ANNEE 67 : Nina Simone

Sings The Blues (1967)

Bjorn Weynants - 11 april 2017

Vijftig jaar geleden ontpopte 1967 zich stukje bij beetje als een wonderlijk muziekjaar. Klassieker na klassieker uit de muziekgeschiedenis zag het levenslicht, en ook in de schaduwen daarvan krioelde het van het leven. Daarom brengt enola.be het hele jaar door een eerbetoon aan dat gezegende ANNEE 67.

Er zijn wel meerdere artiesten die van vele markten thuis zijn. Maar weinigen weten zoals Nina Simone jazz, pop, folk, soul, blues en klassieke muziek samen te voegen tot een geheel eigen brouwsel. In 1967 distilleerde ze uit al die invloeden de essentie op Sings The Blues.

Nochtans wees niets er in eerste instantie op dat Nina Simone een carrière in de populaire muziek zou uitbouwen. Geboren als Eunice Waymon in 1933 groeide ze op in een diepreligieus Methodistisch gezin. Al vroeg toonde ze tijdens de misvieringen haar talent als pianiste. Ze leek voorbestemd om een carrière uit te bouwen als klassiek geschoolde muzikante, maar toen ze afgewezen werd – naar eigen zeggen vanwege haar huidskleur -- voor hogere studies aan het prestigieuze Curtis Institute Of Music in Philadelphia bleek die muziekrichting plots een doodlopend straatje geworden te zijn. Om aan de kost te komen ging ze populaire deuntjes in nachtclubs en soortgelijke etablissementen spelen. Het was toen dat ze de naam Nina Simone aannam, om haar bijverdienste geheim te houden voor haar ouders, voor wie die muziek des duivels was. Hoewel Simone zich via zelfeducatie verder bleef verdiepen in de klassieke muziek, brak ze in 1958 door toen ze een hit scoorde met George Gerschwin’s “I Loves You, Porgy”.

De jaren ‘60 waren voor de Afro-Amerikanen als een processie van Echternach: voor elke drie stappen vooruitgang die ze boekten in hun strijd voor gelijke rechten, gingen ze er weer twee achteruit. Er was de Civil Rights Act (1964) van president Lyndon B. Johnson die discriminatie op basis van huidskleur illegaal maakte, maar tegelijk was er de moord op Medgar Evans, naast talloze andere incidenten die het diepgewortelde racisme in de Amerikaanse maatschappij zichtbaar maakten. Het was pas toen Nina Simone in 1964 een contract tekende bij de Nederlandse platenmaatschappij Phillips dat ze ook in haar muziek een militante toon aannam om het racisme aan te klagen en om haar stem te laten weerklinken in de strijd van de zwarte Amerikanen. Daarvoor was ze van mening dat de strijd reduceren tot een deuntje van drie minuten een oververeenvoudiging was, dat het de waardigheid van de zaak aantastte. Maar de brandstichting in een kerk in Birmingham was de spreekwoordelijke druppel. In 1964 bracht ze het ziedende “Mississippi Goddam” uit, het eerste in een reeks van civil rights anthems waarmee ze het volgende decennium mee op de barricaden ging staan. Zelf koos ze eerder de kant van Malcolm X, die opteerde voor de gewelddadige strijd indien nodig, dan voor het vreedzame protest van Martin Luther King.

Sings The Blues stond in schril contrast met voorganger The High Priestess Of Soul. Waar dat een barok en orkestraal album was, keerde ze voor Sings The Blues terug tot de essentie. Samen met enkele van de beste sessiemuzikanten die New York te bieden had, trok ze zich terug in RCA Studio B waar ze in amper een paar sessies rond de jaarwisseling het hele album opnam. Nooit eerder klonk de muziek van Simone zo puur, zo ontdaan van allerlei tierlantijntjes. Het was vooral de stem van Nina Simone en haar pianospel die centraal moesten staan op het album, alle andere instrumenten stonden ten dienste van dat doel. De blues waarvan sprake in de albumtitel is niet alleen een verwijzing naar klassieke bluesschema’s, maar ook naar het allesoverheersende bluesgevoel dat als een deken over het hele album ligt.

Het album kan je samenvatten aan de hand van drie sleutelsongs. Het eerste daarvan is “Backlash Blues”, een door Nina Simone op muziek gezette tekst van dichter en vriend Langston Hughes, met een repetitief, bluesy ritme op piano en een gitaar die zachtjes huilt. De tekst handelt over zwarte Amerikanen die als tweederangsburgers beschouwd worden in eigen land, wat de onderhuidse spanning opbouwt die de blanken ooit als een boemerang in hun gezicht dreigen terug te krijgen. Ze is nog altijd brandend actueel. Dit is de kwade Simone. De tweede centrale song toont een geheel ander facet van Nina Simone. “I Want A Little Sugar In My Bowl” -- losjes gebaseerd op een oud nummer van Bessie Smith -- heeft een tekst die bol staat van de seksuele dubbelzinnigheden. De saxofoon van Buddy Lucas zorgt voor een sensualiteit die in contrast staat met het speelse pianomotiefje van Simone. Haar zang ademt de ondeugende sfeer van de nachtclub uit. Dit is de verleidelijke Simone.

Het derde nummer is dat van de weemoedige Simone. “My Man’s Gone Now” was het laatste nummer dat opgenomen werd voor het album. Het nummer dat oorspronkelijk gecomponeerd werd door George Gershwin -- weer hij -- voor de opera “Porgy and Bess” werd door een fysiek en mentaal uitgeputte Simone ingespeeld op het einde van de laatste opnamesessie. Het is op dit nummer dat de klassieke pianiste naar boven komt. Enkel de bas van Bob Bushnell zorgt voor een spaarzame aanvulling. Een nummer waar de emotie en de gedachte aan haar moeilijk huwelijk met manager en ex-politieagent Andy Stroud de bovenhand haalt. Het soort nummer waarvoor de term “hartverscheurend” is uitgevonden.

Maar ook de andere nummers op het album zijn stuk voor stuk voltreffers. Traditional “The House Of The Rising Sun” swingt als nooit tevoren, terwijl “Day And Night” toont dat Simone ook populaire deuntjes in de vingers heeft. “Do I Move You” en “Buck” zijn verleidelijk als een zwoele zomernacht. Op “In The Dark” en “Since I Fell For you” neemt ze oude nummers onder handen die in de handen van Nina Simone trage, zachte en tegelijk mysterieuze ballades worden. Met jazz-zangeres Abbey Lincoln schreef ze “Blues For Mama”, een nummer over een complexe relatie met een gewelddadige echtgenoot in moeilijke tijden. Het klinkt als een autobiografie-in-vier-minuten.

Ook in de jaren na 1967 had Nina Simone nog behoorlijk veel succes. Vanaf halverwege de jaren ‘70 nam haar ziekte -- ze was manisch-depressief -- stilaan de overhand. Ze werd nog moeilijker om mee samen te werken en verliet de Verenigde Staten. Na een zoektocht die haar door Barbados, Liberia en een handvol Europese landen bracht -- op een blauwe maandag nam ze in Brussel zelfs het album Baltimore op -- vond ze haar laatste thuis in het zuiden van Frankrijk, waar ze in 2003 overleed.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Nina Simone