Banner

Massive Attack

Mezzanine (1998)

Matthieu Van Steenkiste  - 19 april 2018

Triphop was een karikatuur geworden, dus triphop moest dood. Op Mezzanine groef Massive Attack het graf van zijn eigen genre, om het daarmee te overstijgen. Het resultaat was zo straf dat het dat meteen een artistiek eindpunt werd. Nooit raakte de groep uit Bristol nog op dezelfde hoogte, veroordeeld om voor eeuwig tegen de herinnering aan deze klassieker te vechten.

Je hebt een genre uitgevonden, je hebt daar spijt van gekregen. Triphop was een komeet. Met Dummy (1994) en Maxinquaye (1995) brachten Portishead en Tricky als respectief openingsschot twee definitieve klassiekers in hun hoekje uit. Geen twee jaar later werden de lome beats en laidback sfeer al een hopeloos cliché, door de duizend navolgers die het gewoon te slecht en te goedkoop nadeden.

Massive Attack had tegen dan al lang zijn eerste mijlpaal achter de riem steken - Blue Lines uit 1991, de soulvolle geboortekreet van het genre - en in 1995 een meer dan degelijke opvolger uitgebracht. Wat nu? Meer van hetzelfde leek niet aan te raden, dat putje was verstopt door al die goedkope imitaties die enkel konden dienen als behang voor steeds weer identiek ogende loungebars waar yuppies de decenniumwissel konden negeren, en hun geld in lelijke cocktails steken. Een periode van diepe introspectie diende zich aan.

Misschien niet ideaal daarbij: tussen de bandleden boterde het voor geen meter meer. Ooit begonnen als collectief, was de groep na het vertrek van Tricky en zangeres Shara Nelson uitgezuiverd tot de kern, en overblijvers Daddy G, Mushroom en 3D werden het niet eens over de richting die het nu uit moest. Meer hiphop, meer soul vonden de eerste twee. Meer new wave en punk, zo wilde 3D. En dus wisselden de drie elkaar eerder af in de studio dan dat ze samenwerkten. Hoorndul werd producer en muzikant Neil Davidge ervan: zat hij gezellig met Mushroom aan een track te werken, dan kwam een van de andere twee binnen, vertrok Mushroom, en verscheen een andere song op tafel. En zo ging dat maar door. De werktitel Damaged Goods leek een evidentie.

Het zou ervoor zorgen dat de plaat vier maanden later uitkwam dan eerst voorzien, dankzij aanhoudend sleutelen, vijzen en hermixen, maar uiteindelijk was er dan toch een plaat die de stempel ‘Massive Attack’ meekreeg. Bleek dat 3D het pleit had gewonnen. Had-ie tijdens de Protection-tour luid rondgetoeterd dat het volgende album ‘punkrock’ zou worden, dan bleek dat inderdaad zo, als je er de sample credits op nasloeg (Ultravox! Led Zeppelin! En een glansrol voor The Cures "10.15 Saturday Night"). Maar toch: net door die invloeden door de soul- en hiphopmangel van de twee anderen te halen, werd Mezzanine wat het was: een plaat zoals er nog nooit een was geweest, en er ook nooit een na zou komen.

Van bij die uit onbestemde diepten opklimmende bas van "Angel" - een kolonie vieze beestjes die vanuit je boxen de kamer overrompelt - is dit een plaat die van claustrofobie en paranoia haar handelsmerk maakt: Mezzanine wil dat je over je schouder kijkt, en niemand meer vertrouwt. "Risingson" sleurt je verder een nachtmerrie in naar "Inertia Creeps", een kletterende dodenrit richting hel over een hobbelige kasseibaan. Dat 3D de livemuzikanten van de Protection-tour de studio in had gesleurd, is voelbaar, zo'n dynamiek krijg je niet uit een drumcomputer. Nog een geluk dat "Teardrop" tussenin voor adempauze zorgt. Heel even staat er licht tegenover alle duisternis en mag Liz Fraser van Cocteau Twins haar verdriet over de dood van Jeff Buckley uitdrukken. De gesamplede hartslag maakt haar breekbare performance helemaal onweerstaanbaar.

"Man Next Door": die hihat, die baslijn die ergens onderaan het ravijn kabbelt met de stem van Horace Andy die kristalhelder klinkt. Het mixen en blijven mixen van 3D toont zijn waarde. Op technisch vlak is het allemaal briljant, een showcase voor de mogelijkheden van uw stereo. Mezzanine is een audiofielenfeest waarop de spots elke keer het juiste element uitlichten. En alweer Fraser die je even laat uitblazen. "Black Milk" is dat ene nummer waar het triphopetiket dan toch hardnekkig aan blijft kleven, dankzij die typische lijzige drumloop. Dat mag, Massive Attack heeft dat uitgevonden. De pompende baslijn van de titeltrack zet de dingen nadien sowieso recht, tijd om die donkere trip verder te zetten.

Een plaat geboren uit conflict - met zichzelf, met het eigen genre - moet ook in ruzie eindigen. Al tijdens het promoten van Mezzanine deden Daddy G, Mushroom en 3G geen moeite om te verbergen dat ze elkaar niet meer konden luchten. Interviews gebeurden apart, en tegen het einde van de tour werd Mushroom vriendelijk verzocht zijn conclusies te trekken: “Als jij alleen maar pure soul wilt, fijn, maar doe dat dan ergens anders.” Tegen 2001 had ook Daddy G zijn bekomst, en besloot hij zich toe te leggen op het prille vaderschap. Opvolger 100th Window uit 2003 zou een vermomde solo-affaire van 3D blijken: nog donkerder, nog geslotener, maar vooral meer van hetzelfde.

Het zou het lot van Massive Attack blijken. Had het gevecht tegen de triphopstempel de briljante hybride Mezzanine opgeleverd, dan was het duo - uiteindelijk zou Daddy G terugkeren - nu veroordeeld tegen die klassieker op te kijken. Wat doe je immers nog als je de perfectie hebt gevonden? Zelfs de liveshow van de groep, met zijn lichtkrant vol actua en trivia, bleef na 2003 min of meer dezelfde, ook die zat goed.

We zijn twintig jaar later, en op reddit.com schrijft iemand: "Zelfs als dit album morgen verscheen, zou het als voor op zijn tijd worden beschouwd." Beter zou zijn: buiten de tijd. Mezzanine is een wereld op zich. Een waar een mens nooit echt klaar mee is.

E-mailadres Afdrukken