Banner

ANNEE 67 : Leonard Cohen

Songs Of Leonard Cohen (1967)

Bjorn Weynants - 05 december 2017

Vijftig jaar geleden ontpopte 1967 zich stukje bij beetje als een wonderlijk muziekjaar. Klassieker na klassieker uit de muziekgeschiedenis zag het levenslicht, en ook in de schaduwen daarvan krioelde het van het leven. Daarom brengt enola.be het hele jaar door een eerbetoon aan dat gezegende ANNEE 67.

Tijdens de laatste dagen van het unieke muziekjaar 1967 verscheen er op de valreep nog een album dat het predicaat “klassieker” zonder meer verdient. Nochtans had het album weinig vandoen met de toenmalige tijdsgeest. Songs Of Leonard Cohen was in alle opzichten een buitenbeentje in 1967. Een zanger die eerder gekleed ging als universiteitsprofessor, was wel heel erg ver verwijderd van de summer of love en andere psychedelische toestanden.

Opgegroeid in een welgestelde Joodse familie in Montréal, leek Leonard Cohen oorspronkelijk niet voorbestemd tot een muzikale carrière. Toen hij op 33-jarige leeftijd debuteerde als muzikant, had hij er al een heel parcours opzitten. Bij de cognoscenti van de Canadese literaire wereld was Cohen al jaren een gevestigde waarde. Eerst als dichter, maar daarna ook als schrijver van twee romans. Zijn tweede roman, Beautiful Losers, zou later met zijn verhaal over een driehoeksrelatie een inspiratiebron vormen voor Lou Reeds Berlin. Al waren het toch vooral zijn dichtbundels zoals The Spice-Box Of Earth die ervoor zorgden dat hij bekendstond als een van de meest veelbelovende dichters van Canada.

Leonard Cohen was echter ook een rusteloze ziel. Tijdens een trip die hem door verschillende oude Europese hoofdsteden had moeten voeren, werd hij verleid door de verhalen over het Griekse eiland Hydra waar een levendige kunstenaarskolonie aanwezig was. Het was daar dat hij de Noorse Marianne Ihlsen leerde kennen, zijn grootste muze. Hij kocht er een huis, verbleef er gedurende een paar jaar heel regelmatig, en ook later bleef het een ankerpunt waarnaar hij regelmatig terugkeerde.

Maar aardse beslommeringen brachten Cohen tot de harde realiteit. Met gedichten te schrijven valt er niet veel geld te rapen en Hydra mocht dan wel de plaats zijn waar hij zijn aarding vond, de realiteit was dat hij fondsen nodig had om er terug naar toe te kunnen gaan. Al sinds de vroege jaren zestig mijmerde hij erover om muziek te maken, om zelf een album uit te brengen. In de muziek ging er meer geld om dan in de literaire wereld en dus besloot Cohen om zelf ook die sprong te wagen. Hij was vooral opgegroeid met countrymuziek, dus trok hij richting Nashville maar een stop-over in New York zorgde voor een andere wending. Daar kwam hij in contact met Mary Martin, assistent van Bob Dylans manager Albert Grossman, die hem op haar beurt aanbracht bij de toen succesvolle zangeres Judy Collins, die prompt een paar nummers van Cohen op haar eerstvolgende album zwierde. Maar het was John Hammond, ontdekker van Dylan, die iets zag in Leonard Cohen als artiest op zichzelf en hem binnen loodste bij Columbia Records.

De opnames van zijn debuutalbum werden echter een ware lijdensweg die een half jaar zou aanslepen. Cohens gebrek aan zelfvertrouwen in eigen kunde speelde hem parten. Zijn eerste liveoptreden begin 1967 was voor de door zenuwen en faalangst geplaagde Cohen een ware calvarietocht. Ook in de studio liep het niet van een leien dakje. Eerst nam John Hammond zelf de productie van het album op zich, maar al snel waren er hoog oplopende meningsverschillen. Was de productie van Hammond te rauw voor Cohen, dan was de neiging van diens opvolger John Simon om de songs met overdadige arrangementen en achtergrondvocalen te versieren nog minder naar Cohens zin. Uiteindelijk werd er met leden van de groep Kaleidoscope tijdens de laatste opnamesessies in allerijl nog een hele reeks nummers opgenomen. 25 songs werden er in een periode van zes maanden opgenomen, waarvan er uiteindelijk tien Songs Of Leonard Cohen zouden halen.

