Banner

Odd Future Wolf Gang Kill Them All

4 mei 2011, La Chocolaterie (Vk)

Joey Bougard - 05 mei 2011

Dit, dit is het: het spul waaruit mythen en legenden geboren worden. Het soort concert waar je over een jaar of twee iemand over hoort snoeven dat hij er toen toch maar mooi bij was, in dat groezelig, zweterig Brussels keldertje, toen dat vuilbekkend, puberaal zootje ongeregeld het kot afbrak en ze nu toch echt wel hun ziel aan de duivel verkocht hebben. Memorabel voor ons, misschien ook wel, ja; maar dan te bedenken dat het muzikaal zo boeiend was als een leeg aquarium.

Het gaat hard voor OFWGKTA, héél hard. Sinds groepsleider Tyler, The Creator zijn debuut Bastard halfweg 2010 op het net dropte, zijn de tieners uit L.A. zachtjesaan incontournable geworden. Ineens waren ze daar, op Amerika's belangrijkste talkshows, op de grootste festivals... dat leek uit het niets te komen, maar een jaar lang werd er ononderbroken getourd en gewerkt aan geweldige mixtapes en gratis te downloaden albums die snel talk of the town werden. Gevolg? De Wolf Gang explodeerde, getuige de razendsnel uitverkochte Chocolaterie, en dat is nog eens volkomen terecht: het collectief maakt verdomd interessante muziek -- een soort zelfgebrouwen hip-hop tussen noise, electronica en jazz waar de meest uitzinnige, gestoorde en gore verzen over uitgespuwd worden -- en is groot geworden door te doen wat het graag doet. Of zoiets zich live goed liet vertalen, leek na de nogal lauwe recensies over hun passages op SXSW en Coachella niet echt het geval.

De omstandigheden waren er in ieder geval naar om het concertje -- een tussendoortje dat zowaar zelfs niet op hun website vermeld stond -- bij een latere vertelronde te drenken in onnodige heroïek: hoe dat radicaal groepje pubers in het weinig pittoreske Sint-Jans Molenbeek ten dans speelde, hoe je bij het binnengaan met een metaaldetector bewerkt werd, en hoe die kruipkelder van een zaal kreunde onder de moddervette bassen tegen straaljagervolume. Maar het dient gezegd te worden: deze gedistilleerde Wolf Gang-afvaardiging (met opperhoofd Tyler, The Creator; luitenant Hodgy Beats; producer Left Brain en dj Syd Tha Kyd) bespeelde de zaal alsof ze al jaren de grootste podia afdweilen. Het verschil is dat deze jonge honden nog onbevangen genoeg aandoen om hun “Belgium!”'s eens niet als routinekreten van een klinische sessiemuzikant af te kunnen doen, temeer omdat er liters zweet in hun performance gegoten werd. Tyler en Hodgy spuwden hun giftige woordenstortvloed in een perfecte wisselwerking uit, sprongen nu eens op de bar en vervolgens weer in de mosh-pit, en trapten, op een bos van handen en armen laverend, de verlichting bijna aan diggelen. Dat rellerige, die immense energie tussen groep en publiek, en de puberale ongein die bij dit spektakel komt kijken, dat is de kracht van de Wolf Gang; het hielp daarbij natuurlijk wel dat ze ook hier een thuismatch speelden (dankjewel, wereldwijde net).

Laten we dan even onder de mat vegen dat hun rellerig setje amper 40 minuten bestreek, of dat na Lefto's uitstekende warm-upset achter de draaitafels Syd Tha Kid overnam en erin slaagde om, met de kunde van een derderangs huwelijksdj, het opgezweepte publiek zowaar op haar horloge te doen kijken. Want eerlijk is eerlijk: de muzikale gelaagdheid en de dreiging die uitgaat van hun donkere moord- en verkrachtingsfantasieën op platen als Bastard of Earl, zijn hier niet aanwezig. De groep heeft natuurlijk al een paar wereldnummers op zijn conto, en die knallen als vanouds: opener “Sandwitches” creëert onmiddellijk een indrukwekkende stampede, “French!” wordt meegebruld alsof het een schlagerklassieker betreft en Mellowhype's “Fuck Tha Police” doet het armtierig podiumpje bijna instorten.

Maar gebukt onder krakende boxen komen magere beestjes als “Orange Juice” en het nieuwe, poëtisch getitelde “Bitch Suck Dick” dan weer niet verder dan een oorverdovende hutsepot van geschreeuw en nerveuze synthesizers. Voor elke “Yonkers”, met die geniale gortdroge beat die het nummer voortdrijft, is er een tenenkrullend slechte versie van “Dracula”. Bovendien merk je algauw dat iemand als Left Brain niet dezelfde bravoure of microfoonkunde heeft als bloedbroeder-in-ballingschap Earl Sweatshirt, en dat vooral Tyler en Hodgy vooralsnog de echte ruwe diamanten zijn. Als na 40 minuten Earls culthitje “Earl” als eerbetoon loeihard door de zaal wordt geknald en de Wolf Gang doodleuk de coulisse insloft, is dan ook verwarring troef en klinkt tussen alle “Wolf Gang”- en “Swag”-kreten luidop de vraag of het dat nu was; of hoe je tegelijk extatisch en beteuterd kan zijn. Een doorgewinterd cynicus zal dan ook met plezier zeggen dat de meesten het goed vonden, net omdat het zo'n hype is, en hij heeft misschien gelijk. Maar net zo mager als dit optreden muzikaal was, zo geweldig was de show en de energie die er van uitkwam. Je kan deze bende onverlaten onmogelijk nu al die, voor de vakpers vanzelfsprekende, grote toekomst toedichten, maar dat ze zo begeesteren en zoveel discussie kunnen opwekken, is ergens wel een indicatie voor hun talent en potentieel.

Toen de Sex Pistols in 1976 in de Manchester Lesser Free Trade Hall hun liedjes kwamen aframmelen, ontstond er plotsklaps een volledig nieuwe muzikale scene uit die haast mythisch aandoende shows; maar of ook echt goed was, hoor je nooit gezegd worden. Iets zegt ons dat deze Europese tour van OFWGKTA hetzelfde lot beschoren is; herinnerd als een brok concertfolklore gedrenkt in een nostalgische waas, in plaats van een hooguit middelmatig optreden. Niet dat het een knijt uitmaakt: de trein is vertrokken, en als vandaag vrijdag Goblin op de platenrekken des vaderlands dropt, zal deze generatie misschien niet “God Save The Queen”, maar eerder “Free Earl” of “Wolf Gang” op zijn t-shirt hebben staan. En het zou hen gegund zijn, hoor; zolang u maar weet dat een hoonlachje op zijn plaats is, mocht iemand ooit tegen u staan zwanzen over dat ene epische concert op 4 mei 2011 dat de wereld zogezegd in lichterlaaie zette.

Tyler, The Creators nieuwste worp, Goblin, ligt vanaf vandaag in de winkel.

E-mailadres Afdrukken