Banner

Lou Reed

Berlin (1973)

Björn Weynants - 05 juli 2018

“Een ramp”, zo bestempelde Rolling Stone Lou Reeds Berlin in 1973. De plaat was een radicale koerswijziging voor de kroonprins van de glamrock. Een conceptalbum dat tegelijk een van de meest deprimerende langspelers ooit was, een opgestoken middenvinger aan de regels van de muziekindustrie.

In augustus 1970 verliet de toen 28-jarige Lou Reed gedesillusioneerd The Velvet Underground nadat vier platen waarin hij zijn ziel had gelegd niet het verhoopte succes brachten. Hoewel de band in de loop der tijd zou uitgroeien tot een van de invloedrijkste ooit, zag de muzikale toekomst van Reed er toen allesbehalve rooskleurig uit. Even leek hij zelfs een gewoon burgerlijk leven te gaan leiden toen hij een job aannam in het boekhoudkantoor van zijn vader en de drugs plechtig afzwoer.

Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Spoedig tekende Reed een nieuw platencontract en nam hij in Londen zijn titelloze debuutalbum op, waarvoor hij vooral teerde op nummers die hij nog ten tijde van The Velvet Underground schreef. De plaat maakte echter geen indruk en de solocarrière van Reed leek een doodgeboren kind. Dat veranderde toen Lou na een concert in Engeland David Bowie -- sinds jaren een fan van The Velvet Underground -- backstage ontmoette. Dit leidde ertoe dat de Brit samen met gitarist Mick Ronson instond voor de productie van Transformer, het tweede album van Lou Reed. De commerciële neus van Bowie maakte van die plaat verreweg de meest succesvolle Lou Reed-worp ooit. Plots werd Reed een van de speerpunten van de glamrock, een (sub)genre waar hij eigenlijk niet veel mee had.

De nuchtere New Yorker Reed voelde zich daar niet helemaal thuis en op de keper beschouwd, is Transformer een van de meest atypische platen in zijn oeuvre. De sound van het album was toegankelijk, maar tegelijk ook bijna klinisch en gesofisticeerd. Dat stond in schril contrast met zijn toenmalige begeleidingsgroep The Tots, een net afgestudeerd New Yorks viertal dat wel erg rudimentaire garagerock speelde. Aangemoedigd door het succes van Transformer drong de platenmaatschappij erop aan om zo snel mogelijk een opvolger uit te brengen. Een ding was voor Reed meteen duidelijk: het zou geen Transformer, Part II worden.

Na een optreden in Toronto raakte Lou Reed aan de praat met Bob Ezrin, een toen 24-jarige Canadese producer die vooral bekend was door zijn werk met Alice Cooper. Ezrin was onder de indruk van de manier waarop Reed in een nummer van een paar minuten een heel verhaal kon vertellen. Hij vroeg zich echter soms af hoe het verhaal daarna verder ging, zoals bij het koppel in het nummer “Berlin” van Lous debuutalbum. Dat zette Reed aan het denken. Hij -- de man met een diploma Engelse taalkunde op zak -- had immers altijd al de ambitie gehad om een plaat op te vatten als het equivalent van een roman, als eerbetoon aan zijn mentor, de dichter Delmore Schwartz.

De door writer’s block geplaagde Reed slaagde er eerst maar niet in om iets op papier te krijgen. Tot hij op een avond na een feestje plots de ene song na de andere schreef. Met die nummers trok hij naar Ezrin, die er de arrangementen bij schreef. Om Ezrins muzikale ideeën tot uiting te brengen, waren The Tots ongeschikt en dus gaf Ezrin hen de bons. In een Londense studio verzamelde hij een indrukwekkende keur aan studiomuzikanten, met onder anderen gitaristen Steve Hunter en Dick Wagner (Alice Cooper), bassist Jack Bruce (Cream) en Steve Winwood. Lou Reed zelf, de man die met The Velvet Underground het startschot gaf van de alternatieve gitaarrock, speelde op het album enkel akoestische gitaar. Berlin zou met zijn weelderige, breed gearrangeerde sound altijd een buitenbeentje binnen Reeds oeuvre blijven.

Berlin is een conceptalbum en meteen ook een knoert van een downer in het genre. Het is het verhaal van een destructief koppel -- of een driehoeksrelatie, afhankelijk van hoe je het vertelperspectief van de nummers in de ik-vorm interpreteert -- en hun ondergang in een spiraal van drugs, geweld, ontrouw, kinderverwaarlozing en uiteindelijk zelfmoord. Een verhaal ook waarvoor Reed uit zijn eigen ervaringen plukte. Zijn huwelijk met Bettye Kronstadt was op de klippen aan het lopen en ondertussen had hij zich opnieuw overgegeven aan drank en drugs.

De plaat opent met een herneming van “Berlin”. Waar het nummer op het debuutalbum nog een breekbaar kleinoodje was, ontpopt het zich hier als een statige ballad. Het “happy birthday”-refrein dat erin verwerkt wordt, is meteen het enige opgewekte moment op de hele plaat. De invloed van Kurt Weill die we hier terugvinden, is nog uitgesprokener in “Lady Day”. Dat nummer is het begin van de afdaling in een maalstroom die tot de uiteindelijke ondergang van de protagonisten zal leiden. “Lady Day” was niet toevallig de bijnaam van Billy Holiday. “Men Of Good Fortune” staat qua inhoud een beetje buiten het album. Het is deels maatschappijkritiek, al schetst het ook een beeld van het milieu van have nots waarin het verhaal zich afspeelt.

In “Caroline Says I” zijn autobiografische elementen prominent aanwezig. De “She’s my Germanic queen” is een duidelijke verwijzing naar Nico, die meezong op het allereerste album van The Velvet Underground. Dat Reed ook op Berlin stevig uit de hoek kan komen, toont hij dan weer in een nummer als “How Do You Think It Feels”, dat pure existentiële angst uitademt, en het venijnige “Oh, Jim”. Die laatste is trouwens een gerecycleerd overschotje van The Velvet Underground. De B-kant van het album volgt de neergang van het vrouwelijke hoofdpersonage Caroline. Ze wordt mishandeld (“Caroline Says II”) en haar kinderen worden haar afgenomen (“The Kids”), wat haar uiteindelijk tot zelfmoord drijft (“The Bed”). ”Sad Song” is de coda van het album: een rouwkaartje, maar dan zonder enig spoor van wroeging of inkeer.

Berlin was niet de langspeler die men in 1973 van Lou Reed verwachtte. De vernietigende recensie in Rolling Stone is misschien wel de bekendste, maar zeker niet de enige. Twee jaar later maakte Reed zelfs nog een fermer fuck you-statement. Na Sally Can’t Dance -- nog steeds zijn hoogst genoteerde album in de Amerikaanse hitlijsten -- volgde het avantgardistische gepiep en gekraak van Metal Machine Music. In tegenstelling tot die plaat is Berlin, het meest literaire en neerslachtige conceptalbum in de rockmuziek ooit, in de loop der tijden echter wel een klassieker geworden.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Lou Reed