Wat meteen opviel aan het album, was de soberheid. Niet alleen het eenvoudige hoesontwerp, maar ook de nummers zijn stuk voor stuk rudimentaire folksongs met een sobere begeleiding. Het primitieve in het gitaarspel van Cohen zou ook later een rode draad blijven. Het is muziek die het niet moet hebben van technische virtuositeit of andere effecten, maar onverbloemd recht uit het hart komt. Een procédé dat hij in 1984 ook zou gebruiken op zijn commerciële doorbraakalbum I’m Your Man, waarvoor hij de nummers op een goedkope Casio-speelgoedsynthesizer componeerde en inspeelde. Zelf had Cohen overigens maar één regel voor zijn debuutalbum: er mochten absoluut geen drums op te horen zijn.

Nog zo’n rode draad doorheen de carrière van Leonard Cohen zijn de muzen die hem inspireerden. Songs Of Leonard Cohen staat vol met zo’n nummers. “So Long, Marianne” was het nummer dat hij schreef voor zijn vriendin Marianne Ihlsen. “Suzanne”, toen al een bekend nummer door de coverversie van Judy Collins eerder dat jaar, werd geïnspireerd door de jonge Canadese danseres Suzanne Verdal met wie hij lange wandelingen maakte aan de rivier bij haar huis. In het voorjaar van 1967 had Cohen ook een korte relatie met die andere Canadese folkie Joni Mitchell. Mitchell en Cohen waren elkanders muze, beiden schreven ook een nummer getiteld “Winter Song”. In New York liep Cohen in de entourage van Andy Warhol ook de Duitse chanteuse Nico (née Christa Paffgen) tegen het lijf. Een platonische relatie -- Nico verkoos mannen die jonger waren dan zijzelf -- die Cohen inspireerde tot het schrijven van ‘“Hey, That’s No Way To Say Goodbye” en “One Of Us Cannot Be Wrong”.

Toevallige ontmoetingen konden evengoed een inspiratiebron zijn voor Cohen. “Sisters Of Mercy” is het verhaal van twee vrouwelijke backpackers die hij onderdak bood tijdens een sneeuwstorm. In het vol subtiele religieuze beeldvorming gestopte “The Master Song” vertelt Cohen het verhaal van een driehoeksverhouding. De tekst is echter dermate vaag dat iedere luisteraar er zijn eigen interpretatie kan inleggen. Ook “The Stranger Song” is voorzien van zo’n veelgelaagde tekst die verschillende kanten uit kan.

Songs Of Leonard Cohen mag dan muzikaal gezien een erg eenvoudige plaat lijken, het was een album dat de onzekere Cohen bloed, zweet en tranen kostte. Maar wat het album zo’n tijdloze klassieker maakte, waren toch vooral de teksten die poëtischer waren dan wat je tot dan in de muziek te horen kreeg en de unieke, warme stem van Cohen. Zelf verwees hij er later op een ironische, zelfrelativerende manier naar (“I was born with the gift of a golden voice”), maar dat neemt niet weg dat er weinig albums zijn als Songs Of Leonard Cohen waar het lijkt alsof de zanger naast je zit te zingen. Het is ook de blauwdruk voor de verdere carrière van Cohen, waarin hij met mondjesmaat albums op de wereld losliet die op het eerste zicht eenvoudig en inwisselbaar lijken, maar die -- op een enkele uitzondering na -- na herhaalde luisterbeurten zich onder de huid van de luisteraar vasthaken. Maar van al die platen blijft dit debuut nog altijd het onbetwiste hoogtepunt.

E-mailadres Afdrukken