde herhaaldelijk bezwerende en filmische resultaten op, waarbij ook ’s mans wendbare stem opviel. Hij creëerde een sterk klankcontrast en hanteerde met z’n voet een soort stompbox waarmee hij z’n muziek ook een ritmische dynamiek mee kon geven. Zoals wel vaker het geval is bij Belgische artiesten viel een en ander op te merken over de Engelse uitspraak, maar dat zou detailkritiek zijn. Dit was alvast veelbelovend en doet uitkijken naar meer van dat op een schijfje.

Erik Friedlander (foto 1) behoeft dan weer geen introductie. De Amerikaanse cellist is bezig aan zijn ‘Taking Trips To America’-tournee, die vooral gebaseerd was op composities van zijn Block Ice & Propane (2007). Op dat album herbeleeft de muzikant de zomerreizen die hij als kind met zijn ouders maakte. Vader Lee Friedlander was als fotograaf geobsedeerd door het Amerikaanse landschap en de opmerkelijke iconografie van die tijd. Om die vast te kunnen leggen verplaatste de familie zich twee maanden lang in een camper om door het Amerikaanse continent te rijden. Dat leidde tot muziek die een pak complexlozer is dan veel projecten waarbij de klassiek geschoolde Friedlander betrokken is: rootsy en filmisch van aard, met vooral de nadruk op zijn befaamde pizzicato-spel.

Hiervoor heeft de artiest ook geen effecten nodig. En natuurlijk beschikt hij ook over een fenomenale instrumentbeheersing, die hem in staat stelt om ingetogen mijmeringen af te wisselen met vingervlugge spielereien. Enerzijds was het jammer dat de lyrische sfeer die hij zorgvuldig opbouwde regelmatig onderbroken werd voor anekdotes, maar anderzijds was het leuk om te weten hoe die songs tot stand gekomen waren. Nu en dan zorgde dat voor een instant glimlach (“Airstream Envy”, “Cold Chicken”), dan weer zorgde het voor charmerende nostalgie (“Night White”) of een occasioneel moment van ongemak (“Rusting In Honeysuckle”). Bij stukken als “Yakima” en “King Rig” was het dan weer fijn wegdromen.

Bijzonder waren ook de projecties: filmmateriaal van Bill Morrison (vooral voorbijglijdende landschappen) en fotomateriaal van de Friedlanders. Daartussen zaten enkele klassiekers uit het oeuvre van de fotograaf (vaak schijnbaar triviale portretten van verlaten kruispunten, vergane gloriën en lege landschappen), maar net zo vaak ging het om familiekiekjes, die de warme weemoed van de voorstelling enkel versterkten. De cellist imponeerde zonder ook maar een keer op grote gebaren te moeten terugvallen.

Met gratis uitgedeelde wodka in de hand stelde programmator Wim Wabbes Das Kapital (foto 2) voor. Het internationale jazztrio speelde een set van een goed uur die opgebouwd was rond Ballads & Barricades (2009), een album waarmee ze een eerbetoon brachten aan de componist Hanns Eisler, die drie decennia een artistieke partner van Bertolt Brecht was. Dat resulteerde in stukken die voortdurend de grens tussen jazz, cabaret en volksmuziek opzochten, waarbij de band zowel bewees te beschikken over een imposant gevoel voor timing als een nonchalance die sommige composities een charmante bezopenheid gaf. Met “Das Wunderland” werd bovendien erg sterk afgetrapt omdat het meteen een handvol troeven op tafel gooide: onweerstaanbare melodieën, speelse stijlwisselingen en baldadige inventiviteit. In een vingerknip schakelt het trio over van een stuiterend marsritme naar een rauw rockende sound, waarbij aanvankelijk vooral een hoofdrol was weggelegd voor gitarist Hasse Poulsen.

Die zou voor de rest van het concert niet meer zo opvallend zijn en soms haast terugvallen op klassiek spel. Drummer Edward Perraud toonde zich dan weer de werkelijke ster van de band, een theatrale rebel die het vals-chaotische van Han Bennink (inclusief rechtstaan, cimbaalwerpen en andere gekte) koppelde aan de primitieve energie van een Keith Moon. Het was mooi om hem melodieën uit de volledige drumkit te zien persen en een onaflatende drive in stand te houden, een excentriek gerammel waarbij genregrenzen meedogenloos gesloopt werden. Momenten vol humor (“Solidaritätslied”) werden afgewisseld met meer ingetogen materiaal (een afwisselend emotioneel en raggend “Die Moorsoldaten”), terwijl het met “Ohne Kapitalisten Geht Es Besser” (kan het met zo’n titel nog foutlopen?) de Latin toer op ging.

“An Den Deutschen Mond” was de lallende afsluiter die nog eens onderstreepte dat Das Kapital op z’n best een onweerstaanbare band is, eentje die het ene moment onwaarschijnlijk hard swingt en het andere de boel op z’n kop weet te zetten met zelfrelativerende humor en surfuitspattingen. De set kende een paar kleine inzinkingen, maar geen mens die niet gecharmeerd was door deze bruisende aanval op de jazzconventies met ontsporende ballades, forse barricadenjazz en een hoop ongein daartussen. Geen idee trouwens tot hoever de communistische ambities van Das Kapital daadwerkelijk reiken, maar het was alleszins lang geleden dat we nog eens een band aan het werk zagen die zo sterk Oost-Berlijn anno 1981 uitstraalde.

E-mailadres Afdrukken